
Foto: TeunSpaans at Dutch Wikipedia, CC BY-SA 3.0 · bron
Kruidachtige plant · Duizendknoopfamilie (Polygonaceae)
Perzikkruid
Persicaria maculosa
In andere talen: Renouée persicaire (Français) · Redshank (English)
Komt in België in het wild voor.
Perzikkruid is een eenjarige plant uit de duizendknoopfamilie die je overal tegenkomt waar de grond open en voedselrijk is: in akkers, moestuinen, op braakliggende grond, langs sloten en op modderige oevers. In België is het een van de algemeenste wilde planten. Je herkent het aan de roodachtige stengels met verdikte knopen, de smalle bladeren met vaak een donkere vlek in het midden en de dichte, roze bloemaren van juli tot in de herfst. Het wordt vaak als onkruid gezien, maar de zaden zijn een belangrijke wintervoeding voor vogels, en de bloemen trekken bijen en zweefvliegen aan.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Normaal tot nat
mag niet uitdrogen
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
0,5 m
hoog, 0,3 m breed
Bloei
juli–oktober
| Hoogte | 0,5 m |
|---|---|
| Inheems in België | Ja |
| Bloei | juli–oktober |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- Eenjarig kruid van 20–80 cm, rechtop of met een liggende voet, vaak vertakt; de stengel is roodachtig met verdikte knopen.
- Blad
- Lancetvormig, 5–15 cm, kort gesteeld, vaak met een donkere, zwartpaarse vlek in het midden. Aan de voet van elk blad zit een vliezig kokertje (tuitje) rond de stengel, met een rand van lange haren.
- Bloem
- Kleine roze, soms witte bloempjes in dichte, rechtopstaande, cilindervormige aren van 2–4 cm, van juli tot oktober.
- Vrucht/Zaad
- Een glanzend zwart, lensvormig of driekantig nootje van 2–3 mm, ingesloten in het verdroogde bloemdek.
- Wortels
- Een penwortel met fijne zijwortels; de plant is makkelijk uit te trekken.
- Verwarring met
- Beklierde duizendknoop heeft een tuitje zonder of met heel korte haren en gele klierpuntjes op de bloemsteel. Waterpeper heeft losse, overhangende aren en een scherpe, peperachtige smaak. Perzikkruid heeft een tuitje met een duidelijke rand van lange haren.
Bloei: juli–oktober
In je tuin
Waarom in je tuin?
- De voedzame zaden worden in de herfst en de winter gegeten door vinken, mussen, gorzen en andere zaadeters.
- De roze aren bloeien laat, tot in oktober, als er weinig andere bloemen zijn voor bijen en zweefvliegen.
- Het blad is voedsel voor de rupsen van verschillende nachtvlinders.
- Een snelle pionier: bedekt kale grond in een paar weken en beschermt zo de bodem tegen uitspoelen en uitdrogen.
- Een kleurrijke plant voor een akkerbloemenhoek of de natte, modderige rand van een vijver.
Waar staat een perzikkruid graag?
- In het wild: akkers, moestuinen, braakliggende grond, bouwterreinen, slootkanten en droogvallende oevers.
- Voedselrijke, vochtige tot natte grond, maar het groeit ook op gewone tuingrond.
- Zon tot lichte halfschaduw; in de schaduw blijft het klein en bloeit het weinig.
- In de tuin: in een akkerbloemenhoek, op de modderige rand van een vijver of tussen de groenten, waar elk jaar open grond is.
Mooi samen met
- Grote klaproos: Samen in een akkerbloemenhoek; de klaproos bloeit eerder in de zomer.
- Korenbloem: Blauwe bloemen naast de roze aren.
- Echte kamille: Witte madeliefachtige bloemen op dezelfde open grond.
- Wolfspoot: Voor de natte rand van een vijver, met witte bloempjes in de bladoksels.
- Watermunt: Geurige, lila bloemen op dezelfde natte, modderige plekken.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een perzikkruid?
- Meestal hoef je niets te doen: perzikkruid komt vanzelf op uit de zaadvoorraad in de grond zodra je die bewerkt.
- Wil je het zaaien: zaai in de herfst of in maart–april op open, geharkte grond. De zaden kiemen beter na een koude periode.
- Hark de zaden licht in en houd de grond vochtig tot de kiemplanten er staan.
- Laat 20–30 cm tussen de planten, zodat ze breed uitgroeien en rijk bloeien.
- Haal zaad bij een zaadhandel voor inheemse planten of verzamel een handvol rijpe zaden in je eigen of andermans tuin, met toestemming. Graaf nooit planten uit in het wild.
Verzorgen
- Water
- Niet nodig, behalve bij lange droogte in de zomer; op vochtige grond groeit het het best.
- Bemesten
- Niet nodig; op heel rijke grond wordt het groot en slap.
- Woekeren
- Eén plant geeft honderden zaden. Wil je minder zaailingen, trek dan een deel van de planten uit voor de zaden rijp zijn.
- Zaad laten staan
- Laat een deel van de planten in de herfst staan, zodat vogels de zaden kunnen eten.
- Open grond
- Het is eenjarig en kiemt alleen op open grond: hark of schoffel elk voorjaar een plek open als je het wil houden.
Tip: Laat in de herfst een paar planten met rijpe zaden staan in de moestuin: je hebt dan een gratis voederplek voor vogels tot ver in de winter.
Snoeien en maaien
Wanneer: Niet nodig: het is eenjarig en sterft bij de eerste nachtvorst af.
Hoe:
- Laat de afgestorven planten met zaden zo lang mogelijk staan, als voedsel voor vogels.
- Trek de oude planten in maart uit en leg ze op de composthoop.
- Wil je minder zaailingen, trek dan in augustus een deel van de planten uit, voor de zaden rijp zijn.
Vermeerderen
- Zaad
- Het vermeerdert zich vanzelf met zaad. Zaai in de herfst of vroeg in het voorjaar op open grond; de zaden blijven jarenlang kiemkrachtig in de bodem.
Hoe komt een perzikkruid de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- De plant sterft bij de eerste nachtvorst af en overwintert alleen als zaad.
- De zaden blijven vele jaren kiemkrachtig in de bodem en kiemen zodra de grond weer wordt opengewerkt.
- Laat de dode stengels met zaden staan: vinken, mussen en gorzen vinden er in de winter voedsel.
Ziektes en plagen
- Te veel zaailingen: Op bewerkte, rijke grond kan het een tapijt vormen. Schoffel jonge zaailingen in mei–juni weg, of trek planten uit voor de zaden rijp zijn.
- Bladluis: Soms op de toppen; meestal ruimen lieveheersbeestjes en sluipwespen ze vanzelf op.
- Meeldauw: Een witte laag op het blad in droge nazomers. Onschuldig voor een eenjarige plant; laat het gewoon.
- Omvallen: Op te rijke of te schaduwrijke grond wordt het slap en valt het om. Kies een zonnige plek op niet bemeste grond.
Het jaar rond
- Maart: Afgestorven planten van vorig jaar opruimen. Grond openharken.
- April: Zaaien op open grond. De eerste kiemplanten verschijnen.
- Mei: Kiemplanten groeien snel. Te veel zaailingen wegschoffelen.
- Juni: De planten groeien. Water geven bij lange droogte.
- Juli: Begin van de bloei: de eerste roze aren.
- Augustus: Volle bloei; bijen en zweefvliegen op de aren.
- September: Bloei en de eerste rijpe zaden.
- Oktober: Laatste bloei. Zaden rijp; laten staan voor de vogels.
- November: De planten sterven af na de eerste vorst. Zaaien kan nu.
- December: Vogels eten de zaden van de dode stengels.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De naam perzikkruid en de wetenschappelijke naam Persicaria verwijzen naar de bladeren, die lijken op die van de perzikboom.
- Over de donkere vlek op het blad bestaan oude legendes; in het Engels heet de plant daarom ook lady’s thumb, de duimafdruk van Onze-Lieve-Vrouw.
- De zaden blijven vele jaren kiemkrachtig in de bodem; daarom duikt perzikkruid op zodra je ergens een stuk grond omspit.