
Foto: Franz Eugen Köhler, Köhler's Medizinal-Pflanzen, Public domain · bron
Kruidachtige plant · Schermbloemenfamilie (Apiaceae)
Kleine bevernel
Pimpinella saxifraga
In andere talen: Petit boucage (Français) · Burnet-saxifrage (English)
Komt in België in het wild voor.
Kleine bevernel is een overblijvende, slanke schermbloem met kleine witte schermen op een bijna bladloze stengel. In het wild groeit hij in droge, schrale graslanden, op kalkgraslanden, dijken, zonnige bermen en spoorwegtaluds. In België komt hij verspreid voor: op kalkgraslanden en droge bermen in Wallonië is hij vrij algemeen, in Vlaanderen zie je hem vooral op droge, zandige of lemige bermen, dijken en in de Kempen, maar nergens massaal. Je herkent hem aan de rozet van geveerde wortelbladeren met ronde, getande blaadjes, die doen denken aan kleine pimpernel, en aan de ronde, fijn geribde stengel met nauwelijks blad. Hij bloeit laat in de zomer en is dan een drukbezochte tafel voor zweefvliegen, kevers en kleine bijen.
Let op: Kleine bevernel zelf is niet giftig, maar hij lijkt op sterk giftige schermbloemen zoals hondspeterselie en gevlekte scheerling. Pluk en eet nooit wilde schermbloemen als je niet volledig zeker bent van de soort, en leer kinderen ze niet te plukken of in de mond te steken.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog
verdraagt droogte
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
0,5 m
hoog, 0,3 m breed
Bloei
juli–september
| Snoeimaanden | maart en oktober |
|---|---|
| Hoogte | 0,5 m |
| Inheems in België | Ja |
| Bloei | juli–september |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- Overblijvende, slanke schermbloem van 30–60 cm, met een rozet van geveerde bladeren aan de voet en een bovenaan vertakte, bijna bladloze stengel.
- Blad
- Wortelbladeren enkelvoudig geveerd, met 3–6 paar ronde tot eironde, getande blaadjes; soms zijn die diep ingesneden. De stengelbladeren zijn klein, met smalle, fijn verdeelde slipjes, of bijna alleen een bladschede.
- Bloem
- Witte, soms rozige schermen van 2–5 cm met 6–15 stralen, zonder omwindsel en zonder omwindseltjes, van juli tot september.
- Vrucht/Zaad
- Kleine, eironde, kale splitvruchtjes van 2–3 mm, bruin als ze rijp zijn.
- Stengel
- Rond, fijn geribd, kaal tot licht behaard, bovenaan nauwelijks bebladerd. Aan de voet een stevige penwortel met een scherpe geur.
- Verwarring met
- Grote bevernel is forser, met een hoekig, diep gegroefde stengel en grotere, glanzende blaadjes, en groeit op vochtiger, rijkere grond. Kleine pimpernel heeft gelijkaardig blad, maar bolle, groenrode bloemhoofdjes in plaats van schermen. Wilde peen heeft fijn verdeeld blad en duidelijke, gedeelde schutblaadjes onder het scherm. Let vooral op giftige schermbloemen zoals hondspeterselie en gevlekte scheerling.
Bloei: juli–september · Snoeien: maart en oktober
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Bloeit van juli tot in september, als veel graslandbloemen al uitgebloeid zijn, en trekt zweefvliegen, kevers, sluipwespen, kleine bijen en andere insecten met een korte tong.
- De rupsjes van een kleine spanner, Eupithecia pimpinellata, leven op de bloemen en de zaden.
- Een fijne, sierlijke schermbloem voor een droog bloemrijk grasland of een schrale berm: hij blijft bescheiden van formaat en woekert niet.
- Laat je de uitgebloeide schermen staan, dan schuilen er in de winter kleine insecten in de stengels en vinden vogels er zaadjes.
- De wortel werd vroeger in de volksgeneeskunde en als smaakmaker gebruikt; het geslacht is verwant aan anijs.
Waar staat een kleine bevernel graag?
- In het wild in droge, schrale graslanden, kalkgraslanden, op dijken, zonnige bermen en spoorwegtaluds, en in de rand van heide en droge bossen.
- Volle zon tot lichte halfschaduw.
- Droge tot matig droge, arme en goed doorlatende grond: zand, leem of kalkrijke grond. Op natte grond houdt hij het niet lang vol.
- In de tuin in een schraal bloemrijk grasland, een droge berm, een kalkhoek of een zonnige rand bij een muurtje.
Mooi samen met
- Wilde marjolein: Bloeit tegelijk op dezelfde droge, kalkrijke grond en trekt vlinders en bijen.
- Knoopkruid: Paarse knoppen tussen de witte schermen, een topper voor vlinders.
- Gewone rolklaver: Gele bloemetjes laag tussen het gras, waardplant voor het icarusblauwtje.
- Echt walstro: Geurige gele pluimen in juli, op dezelfde schrale grond.
- Grasklokje: Blauwe klokjes in de late zomer, mooi naast de fijne schermen.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een kleine bevernel?
- Koop jonge planten bij een kwekerij voor inheemse planten, of zaai zaad van inheemse herkomst.
- Zaai in september–november buiten: het zaad heeft een koude periode nodig en kiemt pas in het voorjaar. Strooi het op losgemaakte, onkruidvrije grond en druk het aan.
- Je kunt ook in een bak zaaien die je de hele winter buiten laat staan, en de zaailingen in april–mei uitplanten.
- Plant op 25–30 cm afstand, tussen lage grassen en andere wilde bloemen. Hij vormt een penwortel: verplant hem dus jong.
- Giet aan na het planten en houd de grond de eerste weken vochtig; daarna is water geven niet meer nodig.
- Graaf nooit planten uit in de natuur, en pluk geen wilde schermbloemen om te eten als je niet zeker bent van de soort.
Verzorgen
- Water
- Alleen bij het aanslaan. Gevestigde planten kunnen dankzij hun penwortel goed tegen droogte.
- Bemesten
- Niet doen: op arme grond blijft hij stevig en bloeit hij beter, terwijl mest vooral de grassen helpt.
- Maaien
- Maai een bloemrijk grasland met bevernel eind september of in oktober, na de zaadzetting, en voer het maaisel af. Maai je ook vroeger, laat dan een deel van het grasland ongemaaid.
- Concurrentie
- In hoog, dicht gras verdwijnt hij. Op rijkere grond houdt twee keer per jaar maaien en afvoeren het grasland open.
- Zaad laten vallen
- Laat het zaad rijpen voor je maait: hij zaait zich matig uit.
Tip: Zaai bevernel in de herfst rechtstreeks in een schraal grasland, op plekjes die je eerst met een hark hebt opengewerkt: zo kiemt hij in het voorjaar tussen de grassen.
Snoeien en maaien
Snoeimaanden: maart en oktober.
Wanneer: Eind september of in oktober maaien, na de zaadzetting. Een deel van de stengels laat je staan tot in maart.
Hoe:
- Maai of knip de uitgebloeide stengels af als het zaad rijp en bruin is.
- Voer het maaisel af, zodat de grond schraal blijft.
- Laat in een hoek een deel van de stengels de hele winter staan: kleine insecten overwinteren erin en vogels eten de zaadjes.
- Knip die stengels in maart af, voor de nieuwe rozetten uitlopen.
Vermeerderen
- Zaad
- In het najaar buiten zaaien; het kiemt na de winter. Zaailingen bloeien vaak pas vanaf het tweede jaar.
- Zelf uitzaaien
- Laat zaad rijpen in het grasland: zo verschijnen er geleidelijk nieuwe planten op open plekjes.
Hoe komt een kleine bevernel de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- In de herfst sterft de stengel af; de plant overwintert met knoppen aan de voet van de penwortel, soms met een paar blaadjes.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C.
- Staande, droge schermen geven structuur aan een wintergrasland en zijn een schuilplek voor kleine insecten.
Ziektes en plagen
- Verdwijnen in hoog gras: Op rijke grond wordt hij overgroeid. Maai en voer af, en bemest niet.
- Verwarring met giftige soorten: Hondspeterselie en gevlekte scheerling lijken van ver op bevernel. Gevlekte scheerling heeft paarsgevlekte, kale stengels en een muizengeur; hondspeterselie heeft lange, hangende schutblaadjes onder de deelschermpjes. Eet nooit wilde schermbloemen zonder absolute zekerheid.
- Wegrotten: Op natte, zware grond in de winter. Kies een droge, goed doorlatende plek.
- Bladluis: Soms op de schermen. Lieveheersbeestjes en zweefvlieglarven ruimen ze meestal op.
Het jaar rond
- Maart: Oude stengels afknippen. De rozetten lopen uit.
- April: Zaailingen uit de buitenbak uitplanten.
- Mei: De bladrozetten groeien. Jonge planten zetten.
- Juli: Begin van de bloei. Zweefvliegen en kevers op de schermen.
- Augustus: Volle bloei.
- September: Nabloei en zaadzetting. Zaad verzamelen.
- Oktober: Maaien en maaisel afvoeren. Buiten zaaien.
- November: Zaaien. Een deel van de stengels laten staan.
- December: Rust. Droge schermen in de rand.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Kleine bevernel hoort tot hetzelfde geslacht als anijs (Pimpinella anisum).
- De Engelse naam burnet-saxifrage verwijst naar het blad, dat lijkt op dat van kleine pimpernel (burnet). Saxifraga betekent letterlijk ‘steenbreker’.
- De Nederlandse naam bevernel is, net als het Duitse Bibernelle, een verbastering van de oude naam pimpinella.