Gewone vleugeltjesbloem (Polygala vulgaris)

Foto: Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 · bron

Kruidachtige plant · Vleugeltjesbloemfamilie (Polygalaceae)

Gewone vleugeltjesbloem

Polygala vulgaris

In andere talen: Polygala commun (Français) · Common milkwort (English)

Komt in België in het wild voor.

De gewone vleugeltjesbloem is een klein, overblijvend plantje met trosjes van intens blauwe, soms roze, paarse of witte bloempjes. Hij groeit in schrale graslanden, op heide, in duingraslanden, kalkgraslanden en schrale bermen. In Vlaanderen is hij zeldzaam geworden, vooral doordat veel graslanden bemest of verruigd zijn; in Wallonië kom je hem vaker tegen, in schrale graslanden en kalkgraslanden. Je herkent hem aan de dunne, liggende tot opstijgende stengels met smalle, verspreid staande blaadjes, en aan de bloempjes met twee grote, gekleurde ‘vleugels’ en een gefranjerd kuifje. Hij is een juweeltje voor wie een kort, schraal grasland heeft, en hij vertelt je dat de grond arm en waardevol is.

  • Licht

    Volle zon

    warm en licht

  • Vocht

    Droog tot normaal

    geen natte voeten

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -30 °C

  • Grootte

    0,2 m

    hoog, 0,15 m breed

  • Bloei

    mei–augustus

Feiten op een rij
Snoeimaandenaugustus–september
Hoogte0,2 m
Inheems in BelgiëJa
Bloeimei–augustus

Herkennen

Zo herken je hem

Groeivorm
Klein, overblijvend plantje van 10–30 cm, met dunne, liggende tot opstijgende stengels vanuit een wat houtige voet.
Blad
Verspreid staand, smal lancetvormig, 1–3,5 cm, kaal en gaafrandig. De onderste bladeren zijn kleiner en wat breder, maar vormen geen rozet.
Bloem
Trossen van 10–40 bloempjes van 4–8 mm, meestal blauw, maar ook roze, paars of wit. Twee binnenste kelkbladen zijn groot en gekleurd, als vleugeltjes; het onderste kroonblad draagt een gefranjerd kuifje. Bloei van mei tot augustus.
Vrucht/Zaad
Een plat, hartvormig doosje, ingesloten door de vleugels, met twee behaarde zaadjes die elk een klein, voedzaam aanhangsel hebben.
Stengel
Dun, rond, kaal tot licht behaard, onderaan wat verhout.
Verwarring met
Liggende vleugeltjesbloem heeft onderaan tegenoverstaande bladeren en groeit op zure heide en in vochtige, schrale graslanden. Kuifvleugeltjesbloem heeft lange schutblaadjes, waardoor de top van de tros er voor de bloei als een kuifje uitziet. Bittere vleugeltjesbloem heeft een bladrozet aan de voet en kleinere bloempjes. Gewone vleugeltjesbloem: alle bladeren verspreid langs de stengel, geen rozet.

Bloei: mei–augustus · Snoeien: augustus–september

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Een juweeltje van schrale graslanden: kleine, intens blauwe, roze of witte bloempjes van mei tot in augustus.
  • Bezocht door hommels, bijen en vlinders, al kunnen de bloemen zichzelf ook bestuiven.
  • De zaadjes hebben een voedzaam aanhangsel en worden door mieren meegesleept: zo krijgen de mieren voedsel en verspreiden ze de plant.
  • Een aanwijzer van voedselarme, onbemeste grond: waar hij groeit, ligt vaak een waardevol grasland of een goed beheerde berm.
  • Past in een kort grasland, een heidetuin of een rotstuin, waar hij met andere lage plantjes een fijn bloemtapijt vormt.

Waar staat een gewone vleugeltjesbloem graag?

  • In het wild in schrale graslanden, heide, duingraslanden, kalkgraslanden en schrale bermen.
  • Volle zon tot heel lichte halfschaduw.
  • Arme, onbemeste grond, zwak zuur tot kalkrijk, droog tot matig vochtig.
  • In de tuin in een kort, schraal grasland, een heidetuin, een rotstuin of een open plek in een droge berm, zonder concurrentie van hoge planten.

Mooi samen met

  • Tormentil: Kleine gele bloempjes in dezelfde schrale, wat zure graslanden.
  • Wilde tijm: Een geurig, laag tapijt op dezelfde droge, arme grond.
  • Muizenoor: Citroengele hoofdjes tussen de blauwe trosjes.
  • Liggend walstro: Witte sterretjes op zure heide en in schrale graslanden.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een gewone vleugeltjesbloem?

  1. Koop planten of zaad van inheemse herkomst bij een kwekerij voor inheemse planten.
  2. Zaai in september–oktober, liefst vers zaad, in een bak met arm, zandig zaaimengsel. Laat de bak de winter buiten staan: het zaad kiemt vaak pas na een koude periode.
  3. Plant in april of in september op 15–20 cm afstand, tussen lage grassen en kruiden, zonder de grond te verrijken.
  4. Giet aan en houd de grond licht vochtig tot de planten aangeslagen zijn.
  5. Hij blijft klein en heeft licht en open grond nodig: zet hem niet tussen forse planten.
  6. Graaf nooit planten uit in de natuur: in Vlaanderen is hij zeldzaam, en wilde planten slaan bovendien zelden aan.

Verzorgen

Water
Alleen bij het aanslaan. Daarna redt hij zich zonder water.
Bemesten
Nooit: mest en compost laten gras en forse kruiden groeien, en daaronder verdwijnt hij.
Maaien
Maai een kort grasland eind augustus of in september en voer het maaisel af. Op rijkere grond kan een tweede maaibeurt in het najaar nodig zijn om het gras kort te houden.
Open plekjes
Hark in maart wat mos en strooisel weg, zodat er open plekjes zijn waar het zaad kan kiemen.
Zaad laten vallen
Laat het zaad rijpen voor je maait: mieren dragen het verder.

Tip: Hark in maart een paar plekjes rond de planten open: op kale, schrale grond kiemt het zaad veel beter dan in een dichte grasmat.

Snoeien en maaien

Snoeimaanden: augustus–september.

Wanneer: Eind augustus of in september, na de zaadzetting.

Hoe:

  • Maai kort met het grasland mee en voer het maaisel af.
  • Maai niet van mei tot juli: dan maai je de bloei en de zaadzetting weg.
  • Knip in een rotstuin de uitgebloeide stengels af tot een paar centimeter boven de voet.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Zaad
Zaai vers zaad in het najaar en laat het buiten overwinteren. De zaailingen groeien traag en bloeien meestal vanaf het tweede jaar.
Zelf uitzaaien
In een schraal grasland zaait hij zich uit, met hulp van mieren. Zorg voor open, kale plekjes rond de planten.

Hoe komt een gewone vleugeltjesbloem de winter door?

Winterhard tot −30 °C.

  • De stengels sterven grotendeels af; de plant overwintert met knoppen aan de wat houtige voet.
  • Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C.
  • Natte, zware grond in de winter verdraagt hij slecht.

Ziektes en plagen

  • Verruiging: Hoog gras en forse kruiden overgroeien hem snel. Maai en voer af, en bemest nooit.
  • Mos en strooisel: Een dikke viltlaag verhindert dat het zaad kiemt. Hark ze in het voorjaar voorzichtig weg.
  • Slakken: Jonge planten worden soms aangevreten. Plant op een droge, open plek en raap slakken ’s avonds weg.
  • Korte levensduur: Planten leven vaak maar enkele jaren. Laat ze zich uitzaaien, zodat er steeds jonge planten bijkomen.

Het jaar rond

  • Maart: Mos en strooisel rond de planten wegharken.
  • April: Planten. Nieuwe scheuten lopen uit.
  • Mei: Begin van de bloei.
  • Juni: Volle bloei: blauw, roze en wit door elkaar.
  • Juli: Bloei en zaadzetting. Niet maaien.
  • Augustus: Zaad rijpt. Eind augustus maaien en afvoeren.
  • September: Maaien als dat nog niet gebeurd is. Planten of zaaien.
  • Oktober: Vers zaad zaaien in een bak buiten.
  • December: Rust.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • De naam Polygala betekent ‘veel melk’: vroeger geloofde men dat koeien die de plant aten meer melk gaven. Vandaar ook de Engelse naam milkwort.
  • In Engeland werden de bloemen vroeger meegedragen in processies in de kruisdagen, vandaar oude Engelse namen als rogation flower en gang flower.
  • De vleugels zijn geen kroonbladen, maar twee vergrote, gekleurde kelkbladen. Na de bloei worden ze groenig en omhullen ze het vruchtje.

Meer soorten uit Europa · Alle soorten

Laden…