Japanse duizendknoop (Reynoutria japonica)

Foto: Ancatdubh43 at English Wikipedia, Public domain · bron

Kruidachtige plant · Duizendknoopfamilie (Polygonaceae)

Japanse duizendknoop

Reynoutria japonica

In andere talen: Renouée du Japon (Français) · Japanese knotweed (English)

Komt in België in het wild voor.

Japanse duizendknoop is een forse, overblijvende plant uit Oost-Azië met holle, bamboeachtige stengels van 2–3 m hoog. In de 19e eeuw kwam hij als sierplant naar Europa; nu staat hij op de Belgische lijst van invasieve soorten en vormt hij dichte, ondoordringbare haarden langs rivieren, spoorwegen en wegbermen, op braakliggende terreinen en in tuinen. Je herkent hem aan de rood gespikkelde, licht zigzaggende stengels, de grote, bijna driehoekige bladeren met een recht afgesneden voet en de pluimen roomwitte bloempjes in de nazomer. Onder de grond groeit een netwerk van wortelstokken dat meters ver reikt, en uit een klein stukje groeit een nieuwe plant. Hij verdringt alle inheemse planten, beschadigt oevers en verhardingen en is erg moeilijk uit te roeien: plant hem nooit aan en verspreid hem niet.

Let op: Invasieve exoot op de Belgische lijst van invasieve soorten. Plant hem niet aan, geef geen stukken weg en verplaats geen grond waarin hij groeit. Composteer niets van de plant: voer stengels en wortels af in gesloten zakken met het restafval of volgens de regels van je gemeente.

  • Licht

    Zon of halfschaduw

    liefst wat zon

  • Vocht

    Normaal tot nat

    mag niet uitdrogen

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -30 °C

  • Grootte

    2,5 m

    hoog, 3 m breed

  • Bloei

    augustus–oktober

Feiten op een rij
Snoeimaandenapril–oktober
Hoogte2,5 m
Inheems in BelgiëNee, een invasieve exoot
Bloeiaugustus–oktober

Herkennen

Zo herken je hem

Groeivorm
Overblijvend, in dichte haarden van 2–3 m hoog; sterft elke winter boven de grond af en schiet in april weer op.
Stengel
Hol, kaal en bamboeachtig, met duidelijke knopen; groen met rode tot paarse vlekjes, licht zigzaggend. Jonge scheuten zijn rood en lijken op asperges.
Blad
Breed eirond tot bijna driehoekig, 10–15 cm, met een recht afgesneden voet en een korte punt; om en om aan de zigzaggende stengel.
Bloem
Kleine, roomwitte bloempjes in rechtopstaande pluimen uit de bladoksels, van augustus tot oktober.
Wortels
Dikke, houtige wortelstokken, vanbinnen oranjegeel, die diep en meters ver onder de grond doorlopen.
Verwarring met
Sachalinse duizendknoop is nog groter, met bladeren tot 30–40 cm en een hartvormige voet. Boheemse duizendknoop is de kruising van beide en houdt het midden; alle drie zijn invasief. Inheemse duizendknopen en zuringen blijven veel lager en hebben geen holle, bamboeachtige stengels.

Bloei: augustus–oktober · Snoeien: april–oktober

In je tuin

Wat je moet weten

  • Hij hoort bij de schadelijkste invasieve planten van Europa: wie hem vroeg herkent, bespaart zich veel werk en kosten.
  • Een kleine, jonge haard is nog goed aan te pakken; een oude haard vraagt jaren volgehouden werk.
  • Hij toont hoe een geprezen sierplant uit de hand kan lopen: in de 19e eeuw werd hij aangeprezen als tuinplant en veevoer.
  • De bloemen geven in de nazomer nectar aan bijen, maar dat weegt niet op tegen de schade: inheemse planten zoals koninginnenkruid doen hetzelfde zonder te woekeren.
  • Onder zijn dichte bladerdak groeit bijna niets meer, en in de winter liggen oevers kaal en kalven ze af.

Waar staat een Japanse duizendknoop graag?

  • In het wild: rivier- en kanaaloevers, spoorwegtaluds, wegbermen, braakliggende terreinen, bosranden en verwaarloosde tuinen.
  • Groeit op bijna elke grondsoort, van droog tot nat, het best op voedselrijke, vochtige grond in zon of halfschaduw.
  • Verspreidt zich vooral met verplaatste grond, tuinafval, maaimachines en stukken die langs rivieren afdrijven.
  • In de tuin hoort hij nergens thuis: ook niet in een pot, een afgesloten bak of een wilde hoek.

Beter in de plaats

  • Koninginnenkruid: Inheems alternatief voor een hoge plant aan de waterkant: roze schermen in de nazomer, een vlindermagneet.
  • Moerasspirea: Hoge, geurende pluimen op vochtige grond, zonder te woekeren.
  • Gewone vlier: Snelgroeiende inheemse struik die een kale plek na de bestrijding snel bedekt.
  • Hazelaar: Dichte, inheemse struik als scherm, met noten voor eekhoorns en muizen.
  • Grote kattenstaart: Paarse aren aan oevers en sloten, geliefd bij bijen.

Onderhoud

Zo verwijder je hem

  1. Plant Japanse duizendknoop nooit aan en geef geen stukken weg: hij staat op de Belgische lijst van invasieve soorten.
  2. Meld een haard in de openbare ruimte bij je gemeente; voor een grote haard in je tuin vraag je advies aan je gemeente of een gespecialiseerde firma.
  3. Pak een jonge, kleine haard meteen aan: graaf de plant uit met alle wortelstokken, zo diep en breed als nodig, en zoek de grond na op achtergebleven stukjes.
  4. Bij een grotere haard maai of knip je de stengels van april tot oktober elke 2–3 weken af tot op de grond, en dat jaren na elkaar. Zo put je de wortelstokken uit.
  5. Verzamel alle stengels en wortels in dichte zakken, laat niets achter en voer alles af met het restafval of volgens de regels van je gemeente. Nooit op de composthoop of in de gft-bak.
  6. Verplaats geen grond van een plek waar duizendknoop groeit, en maak schoppen, banden en schoenen schoon voor je weggaat.

Bestrijden

Uitputten door maaien
Maai of knip alle stengels van april tot oktober elke 2–3 weken af. Na enkele jaren worden de scheuten dunner en lager; stop niet te vroeg.
Uitgraven
Werkt voor kleine, jonge haarden. Haal alle wortelstokken weg; elk achtergebleven stukje kan opnieuw uitlopen.
Afdekken
Maai de haard, dek hem af met stevig, wortelwerend doek dat ruim over de randen reikt en laat het jarenlang liggen. Controleer randen en naden geregeld op scheuten.
Nazorg
Zaai of plant na de bestrijding inheemse soorten, zodat de grond bedekt is. Controleer de plek nog jaren op nieuwe scheuten.
Afval
Stengels en wortels in gesloten zakken bij het restafval. Niet hakselen, niet composteren en nooit in de natuur dumpen.

Tip: Begin nooit te hakken of te frezen in een duizendknoophaard: elk stukje wortelstok wordt een nieuwe plant. Maai liever volgehouden en voer alles af met het restafval.

Snoeien en maaien

Snoeimaanden: april–oktober.

Wanneer: Van april tot oktober, elke 2–3 weken: niet om de plant te verzorgen, maar om hem uit te putten.

Hoe:

  • Knip of maai de stengels zo laag mogelijk af zodra ze 20–30 cm hoog zijn.
  • Raap alle stukken op: ook stengelstukken met een knoop kunnen op vochtige grond wortelen.
  • Gebruik geen klepelmaaier of hakselaar: die verspreiden kleine stukjes over een groot gebied.
  • Maak maaier, schoenen en banden schoon voor je de plek verlaat.

Let op: Af en toe maaien helpt niet en lokt juist extra scheuten uit: alleen frequent en jarenlang volgehouden maaien put hem uit.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Hoe hij zich verspreidt

Wortelstokken
De belangrijkste weg: uit een klein stukje wortelstok groeit een nieuwe plant. Het reist mee met verplaatste grond, graafmachines en tuinafval.
Stengelstukken
Verse stengelstukken met een knoop wortelen op vochtige grond of in water; langs rivieren drijven ze af en vestigen ze zich stroomafwaarts.
Zaad
In Europa speelt zaad bijna geen rol: de planten zijn vrouwelijk en vormen grotendeels één kloon. Kruisingen met Sachalinse duizendknoop kunnen wel kiemkrachtig zaad vormen.

Hoe komt een Japanse duizendknoop de winter door?

Winterhard tot −30 °C.

  • Na de eerste vorst sterft hij boven de grond af; de holle, roodbruine stengels blijven tot in het voorjaar staan.
  • De wortelstokken overleven strenge vorst moeiteloos en lopen in april weer uit.
  • Onder de dode stengels ligt de grond kaal: op oevers spoelt die in de winter weg.
  • Een goed moment om de omvang van een haard in kaart te brengen en de dode stengels op te ruimen en af te voeren.

Ziektes en plagen

  • Verdringing: Zijn dichte bladerdak neemt al het licht weg: inheemse planten en de dieren die ervan leven verdwijnen.
  • Schade aan verhardingen: Wortelstokken en scheuten dringen door naden in klinkers, muren en asfalt en verbreden scheuren. Pak scheuten meteen aan.
  • Oeverafkalving: In de winter liggen oevers kaal en kalven ze sneller af. Meld haarden langs waterlopen bij je gemeente of de waterbeheerder.
  • Hergroei na uitgraven: Na het uitgraven komen nog jaren scheuten op. Trek ze telkens met wortel en al uit en blijf de plek controleren.
  • Besmette grond: Aangevoerde grond kan stukjes wortelstok bevatten. Vraag naar de herkomst van teelaarde en controleer de plek de eerste jaren.

Het jaar rond

  • Maart: Plek controleren: de eerste rode knoppen verschijnen aan de voet van de oude stengels.
  • April: Rode, aspergeachtige scheuten komen op. Meteen beginnen met maaien of uittrekken.
  • Mei: Om de 2–3 weken maaien. Alles afvoeren met het restafval.
  • Juni: Maaien volhouden. Randen van het afdekdoek controleren.
  • Juli: Maaien volhouden. Let op nieuwe scheuten buiten de haard.
  • Augustus: De bloei begint. Blijf maaien, ook bij hitte.
  • September: Maaien volhouden. Noteer hoe groot de haard nog is.
  • Oktober: Laatste maaibeurt; de bovengrondse delen sterven af.
  • November: Dode stengels opruimen en afvoeren.
  • December: Rust. Plan de aanpak voor volgend jaar.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • Philipp Franz von Siebold bracht de plant in de 19e eeuw vanuit Japan naar zijn kwekerij in Leiden. In 1847 bekroonde een tuinbouwvereniging in Utrecht hem nog met een gouden medaille als interessantste nieuwe sierplant.
  • In Europa zijn de planten bijna allemaal vrouwelijk en genetisch vrijwel gelijk: de soort verspreidt zich hier als één reusachtige kloon, zonder zaad.
  • In Japan heet de plant itadori en worden de jonge scheuten als groente gegeten. Daar houden insecten en schimmels hem in toom.

Meer soorten uit Europa · Alle soorten

Laden…