Foto: Uoaei1, CC BY-SA 3.0 · bron
Kruidachtige plant · Duizendknoopfamilie (Polygonaceae)
Adderwortel
Bistorta officinalis
In andere talen: Renouée bistorte (Français) · Common bistort (English)
Komt in België in het wild voor.
Adderwortel is een inheemse, overblijvende plant van vochtige hooilanden, beekdalen en natte bosranden. In België groeit hij vooral in de Ardennen, waar hij in mei–juni hele weiden roze kleurt; in Vlaanderen is hij zeldzaam. Je herkent hem aan de dichte, roze bloemaren op een kale stengel, boven brede, langwerpige bladeren met een gevleugelde steel. De naam komt van de dikke, gekronkelde wortelstok. In een natte tuin of aan een vijverrand is hij een stevige, kleurrijke bodembedekker, en in de Ardennen is hij de waardplant van de zeldzame blauwe vuurvlinder.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal tot nat
mag niet uitdrogen
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
0,6 m
hoog, 0,5 m breed
Bloei
mei–juli
| Snoeimaanden | maart, juli en september |
|---|---|
| Hoogte | 0,6 m |
| Inheems in België | Ja |
| Bloei | mei–juli |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- Overblijvende plant van 30–80 cm die met dikke wortelstokken brede pollen vormt.
- Blad
- Langwerpig eirond, 10–20 cm, met een afgeknotte of hartvormige voet en een gevleugelde bladsteel; bovenkant groen, onderkant blauwgrijs.
- Bloem
- Dichte, cilindervormige aar van 3–7 cm met kleine, lichtroze bloempjes op een onvertakte, bijna kale stengel; van mei tot juli.
- Vrucht
- Een klein, glanzend bruin, driekantig nootje.
- Wortels
- Dikke, S-vormig gekronkelde wortelstok, vanbinnen roodachtig.
- Verwarring met
- Veenwortel groeit in of aan het water en heeft kortere, dikkere aren op een bebladerde stengel. Perzikkruid en beklierde duizendknoop zijn eenjarig, met vertakte stengels en kleinere aren. Adderwortel herken je aan de ene, dikke aar op een lange, kale stengel.
Bloei: mei–juli · Snoeien: maart, juli en september
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Waardplant van de blauwe vuurvlinder, een zeldzame dagvlinder die in België bijna alleen in natte Ardense hooilanden met adderwortel leeft.
- De roze aren zitten vol nectar en worden druk bezocht door bijen, hommels en zweefvliegen.
- Vormt met zijn wortelstokken een dichte mat die onkruid onderdrukt: ideaal op natte grond waar weinig andere planten het goed doen.
- Lange bloei van mei tot juli, met frisgroen blad tot in de herfst.
- De jonge bladeren werden vroeger gegeten, onder meer in een traditionele kruidenpudding in Noord-Engeland.
Waar staat een adderwortel graag?
- In het wild: vochtige tot natte hooilanden, beekoevers, ruigten en natte bosranden, vooral in koele, regenrijke streken.
- In de tuin: zon of halfschaduw; hoe zonniger, hoe vochtiger de grond moet zijn.
- Humusrijke, vochtige tot natte, liefst wat zure grond: klei, leem of venige grond.
- Mooi aan een vijverrand, in een natte hoek of als bodembedekker tussen lichte struiken.
Mooi samen met
- Moerasspirea: Romige pluimen op dezelfde natte grond, bloeit net na de adderwortel.
- Echte koekoeksbloem: Rafelige roze bloemen in mei–juni in hetzelfde vochtige hooiland.
- Grote pimpernel: Donkerrode knopjes in de zomer; een klassieke partner in natte hooilanden.
- Pinksterbloem: Bloeit lichtlila in april, voor de adderwortel begint.
- Moerasvergeet-mij-nietje: Hemelsblauwe bloemetjes aan de waterkant.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een adderwortel?
- Koop planten bij een kwekerij voor inheemse planten. Graaf nooit adderwortel uit in het wild.
- Plant in maart–april of september–oktober, met 40–50 cm tussenruimte; vier tot zes planten per m² geven snel een gesloten tapijt.
- Werk wat compost of bladaarde door de plantplek als de grond schraal en droog is.
- Zet de plant even diep als in de pot en geef royaal water.
- Houd de grond het eerste jaar vochtig; een laag bladcompost als mulch helpt.
Verzorgen
- Water
- Nooit laten uitdrogen: op droge grond worden de bladeren bruin. Geef in droge zomers water.
- Bemesten
- Een laagje compost in het voorjaar is genoeg.
- Maaien
- In een hooiland eenmaal maaien in september, na de bloei, en het maaisel afvoeren. Laat altijd een deel ongemaaid voor vlinders.
- Woekeren
- Breidt zich gestaag uit met wortelstokken. Steek in het voorjaar de randen af als hij te groot wordt.
- Uitgebloeide aren
- Knip ze in juli af; de pol blijft netter en geeft soms nog wat nabloei.
Tip: Plant adderwortel waar de grond in de zomer vochtig blijft, zoals aan de lage kant van de tuin of naast een overlopende regenton: daar wordt hij een prachtig roze tapijt.
Snoeien en maaien
Snoeimaanden: maart, juli en september.
Wanneer: In maart het oude blad opruimen, in juli de uitgebloeide aren knippen, in een hooiland maaien in september.
Hoe:
- Knip uitgebloeide bloemstengels in juli aan de voet af.
- Laat het afgestorven blad in de winter liggen: het beschermt de wortelstokken.
- Haal in maart het oude blad weg voor de nieuwe bladeren uitlopen.
- In een hooiland: maai in september op 5–10 cm en voer het maaisel af.
Let op: Wil je vlinders helpen, maai dan nooit alles tegelijk: laat altijd een deel staan.
Vermeerderen
- Scheuren
- In maart–april of september een stuk wortelstok met enkele knoppen afsteken en elders planten. Dat lukt heel makkelijk.
- Zaad
- In de herfst vers zaad buiten zaaien in een pot met vochtige grond; kiemt in het voorjaar. Trager dan scheuren.
Hoe komt een adderwortel de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Het blad sterft af en wordt bruin; de wortelstok overwintert in de grond.
- Zeer winterhard, tot ongeveer −30 °C: ook in de Hoge Ardennen geen enkel probleem.
- Laat het afgestorven blad liggen als bescherming voor de knoppen en als schuilplaats voor kleine beestjes.
Ziektes en plagen
- Woekeren: Op vochtige grond breidt hij zich snel uit. Afsteken met een spade houdt hem binnen de perken.
- Bruine bladeren: Teken van droogte of te veel zon. Water geven of verplanten naar een vochtigere plek.
- Slakken: Vreten aan jonge bladeren in het voorjaar; meestal groeit de plant er snel overheen.
- Weinig bloei: Te veel schaduw of te droge grond. Een lichtere, vochtige plek helpt.
Het jaar rond
- Maart: Oud blad opruimen. Planten of scheuren.
- April: Nieuwe bladeren; compost geven.
- Mei: Eerste roze aren.
- Juni: Volle bloei; veel bijen en hommels.
- Juli: Einde van de bloei; uitgebloeide aren afknippen.
- Augustus: Water geven bij droogte.
- September: Hooiland maaien en maaisel afvoeren. Planten, scheuren of zaaien.
- Oktober: Planten.
- November: Het blad sterft af; laten liggen.
- December: Rust.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Bistorta betekent ‘twee keer gedraaid’ en slaat op de gekronkelde wortelstok; ook ‘adderwortel’ verwijst naar die slangachtige vorm.
- In Noord-Engeland maakte men in het voorjaar een kruidenpudding met de jonge bladeren, de ‘Easter-ledge pudding’.
- De blauwe vuurvlinder is in België volledig afhankelijk van adderwortel: zonder goed beheerde natte hooilanden verdwijnt de vlinder.