Foto: Olivier Pichard, CC BY-SA 3.0 · bron
Kruidachtige plant · Kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)
Herik
Sinapis arvensis
In andere talen: Moutarde des champs (Français) · Charlock (English)
Komt in België in het wild voor.
Herik is een eenjarige akkerplant uit de kruisbloemenfamilie, met heldergele bloemen van mei tot september. Hij groeit op akkers, in akkerranden, op braakliggende grond, bouwterreinen en in bermen, vooral op kalkhoudende leem en klei, en is in heel België algemeen. Je herkent hem aan de ruw behaarde stengel, de grove, onregelmatig gelobde onderste bladeren, de horizontaal afstaande kelkblaadjes en de hauwen met een lange snavel. Zijn zaad blijft tientallen jaren kiemkrachtig in de bodem: na het omwoelen van grond kleurt een terrein soms plots helemaal geel. Voor bijen, zweefvliegen en zaadetende vogels is hij waardevol, voor de moestuinier een onkruid om in toom te houden.
Let op: Herik bevat, zoals alle mosterdachtigen, scherpe mosterdoliestoffen, vooral in het zaad. Grazende dieren zoals koeien, schapen en paarden kunnen ziek worden als ze er veel van eten, bijvoorbeeld via voer met veel heriksaad. Eet de plant zelf niet in grote hoeveelheden.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Winterhard
tot -10 °C
beschermen in strenge winters
Grootte
0,6 m
hoog, 0,3 m breed
Bloei
mei–september
| Snoeimaanden | juli–augustus |
|---|---|
| Hoogte | 0,6 m |
| Inheems in België | Ja |
| Bloei | mei–september |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- Eenjarige, rechtopstaande plant van 30–80 cm, soms tot 1 m, met vertakte stengels.
- Blad
- Onderste bladeren groot, ruw behaard, met een grote eindlob en enkele kleinere zijlobben. Bovenste bladeren ongedeeld, grof getand en niet stengelomvattend.
- Bloem
- Heldergeel, 1,5–2 cm breed, met vier kroonbladen in een kruis. De kelkblaadjes staan horizontaal af. Van mei tot september.
- Vrucht/Zaad
- Hauw van 2,5–4,5 cm met een kegelvormige snavel van ongeveer een derde van de lengte; ronde, donkerbruine tot zwarte zaadjes.
- Stengel
- Onderaan ruw, met stijve, afstaande haren.
- Verwarring met
- Koolzaad heeft blauwgroene, kale bladeren die de stengel omvatten. Witte mosterd heeft diep veerdelige bladeren en behaarde hauwen met een platte, zwaardvormige snavel. Knopherik heeft lichtgele of witte bloemen met donkere nerven en hauwen die tussen de zaden ingesnoerd zijn.
Bloei: mei–september · Snoeien: juli–augustus
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Rijke bron van nectar en stuifmeel voor honingbijen, hommels, solitaire bijen en zweefvliegen vanaf mei.
- Waardplant voor de rupsen van witjes, zoals het groot en klein koolwitje en het klein geaderd witje.
- De zaden zijn voedsel voor akkervogels zoals vinken en kneuen.
- Een kenmerkende plant van bloemrijke akkerranden, samen met klaproos en korenbloem.
- Jonge bladeren werden vroeger als groente gegeten, en het zaad werd soms gebruikt als vervanger van mosterd.
Waar staat een herik graag?
- In het wild: akkers, akkerranden, braakliggende grond, bouwterreinen, dijken en bermen.
- Volle zon.
- Voedselrijke, kalkhoudende of neutrale leem- en kleigrond; op arm, zuur zand minder.
- In de tuin: een akkerbloemenrand, een bloemenakker die je elk jaar licht bewerkt, of tijdelijk op een kaal stuk grond.
Mooi samen met
- Grote klaproos: Rood naast geel in dezelfde akkerrand.
- Korenbloem: Een blauw accent en ook een bijenplant van de akker.
- Echte kamille: Witte bloemhoofdjes op dezelfde bewerkte grond.
- Akkerviooltje: Een klein, laag akkerbloempje tussen de hogere planten.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een herik?
- Herik komt vaak vanzelf op na het omspitten van grond: het zaad zat al in de bodem.
- Wil je hem bewust in een akkerbloemenrand, koop dan zaad bij een kwekerij of zaadhandel voor inheemse planten. Graaf nooit planten uit in het wild.
- Zaai in maart–mei op losgemaakte, onkruidvrije grond: dun uitstrooien en licht inharken.
- Dun uit tot 15–20 cm tussen de planten en geef water tot de kiemplanten stevig staan.
- Zaai hem niet in of naast de moestuin met koolgewassen: hij deelt er ziekten en plagen mee.
- Bewerk de akkerrand elk jaar licht: zonder grondbewerking verdwijnt herik.
Verzorgen
- Water
- Niet nodig.
- Bemesten
- Niet nodig: op rijke grond wordt hij vanzelf groot.
- Woekeren
- In de moestuin schoffel je de kiemplanten weg. Laat er geen zaad zetten, want dat blijft jarenlang in de grond.
- Grondbewerking
- Hoe minder je spit, hoe minder herik kiemt: het zaad kiemt vooral als het naar boven komt.
- Zaad laten vallen
- In een akkerbloemenrand laat je een deel uitzaaien voor volgend jaar.
Tip: Spit zo weinig mogelijk in de moestuin: het heriksaad wacht in de grond en kiemt pas als je het naar boven haalt. In een akkerbloemenrand doe je net het omgekeerde en bewerk je de grond elk jaar licht.
Snoeien en maaien
Snoeimaanden: juli–augustus.
Wanneer: Niet snoeien. Wil je uitzaaien voorkomen, maai of trek de planten in juli–augustus, zodra de eerste hauwen gevormd zijn en voor ze rijp zijn.
Hoe:
- Trek of maai bloeiende planten voor de hauwen bruin worden.
- Laat in een akkerbloemenrand een deel staan tot het zaad rijp is, voor de vogels en voor volgend jaar.
- Afgemaaide planten met groene hauwen kunnen nog zaad rijpen: voer ze af als je geen nieuwe herik wilt.
Vermeerderen
- Zaad
- Elke plant vormt honderden zaden, die tientallen jaren in de bodem kunnen overleven. Ze kiemen vooral in het voorjaar, na grondbewerking.
Hoe komt een herik de winter door?
Winterhard tot −10 °C: beschermen in strenge winters.
- De plant sterft na het zaadzetten af; het zaad overwintert in de grond.
- Late kiemplantjes uit de herfst verdragen lichte vorst, maar sterven meestal bij strenge vorst.
- Oude stengels met hauwen bieden in de herfst nog zaad voor vogels.
Ziektes en plagen
- Knolvoet: Herik is een kruisbloemige en kan knolvoet en andere koolziekten in stand houden. Wied hem in en rond de moestuin.
- Aardvlooien: Kleine springende kevertjes maken gaatjes in het jonge blad. De grond vochtig houden helpt.
- Koolwitjes: Ze leggen er eieren op. Bescherm je kool met een insectengaas; de herik in de akkerrand mag blijven.
- Koolzaadglanskever: Kleine zwarte kevertjes vreten aan de bloemknoppen. Onschuldig in een wilde rand.
- Zaadbank: Eén jaar uitzaaien geeft jaren werk. Laat in de moestuin geen enkele plant zaad zetten.
Het jaar rond
- Maart: Zaaien in een akkerbloemenrand. Kiemplanten in de moestuin wegschoffelen.
- April: Schoffelen. Zaaien.
- Mei: Begin van de bloei: bijen en zweefvliegen op de bloemen.
- Juni: Volle bloei. Koolwitjes leggen eieren.
- Juli: Hauwen vormen zich. Maaien of uittrekken als je geen zaad wilt.
- Augustus: Laatste maaibeurt voor de hauwen rijp zijn. Zaad oogsten in de akkerrand.
- September: Laatste bloemen. De akkerbloemenrand licht bewerken.
- Oktober: De planten sterven af; vogels eten van het zaad.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Herikzaad kan tientallen jaren in de bodem overleven; daarom kleuren omgewoelde terreinen en nieuwe bermen soms plots geel.
- ‘Sinapis’ is de oude Latijnse naam voor mosterd, ‘arvensis’ betekent ‘van de akker’.
- Voor de komst van moderne bestrijding kleurden graanvelden vaak geel van herik; in veel akkers is hij sindsdien sterk afgenomen.