Akkerviooltje (Viola arvensis)

Foto: Rasbak at Dutch Wikipedia, CC BY-SA 3.0 · bron

Kruidachtige plant · Viooltjesfamilie (Violaceae)

Akkerviooltje

Viola arvensis

In andere talen: Pensée des champs (Français) · Field pansy (English)

Komt in België in het wild voor.

Het akkerviooltje is een klein, eenjarig viooltje van 5–30 cm met roomwitte tot bleekgele bloempjes, soms met een paarse blos op de bovenste kroonbladen. Het groeit op akkers, in moestuinen en borders, op braakland, in bermen en op open plekken in grasland, vooral op zandige en lemige grond, en is in België zeer algemeen. Je herkent het aan de kleine bloemen waarvan de kroonbladen niet langer zijn dan de kelkbladen, en aan de grote, diep ingesneden steunblaadjes met een bladachtige middenslip. Het bloeit van april tot in oktober en zet voortdurend zaad. Op een akker is het een onkruid dat weinig kwaad doet; in de tuin een lief, onopvallend bloempje en een waardplant voor de rupsen van de kleine parelmoervlinder.

  • Licht

    Volle zon

    warm en licht

  • Vocht

    Normaal

    geen natte voeten

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -20 °C

  • Grootte

    0,15 m

    hoog, 0,15 m breed

  • Bloei

    april–oktober

Feiten op een rij
Hoogte0,15 m
Inheems in BelgiëJa
Bloeiapril–oktober

Herkennen

Zo herken je hem

Groeivorm
Eenjarig kruid van 5–30 cm, rechtop of uitgespreid, vaak vanaf de voet vertakt.
Blad
Gesteeld, de onderste rond tot eirond, de hogere langwerpig, met een gekartelde rand. De steunblaadjes zijn groot en diep veerspletig, met een gekartelde, bladachtige middenslip.
Bloem
Klein, 8–20 mm, roomwit tot bleekgeel met een donkergeel vlekje en donkere streepjes op het onderste kroonblad; de bovenste kroonbladen zijn soms paars aangelopen. De kroonbladen zijn even lang als of korter dan de kelkbladen. Bloeit van april tot oktober.
Vrucht/Zaad
Een rond doosvruchtje dat in drie kleppen openspringt en de kleine, lichtbruine zaadjes wegschiet.
Wortels
Een dunne penwortel: makkelijk uit te trekken.
Verwarring met
Driekleurig viooltje heeft grotere bloemen, meestal met veel paars, waarvan de kroonbladen duidelijk langer zijn dan de kelkbladen. De twee kruisen soms, zodat je tussenvormen ziet. Tuinviooltjes zijn veel groter.

Bloei: april–oktober

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Waardplant voor de rupsen van de kleine parelmoervlinder, die op akkers en braakland vooral akkerviooltjes gebruikt.
  • Bloeit maandenlang, van april tot oktober, en geeft kleine bijen en zweefvliegen stuifmeel en wat nectar, al bestuift het zichzelf ook vaak.
  • De doosvruchtjes springen in drie kleppen open en schieten de zaadjes weg: leuk om aan kinderen te laten zien.
  • Laag en onschuldig: het groeit tussen groenten en vaste planten zonder ze te verdringen.
  • Een typische akkerbloem die samen met klaproos en korenbloem in een akkerbloemenstrook past.

Waar staat een akkerviooltje graag?

  • In het wild: akkers, moestuinen, braakland, bermen, open plekken in grasland, tuinen en spoorwegterreinen.
  • Volle zon tot lichte halfschaduw.
  • Losse, zandige tot lemige grond, van vrij arm tot matig voedselrijk en niet te nat.
  • In de tuin: in een akkerbloemenstrook, tussen de groenten, aan de rand van een border of tussen de tegels van een zonnig pad.

Mooi samen met

  • Klaproos: Rood boven de lage viooltjes in een akkerbloemenstrook.
  • Korenbloem: Blauw op dezelfde open, zonnige grond.
  • Hoenderbeet: Roze lipbloempjes op dezelfde open moestuingrond.
  • Driekleurig viooltje: Een groter, paarser familielid voor dezelfde zonnige, zandige grond.
  • Reigersbek: Roze bloempjes op zandgrond, ook een kleine, bescheiden akkerbloem.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een akkerviooltje?

  1. Meestal duikt het vanzelf op in moestuin of border; zaaien is zelden nodig.
  2. Wil je het toch, koop dan zaad van inheemse herkomst bij een kwekerij van wilde planten, los of in een akkerbloemenmengsel.
  3. Zaai in september–oktober of in maart–april op open, losse grond en hark het zaad heel licht in.
  4. Houd de grond vochtig tot de kieming en laat de plantjes op 10–15 cm van elkaar staan.
  5. Graaf nooit planten uit in het wild; een paar rijpe doosvruchtjes uit je eigen tuin zijn genoeg.

Verzorgen

Water
Niet nodig.
Bemesten
Niet nodig; op rijke grond wordt het door andere planten overgroeid.
Grond openhouden
Als akkerbloem heeft het open grond nodig: bewerk een akkerbloemenstrook elk jaar licht in de herfst.
Wieden
Te veel? Schoffel of trek de plantjes weg voor ze zaad zetten; ze wortelen ondiep.
Zaad laten vallen
Laat een paar planten afrijpen; de doosvruchtjes schieten het zaad zelf rond.

Tip: Kijk naar de kroon- en kelkbladen: zijn de kroonbladen niet langer dan de kelk, dan heb je een akkerviooltje; steken ze er duidelijk bovenuit, dan is het een driekleurig viooltje.

Snoeien en maaien

Wanneer: Niet nodig; schoffel of trek de planten weg wanneer je het bed nodig hebt.

Hoe:

  • Snoeien hoeft niet bij dit kleine, eenjarige viooltje.
  • Wil je minder zaailingen, haal de planten dan weg voor de doosvruchtjes openspringen.
  • Leg uitgetrokken planten zonder zaad op de composthoop of als mulch tussen de groenten.

Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Zaad
Rijpt doorlopend van juni tot oktober. Zaai in de herfst of het voorjaar op open grond, of laat het zichzelf uitzaaien.

Hoe komt een akkerviooltje de winter door?

Winterhard tot −20 °C.

  • Planten die in de herfst kiemen, overwinteren als klein rozetje en bloeien al in april.
  • In zachte herfsten bloeit het soms nog tot in december.
  • Goed winterhard; ook het zaad overwintert in de grond.

Ziektes en plagen

  • Te veel zaailingen: Op open grond kan het talrijk worden. Schoffel jong en mulch de grond tussen de groenten.
  • Overgroeid raken: In een dichte begroeiing of op rijke grond verdwijnt het. Houd een open strookje vrij of bewerk de grond licht.
  • Bladluis en meeldauw: Komen soms voor; bij een eenjarige meestal onschuldig.
  • Slakken: Eten soms jonge plantjes; meestal blijven er genoeg over.

Het jaar rond

  • Maart: Overwinterde rozetjes groeien. Zaaien kan nog.
  • April: Eerste roomwitte bloempjes.
  • Mei: Bloei; rupsen op de blaadjes gewoon laten zitten.
  • Juni: Bloei en eerste rijpe doosvruchtjes.
  • Juli: Bloei; wieden waar het stoort.
  • Augustus: Bloei en zaadzetting.
  • September: Zaaien op open grond voor het volgende jaar.
  • Oktober: Laatste bloemen; nieuwe kiemplantjes verschijnen.
  • November: Jonge rozetjes gaan de winter in.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • Arvensis betekent ‘van de akkers’.
  • Akkerviooltje en driekleurig viooltje kruisen gemakkelijk; daardoor zie je op akkers vaak tussenvormen met meer of minder paars.
  • De Franse naam pensée en het Engelse pansy komen van het Franse woord voor ‘gedachte’.

Meer soorten uit Europa · Alle soorten

Laden…