
Foto: Michael Becker, CC BY-SA 3.0 · bron
Kruidachtige plant · Vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)
Hazenpootje
Trifolium arvense
In andere talen: Trèfle des champs (Français) · Hare’s-foot clover (English)
Komt in België in het wild voor.
Hazenpootje is een eenjarig klavertje van 5–30 cm met zacht behaarde, grijsroze bloemhoofdjes die echt op een hazenpootje lijken. Het groeit op droge, zonnige, zandige plekken: in duinen, op heideranden, in schrale bermen, op zandige akkerranden, spoorwegtaluds en braakliggende zandgrond. In België is het algemeen in de Kempen, op de zandgronden van Vlaanderen en aan de kust, maar zeldzamer op leem en klei. Je herkent het aan de smalle, behaarde deelblaadjes en vooral aan de langwerpige, wollige hoofdjes van 1–2,5 cm, waarin de lange, gevederde kelktanden de kleine witroze bloempjes bijna verbergen. Het is geliefd bij bijen en hommels en bindt als vlinderbloemige stikstof uit de lucht.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog
verdraagt droogte
Winterhard
Volledig winterhard
tot -20 °C
Grootte
0,2 m
hoog, 0,15 m breed
Bloei
juni–september
| Snoeimaanden | september |
|---|---|
| Hoogte | 0,2 m |
| Inheems in België | Ja |
| Bloei | juni–september |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- Eenjarig, soms tweejarig, rechtop vertakt kruidje van 5–30 cm, met zacht behaarde, vaak roodachtig aangelopen stengels.
- Blad
- Drietallig; de deelblaadjes zijn smal langwerpig, 1–2 cm, zacht behaard en aan de top fijn getand. Lange, spitse steunblaadjes.
- Bloem
- Langwerpige, cilindrische hoofdjes van 1–2,5 cm, grijsroze en zacht wollig door de lange, gevederde kelktanden; de kleine witte tot roze bloempjes zijn korter dan de kelk. Bloeit van juni tot september.
- Vrucht/Zaad
- Een klein peultje met één zaadje, verborgen in de behaarde kelk. De wollige kelken helpen het zaad te verspreiden met de wind of aan de vacht van dieren.
- Wortels
- Een dunne penwortel met knolletjes vol stikstofbindende bacteriën.
- Verwarring met
- Gestreepte klaver en ruwe klaver hebben bolle, niet wollige hoofdjes en bredere deelblaadjes. Hazenstaart, een siergras, heeft ook wollige pluimpjes, maar smalle grasbladeren en geen klaverblad.
Bloei: juni–september · Snoeien: september
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Bloeit de hele zomer, van juni tot september, op droge zandgrond waar weinig andere bloemen nectar geven: hommels, honingbijen en wilde bijen bezoeken het.
- Een sierlijk plantje voor een zand- of grindtuin, een zonnige helling of een schrale, zandige berm.
- De wollige hoofdjes blijven lang mooi en zijn leuk in droogboeketjes.
- Als vlinderbloemige leeft het samen met bacteriën in wortelknolletjes die stikstof uit de lucht binden.
- Een kenmerkende plant van droge, open zandgrond: waar het groeit, is de grond schraal en onbemest.
Waar staat een hazenpootje graag?
- In het wild in duinen, op heideranden, in droge graslanden, schrale bermen, op spoorwegterreinen en zandige akkers of braakland.
- Volle zon.
- Droge, voedselarme, kalkarme tot licht kalkhoudende zand- of grindgrond; geen natte of rijke grond.
- In de tuin: in een zand- of grindtuin, tussen tegels op zand, in een schrale bloemenweide of op een zonnige, droge helling.
Mooi samen met
- Zandblauwtje: Blauwe bolletjes op dezelfde droge zandgrond.
- Muizenoor: Lichtgele hoofdjes en zilverige rozetten in een zandtuin.
- Grasklokje: Blauwe klokjes in een schrale berm.
- Echt walstro: Geurige gele pluimen in dezelfde droge, zonnige weide.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een hazenpootje?
- Koop zaad bij een zadenhandel voor inheemse planten; als plant in een pot vind je het zelden.
- Zaai in september–oktober of in maart–april ter plaatse op schrale, open grond; op rijke grond meng je eerst veel zand door de bovenlaag.
- Strooi het zaad dun, druk het aan en bedek het nauwelijks.
- Hou de grond vochtig tot de kieming; daarna is water niet meer nodig.
- Dun niet of nauwelijks uit; 10–15 cm tussen de planten is genoeg.
- Graaf nooit planten uit in duinen of andere natuurgebieden.
Verzorgen
- Water
- Niet nodig; het is gemaakt voor droogte.
- Bemesten
- Nooit: op rijke grond verdwijnt het onder grassen en grotere kruiden.
- Maaien
- Een schrale bloemenweide maai je in september, als het zaad gevallen is; voer het maaisel af.
- Open grond
- Als eenjarige heeft het kale plekjes nodig om te kiemen. Hark na het maaien hier en daar de grond open.
- Zaad laten vallen
- Laat de hoofdjes afrijpen, zodat het zich elk jaar opnieuw uitzaait.
Tip: Op rijke tuingrond houdt hazenpootje het niet lang vol: strooi het zaad op een plekje met puur zand, bijvoorbeeld langs een pad of in een grindtuin, en het zaait zichzelf jarenlang uit.
Snoeien en maaien
Snoeimaanden: september.
Wanneer: Niet nodig; een schrale bloemenweide maai je in september, na de zaadzetting.
Hoe:
- Laat de hoofdjes rijpen en het zaad vallen voor je maait.
- Maai hoog en voer het maaisel af, zodat de grond schraal blijft.
- Pluk gerust enkele hoofdjes voor een droogboeket, maar laat de meeste staan.
Vermeerderen
- Zaad
- Rijpt van juli tot september. Pluk droge hoofdjes, wrijf ze uit en zaai in de herfst of het voorjaar.
Hoe komt een hazenpootje de winter door?
Winterhard tot −20 °C.
- Meestal sterft het na de zaadzetting af; planten die in de herfst kiemen, overwinteren als klein rozetje.
- Het zaad overwintert in de grond en kiemt in het voorjaar of de herfst.
- De droge, grijze hoofdjes blijven soms tot in de winter staan.
Ziektes en plagen
- Verdringing: Op rijke grond of tussen hoog gras verdwijnt het. Hou de grond schraal en open.
- Natte grond: Op natte, zware grond rotten de rozetjes in de winter weg. Kies een droge zandplek.
- Slakken: In een nat voorjaar eten slakken soms de zaailingen op. Zaai dan wat ruimer.
Het jaar rond
- Maart: Zaaien op schrale, open grond.
- April: Zaailingen en overwinterde rozetjes groeien.
- Juni: Eerste grijsroze, wollige hoofdjes.
- Juli: Volle bloei; hommels en bijen op de hoofdjes.
- Augustus: Bloei en zaadrijping. Hoofdjes plukken voor een droogboeket.
- September: Na de zaadval maaien en het maaisel afvoeren. Zaaien kan.
- Oktober: Herfstkiemers verschijnen als kleine rozetjes.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De wol op de hoofdjes komt niet van de bloempjes zelf, maar van de lange, gevederde kelktanden.
- In veel talen verwijst de naam naar een haas: in het Frans heet het ook pied-de-lièvre, in het Engels hare’s-foot clover.
- Arvense betekent ‘van de akkers’: vroeger groeide het veel op arme zandakkers.