Foto: Original uploader was GerardM at nl.wikipedia, CC BY-SA 3.0 · bron
Struik · Wilgenfamilie (Salicaceae)
Amandelwilg
Salix triandra
De amandelwilg is een struikwilg van 3–7 m van rivier- en slootoevers, met glanzend, kaal, regelmatig gezaagd blad dat op dat van de amandelboom lijkt. Op oudere stammen schilfert de schors in plakken af, zoals bij een plataan. In april–mei bloeit hij met slanke, geurende katjes, samen met het blad en later dan de meeste andere wilgen. Vroeger werd hij veel geteeld in grienden: zijn taaie, gladde twijgen zijn ideaal voor fijn vlechtwerk. Hij wil volle zon en vochtige tot natte grond, en je zet hem in de winter af. In het wild is hij bij ons zeldzaam.
Let op: De wortels zoeken water: plant hem niet vlak bij het huis, de riolering, drainage of een vijverfolie.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Vochtig tot nat
mag niet uitdrogen
Grond
Elke tuingrond
elke zuurtegraad
Winterhard
In heel België
geen bescherming nodig
Grootte
3–7 m
hoog
Bloei
april–mei
| Snoeimaanden | december–maart |
|---|---|
| Hoogte | 3–7 m |
| Inheems in België | Ja |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | april–mei |
Herkennen
Hoe herken je een amandelwilg?
- Groeivorm
- Struik of struikvormig boompje van 3–7 m; als hakhout zo’n 3 m breed.
- Blad
- Verspreid, 5–10 cm, lancetvormig, regelmatig gezaagd en kaal; bovenzijde glanzend donkergroen, onderzijde dof groen of blauwgrijs. Grote, oorvormige steunblaadjes die lang blijven.
- Schors
- Kale, olijfgroene tot roodbruine twijgen; oudere stammen met schors die in plakken afschilfert.
- Bloem
- Slanke, geurende katjes in april–mei, samen met het blad; de mannelijke bloempjes hebben drie meeldraden.
- Vrucht
- Pluizige zaadjes in juni.
- Verschil met schietwilg en kraakwilg
- De schietwilg is een grote boom met blad dat aan beide kanten zilverig behaard is; de kraakwilg is een boom met groter, lang toegespitst blad en twijgen die met een krak afbreken.
Bloei: april–mei · Snoeien: december–maart
Herkennen per kenmerk: Lang en smal blad · Afbladderende schors
Lijkt op, maar is het niet
- Schietwilg Salix alba: blad aan beide kanten zilverig behaard; een grote boom. Verschil met schietwilg
- Kraakwilg (Salix × fragilis): een boom met groter, lang toegespitst blad en twijgen die met een krak afbreken.
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Taaie, gladde twijgen voor fijn vlechtwerk en manden.
- Geurende katjes in april–mei, als de vroegste wilgen al uitgebloeid zijn.
- Waardplant voor veel rupsen.
- Afschilferende schors op oudere stammen, zoals bij een plataan.
Waar staat een amandelwilg graag?
- Volle zon.
- Vochtige tot natte grond, langs een sloot, gracht, rivier of vijver; elk grondtype, en hij verdraagt overstroming.
- Reken op 3–7 m hoog als je hem laat groeien; als hakhout, om de paar jaar afgezet, blijft hij veel kleiner.
- De wortels zoeken water: houd afstand van riolering, drainage en vijverfolie.
- Licht
- Volle zon
- Grond
- Elke tuingrond
- Vocht
- Vochtig tot nat
- Grootte
- 5 m hoog, 3 m breed
- Winterhard
- In heel België, geen bescherming nodig
Mooi samen met
- Bittere wilg: Een andere vlechtwilg met purperrode twijgen: samen een kleine griend met twijgen in verschillende kleuren.
- Katwilg: Een vlechtwilg met lange twijgen voor grover werk, voor dezelfde natte grond.
- Zwarte els: De klassieke boom van de beekoever: samen houden ze de oever vast.
- Schietwilg: Als knotwilg aan dezelfde sloot: samen het beeld van het oude polderlandschap.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een amandelwilg?
- Plant van november tot maart, als de grond niet bevroren is.
- Het makkelijkst is een stek: een verse twijg die je in de winter in de grond steekt.
- Koop plantgoed bij een kwekerij met inheems plantgoed of een wilgenkweker; haal nooit planten uit de natuur.
- Geef water na het planten en het eerste jaar bij droogte.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte; op natte grond daarna nooit.
- Bemesten
- Niet nodig.
- Afzetten
- Om de één à drie jaar in de winter (zie snoeien).
- Twijgen gebruiken
- Sorteer de twijgen na het afzetten op lengte en bundel ze; gedroogde twijgen week je voor het vlechten enkele dagen in water.
Tip: Laat één struik een aantal jaren ongemoeid: op de oudere stammen verschijnt de schilferende schors, en de struik bloeit dan rijk met geurende katjes.
Wanneer snoei je een amandelwilg?
Snoeimaanden: december–maart.
Wanneer: In de winterrust, van december tot maart.
Hoe:
- Zet hem om de één à drie jaar af tot vlak boven de grond of de knot: zo krijg je lange, rechte twijgen.
- Laat je hem als struik groeien, dun dan om de paar jaar de oudste takken uit; zo zie je ook de schilferende schors.
- Zaag dikke takken in twee keer af, zodat de schors niet inscheurt.
Let op: Zet niet alle struiken in hetzelfde jaar af: wie in de winter snoeit, haalt ook de katjes weg die in het voorjaar de bijen voeden.
Vermeerderen
- Stekken
- Steek in de winter twijgen van 20–30 cm in vochtige grond: ze wortelen vlot.
- Levend vlechtwerk
- Verse twijgen die je in de grond steekt en vlecht, groeien uit tot een levend wilgenscherm.
Hoe komt een amandelwilg de winter door?
Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.
- Volledig winterhard, en hij verdraagt overstroming in de winter goed.
- De winter is snoei- en stekseizoen; kies een dag zonder strenge vorst.
Ziektes en plagen
- Wilgenhaantje: Kleine blauwe kevertjes en hun larven vreten het blad. Onschuldig voor een struik die je regelmatig afzet.
- Wilgenroest: Oranje sporenhoopjes op de onderkant van het blad in de nazomer. Onschuldig.
- Wortels in de drainage: Wilgenwortels zoeken water en kunnen in leidingen groeien. Plant hem een paar meter van riolering en drainage.
Het jaar rond
- Januari: Afzetten; twijgen sorteren voor vlechtwerk.
- Februari: Afzetten; stekken in de grond steken.
- Maart: Laatste maand voor snoei en stek.
- April: Bloei: geurende katjes samen met het blad.
- Mei: Laatste katjes voor de bijen.
- Juni: Pluizige zaadjes.
- Juli: Jonge planten water geven bij droogte.
- December: Afzetten; twijgen bundelen.
Gebruiken
Wat kan je ermee?
- Ook gebruikt voor
- Vroeger veel geteeld in grienden: de taaie, gladde twijgen zijn ideaal voor fijn vlechtwerk en manden.
- Voor de natuur
- Geurende katjes voor bijen; waardplant voor veel rupsen.
- Tuin en landschap
- Struik voor natte grond langs een gracht of vijver.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Het is onze enige wilg met drie meeldraden per bloem, vandaar de wetenschappelijke naam triandra; het blad lijkt op dat van de amandelboom.
- Een griend is een perceel wilgen dat geregeld wordt afgezet voor de twijgen. In de Biesbosch waren grienden vroeger een belangrijke bron van werk.
- De schors van oudere stammen schilfert in plakken af, zoals bij een plataan.