Katwilg (Salix viminalis)

Foto: Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 · bron

Struik · Wilgenfamilie (Salicaceae)

Katwilg

Salix viminalis · ook: Bindwilg, Teenwilg

De katwilg is een inheemse, snelgroeiende wilg van 3–6 m, met heel lange, smalle bladeren met een zilverige onderkant en lange, buigzame twijgen. Hij groeit van nature langs beken, grachten en rivieren. Het is dé wilg voor vlechtwerk: zet je hem om de één à drie jaar af, dan maakt hij in één seizoen tot 3 m lange, rechte tenen voor manden, matjes of een levende wilgenhut. In maart–april zijn de katjes een vroege voedselbron voor bijen, en veel rupsen leven van zijn blad.

  • Licht

    Volle zon

    warm en licht

  • Vocht

    Vochtig tot nat

    mag niet uitdrogen

  • Grond

    Elke tuingrond

    elke zuurtegraad

  • Winterhard

    In heel België

    geen bescherming nodig

  • Grootte

    3–6 m

    hoog

  • Bloei

    maart–april

Feiten op een rij
Snoeimaandendecember–maart
Hoogte3–6 m
Inheems in BelgiëJa
Goed voor bijen, vlinders en vogelsJa, voor bijen, vlinders en vogels
Giftig voor mens en huisdierNiet als giftig bekend
Bloeimaart–april

Herkennen

Hoe herken je een katwilg?

Groeivorm
Struik of kleine boom van 3–6 m met lange, rechte twijgen; vaak als hakhout of knotwilg beheerd.
Blad
Verspreid, 10–20 cm lang en 1–2 cm breed, gaaf met een licht omgerolde rand; onderkant zijdeachtig zilvergrijs behaard.
Twijgen
Lang, recht en buigzaam, eerst behaard en later glanzend groenbruin.
Bloem
Katjes in maart–april, vóór het blad; mannelijke en vrouwelijke katjes op aparte struiken.
Vrucht
Pluizige zaden in mei.
Verschil met de schietwilg
De schietwilg heeft kortere bladeren (5–10 cm) met een gezaagde rand, en wordt een grote boom.
Verschil met de boswilg
De boswilg heeft breed-ovaal blad met een grijsviltige onderkant.

Bloei: maart–april · Snoeien: december–maart

Herkennen per kenmerk: Lang en smal blad · Witte of zilveren onderkant

Lijkt op, maar is het niet

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Vroege katjes in maart–april: stuifmeel en nectar voor bijen en hommels.
  • Levert elk jaar lange, buigzame tenen voor vlechtwerk, manden en levende wilgenhutten.
  • Waardplant voor veel rupsen en insecten, en dus voedsel voor vogels.
  • Groeit snel op natte grond, waar veel andere struiken het moeilijk hebben.

Waar staat een katwilg graag?

  • Volle zon; in de schaduw groeit hij slap en ijl.
  • Vochtige tot natte grond: langs een gracht, vijver of beek, of in een laag, nat stuk van de tuin.
  • De wortels zoeken water: plant hem op ruime afstand van rioleringen, drainagebuizen en funderingen.
  • Reken op 3–6 m hoog en zo’n 3 m breed, of houd hem klein door hem regelmatig af te zetten.
Licht
Volle zon
Grond
Elke tuingrond
Vocht
Vochtig tot nat
Grootte
5 m hoog, 3 m breed
Winterhard
In heel België, geen bescherming nodig

Mooi samen met

  • Zwarte els: Een inheemse boom voor dezelfde natte oever.
  • Gelderse roos: Bloeit in mei–juni, draagt rode bessen en houdt ook van vochtige grond.
  • Grote kattenstaart: Paarse bloeiaren in de zomer langs de waterkant, vol bijen en vlinders.
  • Gele lis: Gele bloemen in mei–juni aan de voet van de wilg, met de voeten in het water.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een katwilg?

  1. Plant van november tot maart, als wortelgoed, of steek gewoon een verse twijg in de grond: hij wortelt vanzelf.
  2. Voor een levende wilgenhut of -tunnel: steek in februari–maart tenen van 2–3 m zo’n 30 cm diep in de grond, 20–30 cm uit elkaar, en vlecht de toppen aan elkaar.
  3. Houd gras en onkruid rond jonge planten weg, zodat ze niet verstikken.
  4. Geef water bij droogte in het eerste voorjaar en de eerste zomer.

Verzorgen

Water
Op een natte plek niet nodig; op drogere grond het eerste jaar bij droogte.
Bemesten
Niet nodig.
Afzetten
Om de één à drie jaar in de winter, voor lange, rechte tenen.
Wilgenhut
Vlecht de nieuwe scheuten in de loop van het jaar mee in het geraamte, en knip in de winter weg wat te lang is.

Tip: Bouw met de tenen van je katwilg een levende wilgenhut voor de kinderen: steek in februari lange tenen in een cirkel in de grond en vlecht de toppen samen. Na één zomer heb je een groene hut.

Wanneer snoei je een katwilg?

Snoeimaanden: december–maart.

Wanneer: In de winterrust, van december tot maart.

Hoe:

  • Zet hem elke één à drie jaar af tot vlak boven de grond of tot op de knot: dan krijg je lange, rechte tenen.
  • Gebruik de tenen vers voor vlechtwerk, of laat ze drogen en week ze later een paar dagen in water.
  • Wil je liever een struik dan hakhout, haal dan alleen elk jaar enkele oude takken weg.

Let op: Snoei niet in het broedseizoen (half maart tot half augustus) als er vogels in de struik nestelen.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Winterstekken
Steek in de winter stukken van 20–30 cm van eenjarige twijgen voor twee derde in de grond; ze wortelen bijna altijd.
Lange tenen
Voor een wilgenhut of een levend scherm steek je in februari–maart meteen lange tenen in de grond.

Hoe komt een katwilg de winter door?

Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.

  • Volledig winterhard.
  • In de winter, zonder blad, zie je de lange tenen het best: het moment om af te zetten en te oogsten.

Ziektes en plagen

  • Wilgenhaantje: Kleine, metaalblauwe kevertjes en hun larven vreten in de zomer gaatjes in het blad of maken het doorzichtig. De struik loopt het volgende jaar gewoon weer uit.
  • Wilgenroest: Oranje puistjes op de onderkant van het blad in de late zomer, en vroege bladval. Onschuldig voor een struik die je toch afzet; ruim het blad op.
  • Wortels in leidingen: Wilgenwortels dringen in lekkende rioleringen en drainagebuizen. Plant hem op ruime afstand ervan.
  • Droogte: Bladval en slappe groei op een te droge plek. Kies een vochtige plek of geef water.

Het jaar rond

  • Januari: Afzetten en tenen oogsten.
  • Februari: Afzetten; een levende wilgenhut of -tunnel planten.
  • Maart: Katjes voor de bijen; laatste snoei, vóór half maart.
  • April: Katjes; hij loopt uit.
  • Mei: Pluizige zaden.
  • Juli: Nieuwe scheuten meevlechten in de wilgenhut; let op wilgenhaantjes.
  • November: Planten en winterstekken.
  • December: Afzetten kan beginnen; tenen voor kerstkransen.

Gebruiken

Wat kan je ermee?

Ook gebruikt voor
Twijgen voor vlechtwerk, manden, matjes en levende wilgenhutten of -tunnels.
Voor de natuur
Vroege katjes voor bijen; waardplant voor veel rupsen.
Tuin en landschap
Snelle, vochtminnende struik voor langs een gracht of vijver.

Goed voor dieren

Bijen
Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Rupsen
Waardplant: rupsen van vlinders of nachtvlinders eten van het blad.
Hommels
Nectar en stuifmeel voor hommels, ook uit diepe bloemen en vroeg in de lente.
Nachtvlinders
Nectar voor nachtvlinders, vaak uit bloemen die ’s avonds geuren.
Vogels
Bessen, zaden of insecten als voedsel, of een plek om te nestelen.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • Dé wilg voor vlechtwerk, manden en levende wilgenhutten: de twijgen groeien in één jaar tot 3 m.
  • Wilgen zijn tweehuizig: een struik draagt ofwel gele mannelijke katjes, ofwel groenige vrouwelijke.
  • Wilgenbast bevat salicine, al eeuwen gebruikt tegen pijn en koorts en de basis waarop later aspirine werd ontwikkeld.
  • De soortnaam viminalis komt van het Latijnse vimen, ‘buigzame twijg om mee te vlechten’. Ook de Viminaal, een van de zeven heuvels van Rome, is naar zulke wilgentenen genoemd.
  • In grienden, zoals in de Biesbosch, werden wilgen als de katwilg geteeld voor rijshout. Daarmee vlocht men zinkstukken om dijken en oevers te versterken.

Alle soorten · Determinatietabel · Snoeikalender

Laden…