Herkennen per kenmerk

Boom of struik met lange, smalle bladeren: welke is het?

Een boom of struik met lange, smalle bladeren is in België en Nederland meestal een wilg, zoals de schietwilg, kraakwilg of katwilg; met grove, stekelpuntige tanden is het een tamme kastanje, en een lage struik met smal blad en zwarte bessen is vaak wilde liguster.

17 soorten met dit kenmerk

  1. Schietwilg Salix alba

    Loofboom

    Verspreid, lancetvormig, 5–10 cm, fijn gezaagd; beide zijden (vooral de onderzijde) zijdeachtig zilverig behaard.

    Inheems

  2. Kraakwilg Salix × fragilis

    Loofboom

    Verspreid, 7–15 cm, lancetvormig met lange spitse top, grof en wat onregelmatig gezaagd; boven glanzend groen, onder blauwgroen en (bijna) kaal.

    Inheems

  3. Katwilg Salix viminalis

    Struik

    Verspreid, 10–20 cm lang en 1–2 cm breed, gaaf met een licht omgerolde rand; onderkant zijdeachtig zilvergrijs behaard.

    Inheems

  4. Treurwilg Salix × sepulcralis

    Loofboom

    Verspreid, smal lancetvormig, 8–12 cm, fijn gezaagd.

  5. Bittere wilg Salix purpurea

    Struik

    Verspreid tot bijna tegenoverstaand, 4–10 cm, smal omgekeerd lancetvormig (breedst boven het midden), alleen in het bovenste deel fijn gezaagd; kaal, onderzijde blauwgrijs.

    Inheems

  6. Amandelwilg Salix triandra

    Struik

    Verspreid, 5–10 cm, lancetvormig, regelmatig gezaagd en kaal; bovenzijde glanzend donkergroen, onderzijde dof groen of blauwgrijs. Grote, oorvormige steunblaadjes die lang blijven.

    Inheems

  7. Tamme kastanje Castanea sativa

    Fruitboom

    Verspreid, lancetvormig, 10–25 cm, met evenwijdige zijnerven die elk eindigen in een stekelpuntige tand.

  8. Wilde liguster Ligustrum vulgare

    Struik

    Tegenoverstaand, lancetvormig, 3–6 cm, gaaf; valt in de loop van de winter af.

    InheemsGiftig

  9. Duindoorn Hippophae rhamnoides

    Struik

    Verspreid, 3–7 cm, lijnvormig; boven grijsgroen, onder zilverig geschubd.

    Inheems

  10. Perzik Prunus persica

    Fruitboom

    Verspreid, 8–15 cm, lancetvormig, fijn gezaagd, glanzend groen en vaak wat ingevouwen langs de middennerf.

  11. Amandel Prunus dulcis

    Fruitboom

    Verspreid, lancetvormig, 7–12 cm, fijn gezaagd en glanzend, met een vrij lange bladsteel (2–3 cm).

  12. Olijfboom Olea europaea

    Fruitboom

    Tegenoverstaand, 4–8 cm, smal lancetvormig, gaaf en leerachtig; boven grijsgroen, onder zilverig door kleine schubjes.

  13. Mispel Mespilus germanica

    Fruitboom

    Verspreid, 8–15 cm, lancetvormig, gaaf of bovenaan heel fijn gezaagd, dof groen en zacht behaard; gele tot roodbruine herfstkleur.

    Inheems

  14. Vlinderstruik Buddleja davidii

    Struik

    Tegenoverstaand, lancetvormig, 10–25 cm, fijn gezaagd; onderzijde wit viltig.

  15. Laurier Laurus nobilis

    Struik

    Verspreid, 5–10 cm, smal-ovaal, gaaf met een golvende rand, donkergroen en leerachtig; geeft bij kneuzen meteen een sterke kruidige geur.

  16. Rozemarijn Salvia rosmarinus

    Dwergstruik

    Tegenoverstaand, 2–4 cm, smal naaldvormig en leerachtig; boven donkergroen, onder witviltig, met een omgerolde rand.

  17. Echte lavendel Lavandula angustifolia

    Dwergstruik

    Tegenoverstaand, smal lijnvormig, 2–5 cm, grijs behaard en sterk geurend.

Tip: Wilgen hebben katjes in de lente en groeien graag bij water. Is het blad groenblijvend, leerachtig en van onder zilvergrijs, dan is het eerder een olijfboom; ruikt het kruidig, een laurier of rozemarijn.

Verder in de determinatietabel

Twijfel je tussen twee?

Verder zoeken

Ook herkennen aan

Laden…