Haagliguster (Ligustrum ovalifolium)

Foto: No machine-readable author provided. MPF assumed (based on copyright claims)., CC BY 2.5 · bron

Struik · Olijffamilie (Oleaceae)

Haagliguster

Ligustrum ovalifolium

Haagliguster is een snelgroeiende, halfgroenblijvende struik uit Japan en een van de meest geplante haagplanten in onze streken. Hij verdraagt zware snoei, stadslucht, schaduw en bijna elke grond, en vormt in een paar jaar een dichte haag. Laat je hem vrij groeien, dan wordt hij een struik van 2–4 m met witte, zwaar geurende pluimen in juli en glanzend zwarte, giftige bessen. In zachte winters houdt hij zijn blad.

Let op: De zwarte bessen en het blad zijn giftig: inslikken geeft braken en diarree, vooral bij kinderen. Ook voor honden, katten, paarden en vee is liguster giftig; geef geen knipsel aan dieren. Vogels eten de bessen zonder probleem.

  • Licht

    Zon tot schaduw

    niet kieskeurig

  • Vocht

    Normaal

    geen natte voeten

  • Grond

    Elke tuingrond

    elke zuurtegraad

  • Winterhard

    In heel België

    geen bescherming nodig

  • Grootte

    2–4 m

    hoog

  • Bloei

    juni–juli

Feiten op een rij
Snoeimaandenmei–juni en augustus–september
Hoogte2–4 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Goed voor bijen, vlinders en vogelsJa, voor bijen, vlinders en vogels
Giftig voor mens en huisdierJa, let op met kinderen en huisdieren
Bloeijuni–juli

Herkennen

Hoe herken je een haagliguster?

Groeivorm
Halfgroenblijvende struik van 2–4 m, meestal als geschoren haag.
Blad
Tegenoverstaand, ovaal, 3–6 cm, gaaf en glanzend; blijft in zachte winters aan de struik.
Schors
Grijsbruin en glad.
Bloem
Witte, zwaar geurende pluimen in juli.
Vrucht
Glanzend zwarte bessen, giftig.
Verschil met de wilde liguster
De wilde liguster heeft smaller blad dat in de winter afvalt.
Verschil met buxus
Buxus heeft veel kleiner blad.

Bloei: juni–juli · Snoeien: mei–juni en augustus–september

Herkennen per kenmerk: Groenblijvend blad · Zwarte bessen

Lijkt op, maar is het niet

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Groeit snel: in enkele jaren een dichte haag.
  • Verdraagt zware snoei, stadslucht en bijna elke grond, in zon of schaduw.
  • Houdt in zachte winters zijn blad, en is als wortelgoed goedkoop.
  • Laat je hem bloeien, dan trekken de pluimen veel insecten; de bessen zijn voor de vogels.

Waar staat een haagliguster graag?

  • Zon tot schaduw; in de zon wordt de haag het dichtst.
  • Bijna elke grond, van zand tot klei, als hij maar niet lang nat staat.
  • Als vrije struik reken je op 3 m breed; als haag houd je hem 50–80 cm breed.
  • Ook geschikt voor de stad, langs de straat en op een winderige plek.
Licht
Zon tot schaduw
Grond
Elke tuingrond
Vocht
Normaal
Grootte
4 m hoog, 3 m breed
Winterhard
In heel België, geen bescherming nodig

Mooi samen met

  • Wilde liguster: In dezelfde haag gemengd: de inheemse soort brengt meer bloemen en bessen voor de natuur.
  • Haagbeuk: Een gemengde haag van liguster en haagbeuk blijft in de winter deels groen en deels bruin bebladerd.
  • Hulst: Groenblijvende hulst tussen de liguster houdt de haag ook in strenge winters dicht.
  • Kleine maagdenpalm: Een groenblijvende bodembedekker voor de schaduwrijke voet van de haag.

Past goed bij, en liever niet bij

Past goed bij

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een haagliguster?

  1. Plant van november tot maart als wortelgoed; uit pot kan het bijna het hele jaar, behalve bij vorst of droogte.
  2. Reken op 3–4 planten per meter in één rij, of 5 per meter in twee rijen in zigzag voor een extra dichte haag.
  3. Graaf een sleuf van een spade diep, maak de bodem los en zet de planten even diep als ze stonden.
  4. Knip na het planten alle scheuten met de helft tot twee derde terug: zo vertakt de haag vanaf de voet.
  5. Geef het eerste jaar water bij droogte.

Verzorgen

Water
Het eerste jaar bij droogte; daarna zelden nodig.
Bemesten
Wat compost in het voorjaar; een haag die vaak geknipt wordt, heeft daar baat bij.
Jonge haag opbouwen
Knip de eerste jaren twee tot drie keer per jaar en laat de haag telkens maar 10–20 cm hoger worden: zo blijft ze dicht. Pas als ze vol is, laat je ze naar de eindhoogte groeien.
Vorm
Houd de top iets smaller dan de voet (een licht trapezium): zo krijgt ook de onderkant licht en wordt ze niet kaal.

Tip: Durf een nieuwe ligusterhaag na het planten stevig terug te knippen: het kost je een jaar hoogte, maar je krijgt een haag die tot op de grond dicht is.

Wanneer snoei je een haagliguster?

Snoeimaanden: mei–juni en augustus–september.

Wanneer: Twee tot drie keer per jaar, van mei tot september.

Hoe:

  • Knip een gevormde haag met de heggenschaar tot vlak bij de vorige snede, en span een koord voor een rechte bovenkant.
  • Een kale, oude haag mag je in het voorjaar tot 30 cm boven de grond terugzetten; ze loopt weer dicht uit.
  • Wil je bloemen en bessen, laat dan een deel van de haag of een losse struik ongeknipt.

Let op: Kijk vóór het knippen of er geen vogels in de haag broeden (half maart tot half augustus).

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Winterstekken
Steek in de winter stukken van 20–25 cm van eenjarige twijgen voor twee derde in de grond; liguster wortelt heel makkelijk.
Zomerstekken
Halfverhoute stekjes wortelen in juli–augustus vlot onder glas of folie.

Hoe komt een haagliguster de winter door?

Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.

  • Winterhard; in strenge winters valt een deel van het blad af, maar in het voorjaar loopt de haag weer uit.
  • Knip na september niet meer: dan hardt de nieuwe groei af vóór de vorst.

Ziektes en plagen

  • Kale voet: Een haag die bovenaan breder is dan onderaan, wordt onderaan kaal. Knip een trapeziumvorm, of zet een oude haag terug.
  • Honingzwam: Liguster is gevoelig voor honingzwam: planten sterven een voor een af, met witte schimmelwaaiers onder de schors en in de herfst honingkleurige paddenstoelen aan de voet. Haal zieke planten met zoveel mogelijk wortels weg en vul het gat op met een minder gevoelige soort.
  • Bladluis en trips: Gekrulde of zilvergrijs gespikkelde bladeren in de zomer; meestal onschuldig en na de volgende knipbeurt verdwenen.

Het jaar rond

  • Januari: Wortelgoed planten bij vorstvrij weer.
  • Maart: Laatste maand voor wortelgoed; een kale, oude haag terugzetten vóór het broedseizoen.
  • Mei: Eerste knipbeurt, eind mei; kijk eerst naar nesten.
  • Juni: Knippen als het in mei niet lukte.
  • Juli: Vrije struiken bloeien: veel insecten op de pluimen.
  • Augustus: Tweede knipbeurt, vanaf eind augustus.
  • September: Laatste knipbeurt; daarna niet meer knippen.
  • November: Planten en winterstekken nemen.

Gebruiken

Wat kan je ermee?

Tuin en landschap
Snelle, halfgroenblijvende haag die zware snoei verdraagt.
Voor de natuur
Bloemen voor insecten, bessen voor vogels.

Let op: De bessen zijn giftig.

Goed voor dieren

Bijen
Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Vogels
Bessen, zaden of insecten als voedsel, of een plek om te nestelen.
Zweefvliegen
Open bloemen voor zweefvliegen; veel van hun larven eten bladluizen.
Vlinders
Nectar voor dagvlinders.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • Een van de meest geplante hagen: verdraagt zware snoei en stadslucht.
  • De goudliguster (‘Aureum’) is een vorm met geelgerande bladeren, die je vaak in oudere tuinen ziet.
  • In het Engels en Frans heet hij Californische liguster, maar hij komt uit Japan en Korea.
  • In het Engels en Frans heet hij Californische liguster, maar hij komt oorspronkelijk uit Japan en Korea.
  • De rupsen van de ligusterpijlstaart, een grote nachtvlinder, eten van liguster: dikke groene rupsen met paarse en witte schuine strepen en een ‘staartje’ achteraan.

Alle soorten · Determinatietabel · Snoeikalender

Laden…