
Foto: Bruce Marlin, CC BY-SA 2.5 · bron
Boom · Sapindaceae
Papieresdoorn
Acer griseum
In andere talen: Érable à écorce de papier (Français) · Paperbark maple (English)
De papieresdoorn komt uit de bergbossen van Centraal-China en werd in 1901 door plantenjager Ernest Wilson naar Europa gebracht. Het is een kleine, bladverliezende boom die traag groeit en na vele jaren 6–10 m hoog wordt. Zijn grootste troef is de schors: kaneel- tot oranjebruin, die in dunne, papierachtige krullen afbladdert en in het lage winterlicht lijkt te gloeien. Het blad bestaat uit drie deelblaadjes en kleurt in de herfst vurig rood en oranje. Tuiniers kiezen hem als sierboom voor een kleine tuin, omdat hij het hele jaar door iets te bieden heeft.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
8 m
hoog, 6 m breed
Bloei
april–mei
| Snoeimaanden | november–december |
|---|---|
| Hoogte | 8 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | april–mei |
Herkennen
Hoe herken je een papieresdoorn?
- Groeivorm
- Kleine boom met een open, ronde kroon, vaak met een korte stam of meerdere stammen; na vele jaren 6–10 m hoog.
- Schors
- Kaneel- tot oranjebruin, afbladderend in dunne, papierachtige krullen die lang blijven hangen.
- Blad
- Samengesteld uit drie deelblaadjes, donkergroen met een blauwgrijze onderkant; in de herfst rood en oranje.
- Bloem
- Kleine, geelgroene, hangende bloempjes in april en mei, tegelijk met het jonge blad.
- Vrucht
- Gevleugelde dubbele nootjes, zoals bij andere esdoorns, maar vaak zonder kiemkrachtig zaad.
Bloei: april–mei · Planten: maart–april en oktober–december · Snoeien: november–december
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een van de mooiste schorsen van alle bomen, op zijn best in de winter.
- Schitterende rode en oranje herfstkleur.
- Blijft klein en groeit traag: geschikt voor een kleinere tuin of een voortuin.
- Een sierlijke, open kroon die weinig schaduw geeft.
- Nauwelijks snoei nodig en volledig winterhard.
Waar staat een papieresdoorn graag?
- Zon of halfschaduw; in de zon is de herfstkleur het felst.
- Doorlatende zand-, leem- of kleigrond, zuur tot kalkrijk, die niet uitdroogt.
- Normaal vochtig: geen natte voeten, maar ook geen kurkdroge grond.
- Een beschutte plek uit de koude, drogende wind.
- Reken op 4–5 m afstand van gebouwen en andere bomen.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 8 m hoog, 6 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -25 °C)
Mooi samen met
- Sneeuwklokje: Een wit tapijt onder de kale takken in februari, naast de kaneelbruine stam.
- Winterakoniet: Gele bloempjes aan de voet in februari, een mooi contrast met de schors.
- Kerstroos: Winterbloemen in de halfschaduw onder de kroon.
- Elfenbloem: Een lage bodembedekker die met de schaduw en de wortels onder de boom overweg kan.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een papieresdoorn?
Planten in maart–april en oktober–december.
- Plant van oktober tot december of in maart–april, als de grond niet bevroren of te nat is.
- Graaf een plantgat twee keer zo breed als de kluit, maar niet dieper, en maak de bodem los.
- Zet de boom zo dat de wortelaanzet net op het maaiveld ligt, en druk de grond aan.
- Plaats een korte boompaal schuin aan de windzijde en bind de stam losjes vast.
- Geef meteen een flinke emmer water, ook als het regent.
- Leg een laag mulch rond de voet, maar hou een kring van 10 cm rond de stam vrij.
Verzorgen
- Water
- De eerste twee tot drie jaar bij droogte wekelijks een emmer of twee. Daarna alleen bij langdurige droogte.
- Bemesten
- In het voorjaar een laagje compost onder de kroon volstaat.
- Mulchen
- Bladcompost of houtsnippers onder de kroon houden de grond koel en vochtig.
- Boompaal
- Controleer de band elk voorjaar en haal de paal na twee à drie jaar weg.
- Schors
- Trek de loszittende schors niet af: ze valt vanzelf en de krullen zijn net het mooie.
Tip: Plant hem waar de lage winterzon achter de stam staat, of vlak bij een pad of terras: in tegenlicht lijkt de afbladderende schors te gloeien. Trek de loszittende krullen nooit af, ze maken net zijn charme.
Wanneer snoei je een papieresdoorn?
Snoeimaanden: november–december.
Wanneer: Zo weinig mogelijk. Als het toch moet, in november of december, als de boom in rust is.
Hoe:
- Haal alleen dode, beschadigde of kruisende takken weg.
- Zaag net buiten de verdikte ring aan de voet van de tak, zonder een stomp te laten staan.
- Wil je meer van de stam zien, verwijder dan over een paar jaar geleidelijk de laagste takken.
- Werk met scherp, schoon gereedschap, zodat de wonden snel dichtgroeien.
Let op: Snoei nooit in de late winter of het voorjaar: dan bloedt de boom sterk uit de snoeiwonden.
Vermeerderen
- Zaad
- Zaai vers zaad in de herfst in een pot of bak buiten en laat de winterkou zijn werk doen. Reken op weinig kiemplanten: veel zaden zijn leeg. Een jonge boom kopen is veel eenvoudiger.
Hoe komt een papieresdoorn de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −25 °C: in België is geen bescherming nodig.
- In de winter is de boom op zijn mooist: de kaneelbruine schors gloeit in het lage zonlicht.
- Is snoeien echt nodig, doe het dan in november of december, voor de sapstroom op gang komt.
- Een jonge boom in een pot zet je beschut tegen een muur, met de pot in jute gewikkeld.
Ziektes en plagen
- Bladrandverbranding: Bruine, verdroogde bladranden door droogte, felle zon of koude wind. Water geven, mulchen en kiezen voor een beschutte plek.
- Verticillium: Takken verwelken plotseling in de zomer, met bruine strepen in het hout. Er is geen middel: zaag aangetaste takken weg tot in gezond hout en plant op die plek geen nieuwe esdoorn.
- Bladluis: Kleverige honingdauw op de bladeren. Meestal geen echte schade; lieveheersbeestjes en vogels ruimen ze op.
- Trage groei: Geen probleem, maar zijn aard. Geef jonge bomen voldoende water, dan groeien ze gestaag.
Het jaar rond
- Januari: Genieten van de schors in het lage winterlicht.
- Maart: Planten. Boompaal controleren. Mulch aanbrengen. Niet snoeien: de boom bloedt.
- April: Kleine geelgroene bloempjes met het jonge blad. Planten.
- Mei: Jonge bomen water geven bij droogte.
- Juli: Water geven bij langdurige droogte, vooral de eerste jaren.
- Augustus: Water geven bij droogte.
- Oktober: Rode en oranje herfstkleur. Planten. Vers zaad zaaien.
- November: Planten. Snoeien alleen als het echt nodig is.
- December: Planten. Snoeien alleen als het echt nodig is. De schors siert de tuin.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Ernest Wilson bracht de papieresdoorn in 1901 vanuit Centraal-China naar Europa.
- Veel van de gevleugelde zaden zijn leeg. Daardoor is hij moeilijk te vermeerderen en kost een grote boom vrij veel.
- Zijn blad bestaat uit drie deelblaadjes, wat ongewoon is voor een esdoorn.