
Foto: Salicyna, CC BY-SA 4.0 · bron
Vaste plant · Ranunculaceae
Gele monnikskap
Aconitum lycoctonum subsp. vulparia
In andere talen: Aconit tue-loup (Français) · Wolf’s bane (English)
De gele monnikskap is een forse vaste plant uit de bergbossen, ravijnen en beekoevers van Midden- en Zuid-Europa. Hij vormt een pol van grote, diep handvormig ingesneden bladeren, waarboven van juni tot augustus slanke trossen roomgele bloemen staan. Elke bloem heeft een smalle, hoge helm die veel langer is dan breed: zo onderscheid je hem van de blauwe monnikskap. Tuiniers waarderen hem omdat hij rijk bloeit in halfschaduw en schaduw, waar weinig andere hoge zomerbloeiers het goed doen. Hommels met een lange tong zijn er dol op. Hou er wel rekening mee dat hij in alle delen zeer giftig is.
Let op: Zeer giftig in alle delen, vooral de wortels. Al een klein stukje inslikken kan een ernstige vergiftiging geven bij kinderen, honden, katten en grazende dieren zoals paarden en schapen. Ook via de huid kan de gifstof binnendringen: draag handschoenen bij planten, delen en snoeien, was daarna je handen en plant hem niet bij speelplekken, in de moestuin of tussen keukenkruiden.
Licht
Halfschaduw of schaduw
verdraagt weinig zon
Vocht
Normaal tot nat
mag niet uitdrogen
Grond
Leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -35 °C
Grootte
1,2 m
hoog, 0,5 m breed
Bloei
juni–augustus
| Snoeimaanden | maart en september |
|---|---|
| Hoogte | 1,2 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | juni–augustus |
Herkennen
Hoe herken je een gele monnikskap?
- Groeivorm
- Pol van rechtopgaande tot licht gebogen stengels, 1–1,2 m hoog en ongeveer 50 cm breed.
- Blad
- Groot en diep handvormig ingesneden in 5–7 getande slippen; donkergroen, vooral aan de voet van de plant.
- Bloem
- Roomgele tot lichtgele helmbloemen van ongeveer 2 cm in losse, slanke trossen, van juni tot augustus. De helm is smal en hoog, als een kokertje.
- Vrucht
- Droge kokervruchtjes, meestal met drie bij elkaar, vol donkere zaadjes; ze rijpen in de late zomer.
- Wortels
- Een korte wortelstok met vezelige wortels, geen knolletjes zoals bij de blauwe monnikskap.
- Giftigheid
- Alle delen zijn zeer giftig, vooral de wortels.
Bloei: juni–augustus · Planten: maart–april en september–oktober · Snoeien: maart en september
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een van de weinige hoge zomerbloeiers voor halfschaduw en schaduw, met een lange bloei van juni tot augustus.
- De roomgele kleur licht op in een donkere hoek en past bij wit, blauw en elk groen.
- Hommels met een lange tong halen de nectar diep uit de helm: een aanwinst voor bijen in de schaduwtuin.
- Volledig winterhard en langlevend: een pol kan jarenlang ongestoord op dezelfde plek staan.
- Mooi in een natuurlijke bosrand, langs een vijver of beek en in een border op koele, vochtige grond.
Waar staat een gele monnikskap graag?
- Halfschaduw of lichte schaduw is ideaal; in volle zon enkel als de grond koel en vochtig blijft.
- Humusrijke leem- of kleigrond; zuur, neutraal of kalkrijk is allemaal goed.
- Normaal vochtig tot vochtig: uitdrogen vindt hij niet fijn, een plek langs een beek of vijver wel.
- Kies een plek uit de buurt van speelplekken, de moestuin en de kruidentuin.
- Reken op 40–50 cm tussen de planten; in een groep van drie valt hij het best op.
- Licht
- Halfschaduw en schaduw
- Grondsoort
- Leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Normaal of nat
- Grootte
- 1,2 m hoog, 0,5 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -35 °C)
Mooi samen met
- Varens: Fris groen blad in dezelfde koele schaduw.
- Hosta: Grote bladeren die de kale onderkant van de stengels bedekken.
- Geitenbaard: Romige pluimen in de vroege zomer, ook voor halfschaduw en vochtige grond.
- Astilbe: Pluimen in roze en rood naast de roomgele helmen.
- Ooievaarsbek: Een losse onderbeplanting die de grond rond de voet bedekt.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een gele monnikskap?
Planten in maart–april en september–oktober.
- Plant in maart–april of in september–oktober, als de grond niet bevroren of te nat is.
- Draag handschoenen: ook het sap uit beschadigde wortels is giftig.
- Graaf een plantgat twee keer zo breed als de pot en meng er een paar scheppen compost of bladaarde door.
- Zet de plant even diep als in de pot, druk de grond goed aan en hou 40–50 cm afstand.
- Geef meteen een flinke gieter water en hou de grond het eerste jaar vochtig.
- Leg een laag bladcompost of gehakseld blad als mulch rond de voet.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar regelmatig bij droogte. Later alleen in droge zomers, zeker op een zonnigere plek.
- Bemesten
- In maart een laag compost of wat organische mest; meer is niet nodig.
- Mulchen
- Bladcompost in het voorjaar houdt de grond koel en vochtig, zoals in een bos.
- Steun
- In rijke grond of diepe schaduw kunnen de hoge stengels omvallen. Zet in mei wat takken of een plantensteun rond de pol.
- Uitgebloeide bloemen
- Knip uitgebloeide trossen weg als je geen zaailingen wil, altijd met handschoenen.
- Verplanten
- Hoeft niet: laat de pol ongestoord staan, hij wordt mooier met de jaren.
Tip: Zet hem achteraan in een schaduwborder, met lagere planten ervoor: zo zie je de roomgele bloemen goed, maar staat hij niet in het bereik van spelende kinderen of huisdieren. Werk er altijd met handschoenen aan.
Wanneer snoei je een gele monnikskap?
Snoeimaanden: maart en september.
Wanneer: Na de bloei, in september, kun je de uitgebloeide stengels terugknippen. Laat je ze staan, haal ze dan in maart weg, voor de nieuwe scheuten verschijnen.
Hoe:
- Knip de stengels af tot net boven het blad aan de voet, of in maart tot op de grond.
- Draag altijd handschoenen en was daarna je handen en je snoeischaar.
- Leg het snoeiafval niet waar kinderen, huisdieren of grazende dieren erbij kunnen.
Let op: Snoei nooit met blote handen: de gifstof kan via de huid binnendringen, zeker via wondjes.
Vermeerderen
- Delen
- In maart of in september–oktober een oude pol opgraven en met een scherpe spade in stukken steken, elk met knoppen en wortels. Werk met handschoenen.
- Zaaien
- Zaai vers zaad in de herfst in een pot die buiten blijft staan: het heeft een koude periode nodig en kiemt pas in het voorjaar. Zaailingen bloeien na 2–3 jaar.
Hoe komt een gele monnikskap de winter door?
Winterhard tot −35 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −35 °C: in België is geen bescherming nodig.
- Bovengronds sterft hij in de herfst af; in het voorjaar loopt hij uit de wortelstok weer uit.
- Een laag bladcompost in de herfst beschermt de voet en verbetert de grond.
- In een grote pot kan het ook, maar dan droogt hij snel uit; zet de pot in de winter tegen een muur.
Ziektes en plagen
- Omvallende stengels: De hoge stengels gaan hangen na regen of op een te donkere plek. Zet op tijd een steun en geef hem wat meer licht.
- Meeldauw: Wit poeder op het blad, vooral bij droogte in de nazomer. Geef water bij droogte, plant luchtig en knip aangetast blad weg.
- Bruine bladranden: Teken van droogte of te veel zon. Water geven, mulchen en hem eventueel verplanten naar een koelere plek.
- Wortelrot: De plant verwelkt en de voet wordt zacht in grond die in de winter onder water staat. Verbeter de afwatering met compost of plant hem iets hoger.
Het jaar rond
- Maart: Oude stengels weghalen. Compost geven. Planten of delen.
- April: Planten. Mulch aanbrengen.
- Mei: Plantensteun plaatsen.
- Juni: Begin van de bloei. Hommels bezoeken de helmen.
- Juli: Volle bloei. Water geven bij droogte.
- Augustus: Laatste bloemen. Letten op meeldauw.
- September: Uitgebloeide stengels terugknippen. Planten of delen.
- Oktober: Planten. Bladcompost rond de voet.
- November: Rust: bovengronds sterft de plant af.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. Monnikskap is een van de giftigste planten van Europa: alle delen, vooral de wortel, bevatten aconitine, dat zelfs via de huid kan worden opgenomen. Draag altijd handschoenen bij het terugsnoeien, scheuren of plukken van bloemen, was daarna je handen en zet de plant niet waar kinderen spelen. Nooit eten, ook niet als kruid of thee. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De naam lycoctonum betekent ‘wolvendoder’ en vulparia verwijst naar de vos: vroeger maakte men met de plant giftig lokaas voor wolven en vossen.
- Alleen hommels met een lange tong bereiken de nectar diep in de helm. Hommels met een korte tong bijten soms een gaatje in de helm om de nectar te stelen.
- Monnikskappen behoren tot de giftigste planten van Europa.