Pluimspirea (Astilbe × arendsii)

Foto: Katrin Schneider / korina.info, CC BY-SA 4.0 · bron

Vaste plant · Saxifragaceae

Pluimspirea

Astilbe × arendsii

In andere talen: Astilbe (Français) · False spiraea (English)

De pluimspirea is een groep kruisingen van Aziatische astilbesoorten, begin 20ste eeuw gekweekt door de Duitse kweker Georg Arends. Boven fijn ingesneden, varenachtig blad verschijnen in juni–augustus rechtopstaande, pluizige pluimen in wit, roze, rood of lila. Het jonge blad is bij veel rassen roodachtig of bronskleurig. Tuiniers kiezen hem voor vochtige, halfschaduwrijke borders, waar weinig planten zo rijk en kleurrijk bloeien. Bekende rassen zijn het donkerrode ‘Fanal’, het lila-roze ‘Amethyst’ en het witte ‘Brautschleier’.

  • Licht

    Halfschaduw of schaduw

    verdraagt weinig zon

  • Vocht

    Normaal tot nat

    mag niet uitdrogen

  • Grond

    Leem, klei of veen

    zuur tot neutraal

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -35 °C

  • Grootte

    0,8 m

    hoog, 0,5 m breed

  • Bloei

    juni–augustus

Feiten op een rij
Snoeimaandenmaart
Hoogte0,8 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Giftig voor mens en huisdierNiet als giftig bekend
Bloeijuni–augustus

Herkennen

Hoe herken je een pluimspirea?

Groeivorm
Rechtopstaande pol van 50–80 cm hoog, afhankelijk van het ras, en ongeveer 50 cm breed.
Blad
Fijn ingesneden en varenachtig, glanzend groen; bij het uitlopen vaak roodachtig of brons.
Bloem
Pluizige pluimen van honderden piepkleine bloemetjes in wit, roze, rood of lila; van juni tot augustus.
Vrucht
Bruine, droge zaadpluimen die in de winter blijven staan.
Wortels
Een stevige, houtige wortelstok met veel fijne wortels vlak onder de grond.

Bloei: juni–augustus · Planten: maart–april en september–oktober · Snoeien: maart

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Kleurrijke zomerbloei in halfschaduw en schaduw, van juni tot augustus.
  • Het varenachtige blad is mooi van het uitlopen tot de herfst, bij sommige rassen bronskleurig.
  • Een goede snijbloem; de pluimen zijn ook mooi gedroogd.
  • De bruine pluimen blijven in de winter staan en zijn prachtig met rijp erop.
  • Zeer winterhard en weinig gevoelig voor ziekten, zolang de grond vochtig blijft.

Waar staat een pluimspirea graag?

  • Halfschaduw of lichte schaduw; in volle zon enkel als de grond altijd vochtig blijft.
  • Humusrijke leem-, klei- of veengrond, zuur tot neutraal; kalkrijke grond vindt hij minder fijn.
  • Grond die nooit uitdroogt: normaal vochtig tot vochtig, ook aan de rand van een vijver.
  • Houd 40–50 cm afstand; in groepjes van drie of meer komt hij het best tot zijn recht.
Licht
Halfschaduw en schaduw
Grondsoort
Leem, klei of veen
Zuurtegraad
Zuur of neutraal
Vocht
Normaal of nat
Grootte
0,8 m hoog, 0,5 m breed
Winterhard
Winterhard (tot -35 °C)

Mooi samen met

  • Hosta: Grote bladeren als rustige achtergrond voor de luchtige pluimen.
  • Varens: Fijn groen in dezelfde vochtige schaduw.
  • Siberische lis: Smalle, rechte bladeren en blauwe bloemen in mei–juni, voor de astilbe bloeit.
  • Vrouwenmantel: Een zachte, geelgroene rand vooraan in de border.
  • Boshortensia: Witte bloemschermen boven de roze en rode pluimen.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een pluimspirea?

Planten in maart–april en september–oktober.

  1. Plant in maart–april of in september–oktober.
  2. Graaf een ruim plantgat en meng er flink wat compost of bladcompost door.
  3. Zet de plant met de knoppen 2–3 cm onder het grondoppervlak.
  4. Houd 40–50 cm afstand tussen de planten.
  5. Geef meteen ruim water en houd de grond de eerste maanden vochtig.
  6. Leg een laag bladcompost of houtsnippers rond de planten tegen uitdrogen.

Verzorgen

Water
Geregeld, zeker in droge zomers: uitdrogen is het grootste gevaar. Giet ruim, liefst ’s ochtends.
Bemesten
In maart–april compost of organische mest; hij is een vrij gulzige plant.
Mulchen
Elk voorjaar een laag compost of bladcompost: dat houdt vocht vast en voedt de plant.
Snijden
Snij pluimen voor de vaas als ze voor de helft open zijn; om te drogen als ze helemaal open zijn.
Scheuren
Om de drie à vier jaar, als hij in het midden minder bloeit (zie vermeerderen).

Tip: Zorg dat de grond nooit uitdroogt: een dikke mulchlaag van bladcompost in het voorjaar doet wonderen. Laat de bruine pluimen in de winter staan en knip ze pas in maart af.

Wanneer snoei je een pluimspirea?

Snoeimaanden: maart.

Wanneer: In maart, voor de nieuwe scheuten uitlopen. Laat de pluimen in de winter staan.

Hoe:

  • Laat de bruine pluimen en het oude blad de hele winter staan: ze zijn mooi en beschermen de knoppen.
  • Knip in maart alle oude stengels en bladeren af, vlak boven de grond.
  • Snoei voorzichtig rond de rode knoppen die al aan de voet zichtbaar zijn.
  • Na de bloei hoef je niets te doen; afknippen geeft geen tweede bloei.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Scheuren
In maart–april of in september–oktober, om de drie à vier jaar. Steek de pol met een spade of mes in stukken met elk een paar knoppen en wortels en plant ze meteen opnieuw.
Zaaien
Weinig zinvol: het zijn kruisingen en zaailingen lijken niet op de moederplant.

Hoe komt een pluimspirea de winter door?

Winterhard tot −35 °C.

  • Zeer winterhard, tot ongeveer −35 °C: in België is geen bescherming nodig.
  • Hij sterft bovengronds af; de droge pluimen blijven staan als wintersieraad.
  • In een pot: zet de pot beschut en laat hem in de winter niet volledig uitdrogen.

Ziektes en plagen

  • Droogte: Bruine, verschrompelde bladranden en verdroogde pluimen. Geef ruim water, mulch en verplant zo nodig naar een schaduwrijker, vochtiger plek.
  • Slakken: Vreten aan de jonge scheuten in het voorjaar. Raap ze ’s avonds.
  • Taxuskever: De larven vreten aan de wortels; de plant verwelkt en komt los. Zet aaltjes in, in het voorjaar of de nazomer.
  • Minder bloei: Een oude pol bloeit minder, vooral in het midden. Scheur hem en geef compost.

Het jaar rond

  • Maart: Oude stengels en pluimen afknippen. Compost of mest geven.
  • April: Planten of scheuren. Mulch aanbrengen.
  • Mei: Het blad ontvouwt zich. Water geven bij droogte.
  • Juni: Begin van de bloei. Grond vochtig houden.
  • Juli: Volle bloei. Pluimen snijden voor de vaas of om te drogen.
  • Augustus: Laatste bloei. Water geven bij droogte.
  • September: Planten of scheuren.
  • Oktober: Planten. Pluimen laten staan.
  • December: De bruine pluimen sieren de wintertuin.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • De naam arendsii eert de Duitse kweker Georg Arends, die in Ronsdorf bij Wuppertal veel van deze kruisingen maakte.
  • Ondanks de Nederlandse naam is hij geen familie van de spirea: spirea hoort bij de rozenfamilie, astilbe bij de steenbreekfamilie.
  • Gedroogde pluimen houden lang hun vorm en een groot deel van hun kleur in een droogboeket.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…