Allium neapolitanum

Foto: Jeantosti at French Wikipedia, CC BY-SA 3.0 · bron

Bol- of knolgewas · Amaryllidaceae

Allium neapolitanum

In andere talen: Ail de Naples (Français) · Naples garlic (English)

Allium neapolitanum, ook Napelse look genoemd, komt uit het Middellandse Zeegebied, van Portugal en Noord-Afrika tot in het Midden-Oosten. Boven een paar smalle, platte bladeren verschijnen in mei en juni losse, vlakke schermen van zuiver witte, stervormige bloemen met een lichte, zoete geur. Het is een van de beste sierlooksoorten om te snijden: de stengels zijn stevig en de bloemen blijven lang mooi in een vaas. Omdat hij uit een warm klimaat komt, is hij bij ons niet volledig winterhard: geef hem een warm, droog plekje tegen een muur of zet hem in een pot. De selectie ‘Cowanii’ heeft iets grotere bloemen.

Let op: Alle delen, en vooral de bollen, zijn giftig voor honden en katten, en ook voor paarden en ander vee. Bewaar losse bollen buiten het bereik van huisdieren en kinderen, en laat honden niet graven waar je ze geplant hebt. Op een warme plek kan hij zich sterk uitzaaien en via bijbolletjes uitbreiden; in streken met een zacht klimaat is hij op veel plaatsen verwilderd.

  • Licht

    Volle zon

    warm en licht

  • Vocht

    Droog tot normaal

    geen natte voeten

  • Grond

    Zand of leem

    neutraal tot kalkrijk

  • Winterhard

    tot -8 °C

    beschermen in strenge winters

  • Grootte

    0,4 m

    hoog, 0,1 m breed

  • Bloei

    mei–juni

Feiten op een rij
Snoeimaandenjuni–juli
Hoogte0,4 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Goed voor bijen, vlinders en vogelsJa, voor bijen
Giftig voor mens en huisdierJa, let op met kinderen en huisdieren
Bloeimei–juni

Herkennen

Hoe herken je een Allium neapolitanum?

Groeivorm
Slanke stengels van 30–40 cm boven een kleine bladpol; ongeveer 10 cm breed.
Blad
Smal, plat en lijnvormig, frisgroen. Het loopt vroeg uit, soms al in de herfst of de late winter.
Bloem
Losse, vlakke schermen van open, stervormige tot komvormige bloemen, in mei en juni.
Kleur en geur
Zuiver wit, met een lichte, zoete geur. Alleen gekneusde stengels en bladeren ruiken naar ui.
Bol
Klein, rond bolletje dat makkelijk bijbolletjes vormt.

Bloei: mei–juni · Planten: september–november · Snoeien: juni–juli

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Zuiver witte, licht geurende bloemen in mei en juni, fris tussen andere voorjaarsbloeiers.
  • Een uitstekende snijbloem die lang goed blijft in een vaas.
  • Bijen bezoeken de open, stervormige bloemen graag.
  • Klein en slank: mooi in een pot op een zonnig terras of aan de voet van een warme muur.
  • Op een geschikte plek breidt hij zich langzaam uit tot een witte toef.

Waar staat een Allium neapolitanum graag?

  • Volle zon, op de warmste plek van de tuin, bij voorkeur aan de voet van een zuidmuur.
  • Zandige of lemige, goed doorlatende grond, neutraal tot kalkrijk.
  • Droog tot normaal vochtig, maar nooit nat in de winter.
  • Plant in groepjes op 8–10 cm van elkaar, of in een pot die je bij strenge vorst kunt verplaatsen.
Licht
Zon
Grondsoort
Zand of leem
Zuurtegraad
Neutraal of kalkrijk
Vocht
Droog of normaal
Grootte
0,4 m hoog, 0,1 m breed
Winterhard
Matig winterhard (tot -8 °C): bescherm hem in strenge winters

Mooi samen met

  • Lavendel: Grijs blad en blauwe bloemen op dezelfde warme, droge plek.
  • Rozemarijn: Een mediterrane heester die net als hij van een warme muur houdt.
  • Kattenkruid: Een blauwe rand die het wit laat oplichten en bijen aantrekt.
  • Ezelsoor: Zilvergrijze, viltige bladeren die mooi samengaan met de witte schermen.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een Allium neapolitanum?

Planten in september–november.

  1. Plant de bolletjes in september, oktober of november.
  2. Kies een warme, beschutte plek en zorg voor een goede afwatering; meng grof zand door zware grond.
  3. Plant de bolletjes 8–10 cm diep, met de punt naar boven.
  4. Hou 8–10 cm afstand en plant in groepjes van minstens vijf.
  5. In een pot: in een pot van 20 cm passen 7–10 bolletjes, in potgrond gemengd met een derde grof zand.
  6. Geef na het planten één keer water en laat de grond daarna weer wat opdrogen.

Verzorgen

Water
In het voorjaar, als hij groeit en bloeit, water geven bij droogte. In de zomer, tijdens de rust, droog houden.
Bemesten
In de volle grond niet nodig. In een pot in maart een beetje bollenmest.
Snijbloem
Snijd de stengels als de eerste bloemen opengaan; de rest bloeit in de vaas open.
Uitgebloeide bloemen
Knip ze in juni weg voor ze zaad vormen, tenzij je wil dat hij zich uitzaait.
Blad
Laat het na de bloei vanzelf afsterven en haal het in juli weg als het droog is.

Tip: Ververs het water in de vaas om de twee dagen en snijd de stengels telkens wat bij: dan blijven de bloemen langer mooi en ruik je geen uienlucht van de stengels.

Wanneer snoei je een Allium neapolitanum?

Snoeimaanden: juni–juli.

Wanneer: Snoeien is niet nodig. Knip in juni de uitgebloeide schermen weg en haal in juli het verdorde blad weg.

Hoe:

  • Knip de bloemstengels na de bloei af tot net boven de grond.
  • Laat het blad staan tot het geel en droog is; de bol haalt er reserves uit.
  • Snijd voor de vaas als de eerste bloemen open zijn: zo heb je er het langst plezier van.

Let op: Op een warme, droge plek kan hij zich via zaad en bijbolletjes flink uitbreiden: knip de schermen weg voor het zaad rijp is.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Bijbolletjes
In juli–augustus, als de plant in rust is, de bollen opgraven, de bijbolletjes losmaken en in september weer planten.
Zaaien
Vers zaad in de herfst zaaien in een pot met zanderige zaaigrond, op een beschutte plek buiten of in een koude bak. Zaailingen bloeien na 2–3 jaar.

Hoe komt een Allium neapolitanum de winter door?

Winterhard tot −8 °C: beschermen in strenge winters.

  • Niet volledig winterhard, tot ongeveer −8 °C. Op een warme, droge plek overleeft hij een zachte Belgische winter; een strenge winter kan hij niet altijd aan.
  • Het blad loopt vroeg uit en kan bevriezen: leg bij strenge vorst een laag stro of vliesdoek over de plek.
  • Natte grond in de winter is even gevaarlijk als kou: zorg voor een goede afwatering.
  • In een pot: zet hem bij strenge vorst in een koude, lichte en vorstvrije ruimte, zoals een onverwarmde serre.

Ziektes en plagen

  • Vorstschade: Bruine, glazige bladpunten na strenge vorst. Knip ze weg; de bol loopt meestal nog uit. Bescherm hem volgende winter beter of kweek hem in een pot.
  • Bolrot: De bolletjes worden zacht en komen niet meer op, in te natte grond. Plant opnieuw op een droge, warme plek.
  • Slakken: Ze eten aan het jonge blad in de late winter en het voorjaar. Raap ze ’s avonds weg.
  • Te veel zaailingen: Op een plek die hem goed bevalt, zaait hij zich ruim uit. Knip de schermen weg voor het zaad rijp is en trek ongewenste zaailingen uit.

Het jaar rond

  • Januari: Bij strenge vorst het blad afdekken. Potten vorstvrij.
  • Maart: Potten weer buiten zetten. Bollenmest geven in de pot.
  • April: Letten op slakken. Water geven bij droogte.
  • Mei: Begin van de bloei. Bloemen snijden voor de vaas.
  • Juni: Laatste bloemen. Uitgebloeide schermen wegknippen.
  • Juli: Verdord blad weghalen. Potten droog zetten. Bijbolletjes oogsten.
  • September: Bollen planten. Bijbolletjes verplanten.
  • Oktober: Bollen planten. Vers zaad zaaien.
  • November: Laatste bollen planten. Potten onder een afdak.
  • December: Bij strenge vorst afdekken of de pot binnen zetten.

Gebruiken

Eetbaar en bruikbaar

Niet eetbaar. Sieruien zijn echte uien (Allium), familie van ui, look, prei en bieslook, en net als die zijn ze giftig voor honden en katten: alle delen, vooral de bollen, bevatten zwavelverbindingen die de rode bloedcellen beschadigen en bloedarmoede kunnen geven. Katten zijn er gevoeliger voor dan honden, en de klachten (sufheid, bleek tandvlees, rode of bruine urine) komen soms pas na enkele dagen. Ook paarden, schapen en ander vee kunnen er ziek van worden. Al ruiken blad en bol naar ui, ze worden niet als groente gekweekt: eet ze niet en bewaar bloembollen nooit bij de uien in de keuken, want ze zijn niet bedoeld om te eten en kunnen met bestrijdingsmiddelen behandeld zijn. Plant ze niet waar je hond graaft, bewaar losse bollen buiten het bereik van huisdieren en kinderen, en zet een vaas met sieruien niet waar je kat aan de stengels knabbelt. Heeft je hond of kat van een bol of blad gegeten, bel dan je dierenarts, ook als hij nog niets laat merken. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.

Goed voor dieren

Bijen
Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • Neapolitanum betekent ‘van Napels’, maar hij groeit in het wild in het hele Middellandse Zeegebied.
  • Anders dan bij veel sierlooksoorten ruiken de bloemen zoet; alleen gekneusde stengels en bladeren ruiken naar ui.
  • Zoals veel bolgewassen uit het Middellandse Zeegebied groeit hij in de koele, natte periode en rust hij in de hete, droge zomer.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…