
Foto: No machine-readable author provided. Alberto Salguero assumed (based on copyright claims)., CC BY-SA 3.0 · bron
Vaste plant · Boraginaceae
Italiaanse ossentong
Anchusa azurea
In andere talen: Buglosse d’Italie (Français) · Italian bugloss (English)
De Italiaanse ossentong is een forse, ruwbehaarde vaste plant uit het Middellandse Zeegebied en West-Azië, waar hij in droge graslanden, akkerranden en op stenige hellingen groeit. Uit een rozet van lange, smalle bladeren schieten in mei vertakte stengels tot 1,2 m hoog, bezet met honderden kleine bloemen in een diep gentiaanblauw. Weinig vaste planten hebben zo’n intens, zuiver blauw. Bijen en hommels zijn er gek op. Hij is vaak kortlevend, maar met een snoeibeurt na de bloei blijft hij langer goed. Bekende rassen zijn ‘Loddon Royalist’ en ‘Dropmore’, allebei donkerblauw.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand of leem
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
1,2 m
hoog, 0,6 m breed
Bloei
mei–juli
| Snoeimaanden | juli |
|---|---|
| Hoogte | 1,2 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | mei–juli |
Herkennen
Hoe herken je een Italiaanse ossentong?
- Groeivorm
- Bladrozet waaruit vertakte, rechtopgaande bloemstengels groeien, 90–120 cm hoog en ongeveer 60 cm breed.
- Blad
- Lang en smal lancetvormig, tot 30 cm, donkergroen en ruw behaard, als een ossentong.
- Bloem
- Kleine, open bloemen van 1–1,5 cm in losse, gekrulde trossen, diep gentiaanblauw met een wit hartje, van mei tot juli.
- Beharing
- Stengels en bladeren zijn bezet met stijve, prikkende haren.
- Wortels
- Een diepe, vlezige penwortel: daardoor droogtebestendig, maar moeilijk te verplanten.
- Levensduur
- Vaak kortlevend, 2–3 jaar, maar makkelijk te vernieuwen met wortelstekken.
Bloei: mei–juli · Zaaien: maart–april · Planten: maart–mei · Snoeien: juli
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een van de intensste blauwe kleuren in de tuin, van mei tot juli.
- Een topplant voor honingbijen, hommels en andere wilde bijen.
- Groeit snel en geeft al na een jaar een hoge, rijke bloei.
- Ideaal voor een droge, zonnige border, een grindtuin of een cottagetuin.
- Makkelijk te vermeerderen met wortelstekken, zodat je hem altijd kunt vernieuwen.
Waar staat een Italiaanse ossentong graag?
- Volle zon: alleen dan bloeit hij rijk en blijven de stengels stevig.
- Arme tot matig voedzame, goed drainerende zand- of leemgrond; zuur, neutraal of kalkrijk is allemaal goed.
- Droog tot normaal vochtig; natte grond in de winter is zijn grootste vijand.
- Een beschutte plek voorkomt dat de wind de hoge stengels omvergooit.
- Reken op 50–60 cm tussen de planten.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 1,2 m hoog, 0,6 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -25 °C)
Mooi samen met
- Oosterse papaver: Bloeit tegelijk, in oranje en rood naast het diepe blauw, en wordt ook na de bloei teruggeknipt.
- Margriet: Wit naast blauw: een frisse combinatie in de vroege zomer.
- Wolfsmelk: Geelgroene bloemen als helder contrast.
- Kattenkruid: Vult de lege plek na de terugsnoei met blauw tot in de herfst.
- Verfkamille: Gele margrieten voor dezelfde droge, zonnige plek.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een Italiaanse ossentong?
Planten in maart–mei.
- Plant in maart–mei, als de ergste vorst voorbij is.
- Kies meteen een definitieve plek: de diepe penwortel houdt niet van verplanten.
- Graaf een plantgat twee keer zo breed als de pot, meng zware grond met grof zand of grind en voeg geen mest toe.
- Zet de plant even diep als in de pot, druk aan en hou 50–60 cm afstand.
- Giet matig aan en geef de eerste weken water bij droogte.
- Leg grind rond de voet in plaats van compost, zodat de wortelhals droog blijft.
Verzorgen
- Water
- Na het aanslaan alleen bij lange droogte; te veel water maakt hem slap.
- Bemesten
- Niet nodig: in rijke grond worden de stengels lang en vallen ze om.
- Steun
- Zet in april–mei steunstokken of een plantenring, zeker op een winderige plek.
- Terugknippen
- Knip na de bloei de bloemstengels terug tot op de rozet: zo vormt hij nieuwe rozetten en leeft hij langer.
- Handschoenen
- Draag handschoenen: de stijve haren kunnen jeuk geven bij een gevoelige huid.
Tip: Knip hem meteen na de bloei terug tot op de rozet en neem om de paar jaar wortelstekken: zo heb je altijd jonge planten klaar als een oude plant het opgeeft.
Wanneer snoei je een Italiaanse ossentong?
Snoeimaanden: juli.
Wanneer: Na de bloei, in juli, knip je alle bloemstengels terug. Dat is de belangrijkste snoeibeurt van het jaar.
Hoe:
- Knip de bloemstengels af tot net boven de bladrozet aan de voet.
- Knip je al tijdens de bloei de uitgebloeide toppen weg, dan bloeit hij soms wat langer.
- Laat je zaad rijpen, dan zaait hij zich hier en daar uit, maar put de plant zich meer uit.
- Draag handschoenen tegen de prikkende haren.
Let op: Laat je de stengels na de bloei staan, dan put de plant zich uit en verdwijnt hij vaak na een of twee jaar.
Vermeerderen
- Wortelstekken
- In december–februari een plant voorzichtig opgraven, stukken van 5–7 cm van potloodsdikke wortels afsnijden en rechtop in een pot met zanderige grond steken, het bovenste eind net aan het oppervlak. Vorstvrij en licht vochtig houden; in het voorjaar lopen ze uit.
- Zaaien
- In maart–april binnen zaaien bij 15–20 °C, verspenen in potjes en in mei uitplanten. Rassen komen niet altijd zuiver uit zaad.
Hoe komt een Italiaanse ossentong de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- Winterhard tot ongeveer −25 °C: kou is in België zelden een probleem.
- Natte grond is het grootste gevaar: in een natte winter rot de wortel weg. Een drainerende plek is belangrijker dan bescherming.
- Laat de rozet na de zomersnoei staan: ze overwintert en loopt in het voorjaar weer uit.
- Neem in de winter wortelstekken als reserve, voor het geval de moederplant het niet haalt.
Ziektes en plagen
- Wegrotten: In natte, zware grond verdwijnt de plant in de winter. Plant op een drainerende, wat hogere plek en vernieuw met wortelstekken.
- Omvallen: De hoge stengels vallen om bij wind of in rijke grond. Steun op tijd en mest niet.
- Meeldauw: Wit poeder op het blad in een droge nazomer. Knip aangetaste delen weg en plant luchtig.
- Slakken: Vreten in het voorjaar aan jonge rozetten. Raap ze ’s avonds en leg grind rond de voet.
- Kortlevend: Na 2–3 jaar verdwijnt hij vaak. Snoei na de bloei terug en neem op tijd wortelstekken.
Het jaar rond
- Januari: Wortelstekken nemen.
- Maart: Binnen zaaien. Planten na de ergste vorst.
- April: Steun plaatsen. Zaaien en planten.
- Mei: Begin van de bloei. Planten.
- Juni: Volle bloei: druk bezocht door bijen en hommels.
- Juli: Na de bloei terugknippen tot op de rozet.
- Augustus: Nieuwe rozetten groeien. Water geven bij lange droogte.
- December: Wortelstekken nemen.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De naam ossentong verwijst naar de lange, ruwe bladeren; ook het Engelse bugloss komt van het Griekse woord voor ‘ossentong’.
- Hij hoort bij de ruwbladigenfamilie, net als smeerwortel, bernagie en vergeet-mij-nietje.
- In zijn thuisland groeit hij vaak in akkerranden en op braakliggende grond.