Foto: Chris.urs-o, CC BY-SA 3.0 · bron
Vaste plant · Brassicaceae
Rijstebrij
Arabis caucasica
In andere talen: Arabette du Caucase (Français) · Wall rock cress (English)
Rijstebrij is een lage, wintergroene vaste plant uit de kruisbloemenfamilie, afkomstig uit de bergen van de Kaukasus, het Middellandse Zeegebied en Zuidwest-Azië. Hij vormt brede, zachte kussens van grijsgroen, behaard blad, die van maart tot mei helemaal wit kleuren van de kleine, vierbladige bloempjes. Die bloemen geuren licht en zijn een vroege bron van nectar voor bijen en vlinders. Tuiniers houden van hem omdat hij zonder morren over muurtjes hangt en droge, schrale plekken vult. Bekende rassen zijn ‘Schneehaube’ met zuiver witte bloemen, de dubbelbloemige ‘Flore Pleno’ en de roze bloeiende ‘Rosea’.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand of leem
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
0,2 m
hoog, 0,5 m breed
Bloei
maart–mei
| Snoeimaanden | mei–juni |
|---|---|
| Hoogte | 0,2 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen en vlinders |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | maart–mei |
Herkennen
Hoe herken je een rijstebrij?
- Groeivorm
- Lage, uitgespreide matten van zo’n 20 cm hoog en tot 50 cm breed, met liggende stengels.
- Blad
- Kleine, omgekeerd eironde blaadjes met een getande rand, grijsgroen en zacht behaard; wintergroen.
- Bloem
- Losse trossen van kleine bloempjes van 1–1,5 cm met vier kroonbladen, wit of bij sommige rassen roze, van maart tot mei.
- Geur
- De bloemen geuren licht en zoet, vooral op een zonnige, windstille dag.
- Vrucht
- Smalle, platte hauwen met klein zaad, typisch voor de kruisbloemenfamilie.
- Wortels
- Ondiep en fijn vertakt; ze kruipen graag in spleten tussen stenen.
Bloei: maart–mei · Planten: maart–april en september–oktober · Snoeien: mei–juni
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een van de eerste bloeiers van het jaar: van maart tot mei een wit tapijt in de rotstuin.
- Vroege nectar en stuifmeel voor bijen, hommels en de eerste vlinders.
- Wintergroen: ook in de winter blijft het grijsgroene kussen zichtbaar.
- Droogtebestendig en ideaal voor muurtjes, trappen, randen en spleten tussen stenen.
- Een snelle bodembedekker die kale plekken vult en onkruid weinig kans geeft.
Waar staat een rijstebrij graag?
- Volle zon voor de rijkste bloei; in de schaduw wordt het kussen los en bloeit hij weinig.
- Schrale, goed drainerende grond: zand of leem, zuur, neutraal of kalkrijk. Kalkhoudende grond vindt hij prima.
- Droog tot normaal vochtig; natte voeten in de winter verdraagt hij slecht.
- Ideaal op en tegen muurtjes, in rotstuinen, op taluds en tussen traptreden of tegels.
- Plant 30–40 cm uit elkaar, zo’n 6–8 planten per m².
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 0,2 m hoog, 0,5 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -30 °C)
Mooi samen met
- Blauwkussen: Paarse en blauwe kussens naast het wit, met dezelfde bloeitijd en standplaats.
- Rotsschildzaad: Goudgeel naast wit, samen over de rand van een muurtje.
- Kruipphlox: Roze en lila tinten in dezelfde zonnige rotstuin.
- Botanische tulpen: Kleine, kleurige tulpen die door het witte tapijt heen groeien.
- Druifjes: Blauwe bloemaren in april naast de witte kussens.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een rijstebrij?
Planten in maart–april en september–oktober.
- Plant in maart–april of in september–oktober, als de grond niet bevroren of te nat is.
- Maak de grond los en meng er op zwaardere grond grof zand of fijn grind door voor een goede afwatering.
- Graaf een plantgat iets breder dan de pot. Geef geen mest of verse compost.
- Zet de plant even diep als in de pot. In een muur schuif je de kluit met wat zanderige aarde in een spleet.
- Druk de grond aan en geef water. Het eerste jaar enkel bijgieten bij langdurige droogte.
- Een mulch van grind of steenslag houdt de voet droog en het blad schoon.
Verzorgen
- Water
- Na het aanslaan zelden nodig. Enkel bij lange droogte in de eerste zomer of als hij in een pot staat.
- Bemesten
- Niet nodig: op rijke grond wordt hij slap en bloeit hij minder. Hooguit een dun laagje compost in maart op heel arme grond.
- Terugknippen
- Na de bloei het hele kussen kort scheren houdt de plant compact en dicht (zie Snoeien).
- Verjongen
- Na 3–4 jaar wordt het hart vaak kaal. Scheur de plant dan of vervang ze door jonge stekken.
- In een pot
- Gebruik potgrond gemengd met een derde grof zand en zorg voor een gat in de bodem.
Tip: Scheer het kussen meteen na de bloei met een kleine heggenschaar terug tot de helft: zo blijft het dicht en groeit het tegen de zomer weer vol met vers blad.
Wanneer snoei je een rijstebrij?
Snoeimaanden: mei–juni.
Wanneer: Meteen na de bloei, in mei–juni.
Hoe:
- Knip of scheer alle uitgebloeide stengels weg en kort het kussen in tot ongeveer de helft.
- Met een kleine heggenschaar gaat het snel; knip niet tot in de kale, verhoute delen.
- Knip lange, uitgezakte stengels terug die over andere planten groeien.
- Haal in maart dode of rotte plekken uit het kussen.
Let op: Sla je de snoei over, dan valt het kussen na enkele jaren open en wordt het hart kaal.
Vermeerderen
- Stekken
- In juni–juli stekjes van 5 cm van niet-bloeiende scheuten nemen, in zanderige stekgrond zetten en licht vochtig houden. Na enkele weken wortels.
- Scheuren
- In september of maart een kussen opgraven, in stukken met eigen wortels verdelen en meteen weer planten.
Hoe komt een rijstebrij de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C: in België is geen bescherming nodig.
- Het grootste gevaar is een natte winter: zorg voor goed drainerende grond, of plant op een helling of muurtje.
- Haal afgevallen bladeren van het kussen; die houden vocht vast en laten het blad rotten.
- In een pot: zet hem onder een afdak of tegen een muur, zodat de grond niet doorweekt raakt.
Ziektes en plagen
- Kaal hart: Het midden van het kussen sterft af en wordt bruin. Elk jaar na de bloei terugknippen en oude planten op tijd vervangen helpt.
- Rot: Bruine, slappe plekken in een natte winter of op zware grond. Grind in de grond en een droge mulch voorkomen het.
- Witte roest: Witte, glanzende blaasjes op blad en stengels. Knip aangetaste delen weg en gooi ze bij het restafval, niet op de composthoop.
- Bladluis: Op jonge scheuten in het voorjaar. Meestal ruimen natuurlijke vijanden ze op; anders afspuiten met water.
Het jaar rond
- Januari: Rust. Het wintergroene kussen blijft zichtbaar.
- Februari: Afgevallen bladeren van het kussen halen.
- Maart: Eerste bloei. Planten. Dode plekken wegknippen.
- April: Volle bloei, druk bezocht door bijen. Planten.
- Mei: Einde van de bloei. Daarna kort terugknippen.
- Juni: Terugknippen als dat nog niet gebeurd is. Stekken nemen.
- Juli: Stekken nemen. Jonge planten water geven bij droogte.
- September: Planten en scheuren.
- Oktober: Planten. Grindmulch aanvullen.
- December: Rust. Zorgen dat er geen water op de plant blijft staan.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
- Vlinders
- Nectar voor dagvlinders.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Rijstebrij hoort bij de kruisbloemenfamilie, net als kool en radijs: de vier kroonbladen staan in een kruis.
- Botanici beschouwen hem soms als een ondersoort van de alpenscheefkelk (Arabis alpina).
- De Nederlandse naam verwijst vermoedelijk naar het witte bloementapijt, dat de kussens in het voorjaar bedekt als een laag rijstpap.