
Foto: Emőke Dénes, CC BY-SA 4.0 · bron
Vaste plant · Brassicaceae
Blauwkussen
Aubrieta × cultorum
In andere talen: Aubriète (Français) · Aubretia (English)
Blauwkussen (Aubrieta × cultorum) is een groep tuinhybriden van kleine, groenblijvende kussenplanten, gekweekt uit soorten uit de bergen van Zuidoost-Europa en Klein-Azië. Hij vormt lage matten van 5–15 cm hoog met kleine, grijsgroene, zacht behaarde blaadjes. Van maart tot mei verdwijnt dat blad bijna helemaal onder een tapijt van vierbladige bloemetjes in paars, blauw, roze of rood. Tuiniers laten hem graag over muurtjes en randen hangen of in de rotstuin groeien, en waarderen hem als een van de eerste nectarbronnen voor bijen en vlinders. Er bestaan tientallen rassen, met enkele of gevulde bloemen.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand of leem
neutraal tot kalkrijk
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
0,1 m
hoog, 0,5 m breed
Bloei
maart–mei
| Snoeimaanden | mei–juni |
|---|---|
| Hoogte | 0,1 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen en vlinders |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | maart–mei |
Herkennen
Hoe herken je een blauwkussen?
- Groeivorm
- Lage, uitspreidende mat van 5–15 cm hoog en 40–60 cm breed.
- Blad
- Klein, spatelvormig, grijsgroen en zacht behaard; groenblijvend.
- Bloem
- Vierbladige bloemetjes van 1–2 cm, zo talrijk dat ze het blad bedekken, van maart tot mei.
- Kleur
- Paars, blauwpaars, lila, roze of rood; er zijn ook rassen met gevulde bloemen of bont blad.
- Wortels
- Een vertakte wortel die zich graag in voegen en spleten tussen stenen nestelt.
Bloei: maart–mei · Planten: maart–april en september–oktober · Snoeien: mei–juni
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een van de eerste bloeiers: van maart tot mei een tapijt van kleur.
- Vroege nectar voor bijen, hommels en vlinders.
- Groenblijvend en bodembedekkend: ook buiten de bloei een net kussen.
- Prachtig hangend over muurtjes, tussen stenen en langs randen.
- Weinig werk: één snoeibeurt per jaar volstaat.
Waar staat een blauwkussen graag?
- Volle zon: alleen dan bloeit hij rijk en blijft het kussen compact.
- Goed doorlatende zand- of leemgrond, neutraal tot kalkrijk; zure grond vindt hij niet fijn.
- Droog tot normaal vochtig; natte grond in de winter doet hem rotten.
- Ideaal op of in een muurtje, in de rotstuin of langs een rand, 30–40 cm uit elkaar.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Neutraal of kalkrijk
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 0,1 m hoog, 0,5 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -30 °C)
Mooi samen met
- Rotsschildzaad: Goudgeel naast paars, in dezelfde maanden en op dezelfde droge plek.
- Scheefbloem: Een wit, groenblijvend kussen dat tegelijk bloeit.
- Botanische tulpen: Kleine tulpen die in april door het kussen heen bloeien.
- Huislook: Groenblijvende rozetten tussen de stenen, ook graag droog.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een blauwkussen?
Planten in maart–april en september–oktober.
- Plant in maart–april of in september–oktober.
- Maak de grond los en meng er op zware grond wat grof zand of grind door; op zure grond wat kalk.
- Zet de plant even diep als in de pot. In een muurtje schuif je de kluit in een voeg en vul je aan met zanderige grond.
- Hou 30–40 cm afstand voor een gesloten tapijt.
- Geef water om aan te gieten, en de eerste weken opnieuw bij droogte.
Verzorgen
- Water
- Na het aanslaan alleen bij lange droogte.
- Bemesten
- Niet nodig; op heel arme grond volstaat een beetje compost in het voorjaar.
- Terugknippen
- Knip meteen na de bloei een derde terug; dan blijft het kussen dicht en compact.
- Kalk
- Op zure grond strooi je om de paar jaar in het voorjaar wat kalk rond de planten.
Tip: Plant hem bovenaan een muurtje of tussen de stenen van een talud: dan hangt hij als een kleurige waterval naar beneden en staan zijn wortels altijd droog.
Wanneer snoei je een blauwkussen?
Snoeimaanden: mei–juni.
Wanneer: Meteen na de bloei, eind mei of begin juni.
Hoe:
- Knip het hele kussen met een schaar ongeveer een derde terug, met de uitgebloeide bloemen erbij.
- Knip niet dieper dan het groene blad: in de kale, houtige delen loopt hij slecht uit.
- Scheuten die over een muurtje hangen, mag je wat langer laten.
Let op: Wacht niet tot de zomer: hoe later je knipt, hoe minder tijd het kussen heeft om weer dicht te groeien voor de winter.
Vermeerderen
- Stekken
- In juni–juli: knip stekjes van 5 cm van jonge, niet-bloeiende scheuten en zet ze in zanderige stekgrond, licht vochtig en uit de felle zon.
- Scheuren
- In september een oud kussen in stukken met wortels verdelen en die meteen weer planten.
- Zaaien
- Zaai in het voorjaar in een pot. Zaailingen variëren in kleur.
Hoe komt een blauwkussen de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Winterhard tot ongeveer −30 °C: in België is geen bescherming nodig.
- Groenblijvend: het kussen blijft de hele winter staan.
- Natte voeten zijn het grootste gevaar: zorg voor een plek die goed afwatert.
Ziektes en plagen
- Kaal kussen: Oude kussens worden in het midden kaal en rommelig. Knip elk jaar na de bloei terug en vervang oude planten door stekken.
- Rot: Bruine, rottende plekken door natte grond in de winter. Zorg voor goede drainage.
- Aardvlooien: Kleine gaatjes in het blad, door minuscule springende kevertjes. Meestal groeit de plant er gewoon overheen.
- Weinig bloei: Te veel schaduw of te rijke grond. Geef hem volle zon en bemest niet.
Het jaar rond
- Maart: Begin van de bloei. Planten.
- April: Volle bloei. Planten.
- Mei: Laatste bloei. Meteen erna een derde terugknippen.
- Juni: Terugknippen als dat nog niet gebeurd is. Stekken nemen.
- Juli: Stekken nemen. Water geven bij lange droogte.
- September: Planten of scheuren.
- Oktober: Planten.
- December: Rust; het groene kussen blijft staan.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
- Vlinders
- Nectar voor dagvlinders.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Hij is genoemd naar de Franse plantenschilder Claude Aubriet, die rond 1700 planten tekende voor de koninklijke tuin in Parijs.
- Hij hoort bij de kruisbloemenfamilie, net als kool en mosterd: de vier kroonblaadjes staan in een kruis.