
Foto: Didier Descouens, CC BY-SA 4.0 · bron
Vaste plant · Brassicaceae
Vaste scheefbloem
Iberis sempervirens
In andere talen: Ibéris vivace (Français) · Evergreen candytuft (English)
De vaste scheefbloem komt uit de bergen van Zuid-Europa. Het is een kleine, wintergroene halfheester van 20–30 cm hoog die brede kussens vormt van smalle, donkergroene, leerachtige blaadjes. In april en mei verdwijnt het kussen bijna helemaal onder dichte schermen van spierwitte bloempjes. De naam ‘scheefbloem’ verwijst naar die bloempjes: de twee buitenste kroonblaadjes zijn groter dan de twee binnenste. Bekende rassen zijn ‘Snowflake’ met grote bloemschermen en het compacte ‘Little Gem’. Tuiniers waarderen hem als groenblijvende rand of bodembedekker, die bijen en vlinders in het voorjaar nectar geeft.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand of leem
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
0,25 m
hoog, 0,5 m breed
Bloei
april–mei
| Snoeimaanden | mei–juni |
|---|---|
| Hoogte | 0,25 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen en vlinders |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | april–mei |
Herkennen
Hoe herken je een vaste scheefbloem?
- Groeivorm
- Lage, kussenvormige, wintergroene halfheester van 20–30 cm hoog en 40–60 cm breed, met een houtige voet.
- Blad
- Smal en langwerpig, 2–4 cm lang, donkergroen, glanzend en leerachtig.
- Bloem
- Kleine bloempjes met vier kroonblaadjes, de twee buitenste groter, in dichte, platte schermen, in april–mei.
- Kleur
- Spierwit, soms met een roze zweem bij het uitbloeien.
- Wortels
- Vrij ondiep vertakt; liggende stengels kunnen wortelen waar ze de grond raken.
Bloei: april–mei · Planten: maart–april en september–oktober · Snoeien: mei–juni
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Wintergroen: het donkergroene kussen ziet er het hele jaar verzorgd uit.
- Een zee van witte bloemen in april en mei, die ook ’s avonds nog oplicht.
- Bijen en vlinders vinden er nectar in het vroege voorjaar.
- Droogtebestendig en weinig eisend: ideaal voor een rotstuin, muurtje of borderrand.
- Vormt een dicht kussen waar onkruid weinig kans krijgt.
Waar staat een vaste scheefbloem graag?
- Volle zon; in de schaduw bloeit hij minder en wordt hij ijl.
- Goed doorlatende zand- of leemgrond, zuur tot kalkrijk.
- Droog tot normaal; natte voeten in de winter verdraagt hij slecht.
- Mooi op een muurtje, in een rotstuin, langs een pad of als rand van de border.
- Reken op 30–40 cm tussen de planten, ongeveer 7–9 planten per m² als bodembedekker.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 0,25 m hoog, 0,5 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -30 °C)
Mooi samen met
- Blauwkussen: Bloeit tegelijk; paarse kussens naast de witte.
- Rotsschildzaad: Goudgele bloemen in april, ook voor muurtjes en rotstuinen.
- Kruipphlox: Roze of lila matten in dezelfde zonnige, droge grond.
- Botanische tulpen: Kleine tulpen die tussen de witte kussens opduiken.
- Druifjes: Blauwe trosjes naast het wit, ook in april.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een vaste scheefbloem?
Planten in maart–april en september–oktober.
- Plant in maart–april of in september–oktober.
- Maak de grond los en meng in zwaardere grond wat grof zand of grind door.
- Zet de plant even diep als in de pot en druk de grond aan.
- Hou 30–40 cm afstand tussen de planten.
- Geef water bij het planten en de eerste weken bij droog weer.
Verzorgen
- Water
- Alleen tijdens het aanslaan en bij lange droogte in het eerste jaar.
- Bemesten
- Niet nodig; op arme grond blijft hij compacter.
- Terugknippen
- Knip na de bloei een derde terug, anders wordt hij kaal in het midden.
- Onkruid
- Wied grassen en onkruid tussen de jonge planten tot het kussen gesloten is.
- Vernieuwen
- Wordt een oud kussen toch kaal en houtig, vervang het dan door een stek of een aflegger.
Tip: Gebruik een heggenschaar om hem na de bloei een derde terug te knippen: dat gaat snel, en het kussen blijft jarenlang dicht en mooi rond.
Wanneer snoei je een vaste scheefbloem?
Snoeimaanden: mei–juni.
Wanneer: Meteen na de bloei, eind mei of in juni.
Hoe:
- Knip met een heggenschaar of schaar het hele kussen een derde terug, de uitgebloeide bloemschermen mee.
- Knip niet tot in het kale, oude hout: daar loopt hij moeilijk opnieuw uit.
- Knip in maart losse, bruine of door de winter beschadigde twijgjes weg.
Let op: Knip niet in de herfst of de winter: dan knip je de bloemknoppen voor volgend voorjaar weg.
Vermeerderen
- Stekken
- In juni–juli stekjes van 5–8 cm van niet-bloeiende scheuten nemen en in zanderige stekgrond onder plastic laten wortelen.
- Afleggen
- In het voorjaar een liggende stengel op de grond vastpinnen en met wat aarde bedekken; in september loskoppelen en verplanten.
Hoe komt een vaste scheefbloem de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Winterhard tot ongeveer −30 °C: in België geen bescherming nodig.
- Wintergroen: het blad blijft de hele winter staan.
- Bij koude, droge wind kan het blad bruin verkleuren; knip die twijgjes in maart weg.
- Haal afgevallen boomblad van het kussen, anders gaat het eronder rotten.
Ziektes en plagen
- Kaal midden: Niet of te weinig teruggeknipt. Knip elk jaar na de bloei een derde terug en vervang oude planten.
- Wortelrot: Op natte, zware grond. Plant op een drogere plek of met grind in het plantgat.
- Aardvlooien: Kleine, ronde gaatjes in het blad in het voorjaar, zoals bij kool. Meestal onschuldig; de grond vochtig houden helpt.
- Knolvoet: Een kwijnende plant met gezwollen, misvormde wortels, net als bij kool. Verwijder de plant en plant geen koolachtigen op die plek.
Het jaar rond
- Maart: Planten. Beschadigde twijgjes wegknippen.
- April: Volle bloei. Planten.
- Mei: Einde van de bloei. Eind mei een derde terugknippen.
- Juni: Terugknippen als dat nog niet gebeurd is. Stekken nemen.
- Juli: Stekken nemen. Jonge planten water geven bij lange droogte.
- September: Planten. Afleggers loskoppelen en verplanten.
- Oktober: Planten.
- November: Afgevallen boomblad van het kussen halen.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
- Vlinders
- Nectar voor dagvlinders.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De naam Iberis verwijst naar Iberië, het oude Spanje, waar verschillende soorten in het wild groeien.
- De Engelse naam ‘candytuft’ heeft niets met snoep te maken: hij verwijst naar Candia, een oude naam voor Kreta.
- Hij hoort bij de kruisbloemenfamilie, net als kool en radijs, en heeft dus vier kroonblaadjes in kruisvorm.