Citroenkruid (Artemisia abrotanum)

Foto: Kurt Stüber [1], CC BY-SA 3.0 · bron

Kruid · Asteraceae

Citroenkruid

Artemisia abrotanum

In andere talen: Aurone (Français) · Southernwood (English)

Citroenkruid, ook averuit genoemd, is een kleine, halfverhoute struik die oorspronkelijk uit Zuidoost-Europa en West-Azië komt. Hij vormt een losse, rechtopgaande bos van 60–90 cm met heel fijn verdeeld, grijsgroen blad dat sterk naar citroen ruikt zodra je het aanraakt. Al eeuwenlang staat hij in kruidentuinen en boerentuinen, vooral om die frisse geur. Hij is zeer winterhard, verdraagt droogte en arme grond en vraagt weinig meer dan een stevige snoeibeurt in april. De kleine, geelachtige bloempjes in augustus–september vallen nauwelijks op.

  • Licht

    Volle zon

    warm en licht

  • Vocht

    Droog

    verdraagt droogte

  • Grond

    Zand, leem of klei

    neutraal tot kalkrijk

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -25 °C

  • Grootte

    0,9 m

    hoog, 0,6 m breed

  • Bloei

    augustus–september

Feiten op een rij
Snoeimaandenapril en juni
Hoogte0,9 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Giftig voor mens en huisdierNiet als giftig bekend
Bloeiaugustus–september

Herkennen

Hoe herken je een citroenkruid?

Groeivorm
Halfstruik met een houtige voet en veel rechtopgaande takken, 60–90 cm hoog en ongeveer 60 cm breed.
Blad
Draadfijn verdeeld, zacht en grijsgroen; in milde winters blijft een deel aan de plant.
Geur
Sterk naar citroen, met een kruidige, wat kamferachtige ondertoon als je het blad kneust.
Bloem
Kleine, geelachtige knopjes in losse pluimen in augustus–september; in koele zomers bloeit hij weinig.
Wortels
Vezelig en vrij diep, daardoor goed bestand tegen droogte; natte voeten verdraagt hij slecht.

Bloei: augustus–september · Oogst en vruchten: mei–september · Planten: april–mei en september · Snoeien: april en juni

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Het fijne, grijsgroene blad geeft van april tot diep in de herfst structuur en een zachte kleur in de border.
  • De citroengeur komt vrij zodra je het blad aanraakt: zet hem langs een pad of bij een zitplek.
  • Een takje in de kleerkast of een zakje gedroogd blad houdt motten weg.
  • Zeer droogtebestendig en winterhard: ideaal voor een zonnige, schrale plek of een grindtuin.
  • Laat zich makkelijk snoeien tot een lage, geurende haag rond een kruidentuin of een rozenperk.

Waar staat een citroenkruid graag?

  • Volle zon: in de schaduw wordt hij slap en open en ruikt hij minder sterk.
  • Elke goed doorlatende grond: zand, leem of klei, zolang die niet nat blijft; neutraal tot kalkrijk.
  • Droog mag, nat niet: vooral natte grond in de winter doet hem de das om.
  • Reken op 50–60 cm per plant; voor een lage haag zet je ze op 40 cm.
Licht
Zon
Grondsoort
Zand, leem of klei
Zuurtegraad
Neutraal of kalkrijk
Vocht
Droog
Grootte
0,9 m hoog, 0,6 m breed
Winterhard
Winterhard (tot -25 °C)

Mooi samen met

  • Lavendel: Dezelfde zonnige, droge plek; paarse bloemen naast het grijsgroene blad.
  • Salie: Een tweede geurend kruid met grijsgroen blad voor de kruidentuin.
  • Tijm: Laag en geurend vooraan, op dezelfde schrale grond.
  • Kattenkruid: Blauwe bloemen van mei tot in september naast het fijne, grijze blad.
  • Rozen: Citroenkruid vormt een lage, geurende haag rond een rozenperk.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een citroenkruid?

Planten in april–mei en september.

  1. Plant in april–mei of in september, als de grond warm genoeg is om de wortels snel te laten aanslaan.
  2. Graaf een plantgat twee keer zo breed als de pot en maak de bodem los; op zware grond meng je er grof zand of fijn grind door.
  3. Zet de plant even diep als in de pot en druk de grond goed aan.
  4. Houd 50–60 cm afstand, of 40 cm als je een haag plant.
  5. Geef meteen een flinke gieter water en de eerste weken bij droogte; daarna heeft hij weinig nodig.
  6. Mulch liever met grind dan met compost: zo blijft de voet droog.

Verzorgen

Water
Alleen het eerste jaar bij langdurige droogte. Daarna redt hij zich zelf; in een pot geef je water als de potgrond droog aanvoelt.
Bemesten
Nauwelijks nodig: op rijke grond groeit hij slap en ruikt hij minder sterk. Een handje compost in april is ruim voldoende.
Oogsten
Knip van mei tot september takjes voor de kleerkast. Laat ze in bosjes ondersteboven drogen op een droge, luchtige plek.
Keukengebruik
Het blad smaakt erg bitter; citroenkruid wordt vooral om zijn geur gekweekt en nauwelijks in de keuken gebruikt.
Verjongen
Wordt een oude plant na een aantal jaar kaal en houtig, neem dan stekken en vervang hem door een jonge plant.

Tip: Plant hem waar je er vaak langs loopt: elke keer dat je het blad aanraakt, ruik je citroen, en op een warme dag is de geur het sterkst. Gedroogde takjes in een stoffen zakje houden lang hun geur.

Wanneer snoei je een citroenkruid?

Snoeimaanden: april en juni.

Wanneer: In april, zodra je onderaan de takken nieuwe groene knopjes ziet. In juni mag je nog licht bijknippen; na eind augustus snoei je niet meer.

Hoe:

  • Knip alle takken terug tot 20–30 cm boven de grond, net boven een paar jonge knopjes.
  • Zo blijft de struik compact en vol; zonder snoei wordt hij open en valt hij uit elkaar.
  • Haal dode en bevroren takken helemaal aan de voet weg.
  • Knip in juni enkel de toppen bij om hem in vorm te houden; de afgeknipte takjes kun je drogen.

Let op: Snoei niet in de herfst: jonge scheuten die dan nog uitlopen, bevriezen in de winter, en de oude takken beschermen de voet.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Zachte stekken
In mei–juni: stekken van 8–10 cm van jonge, niet-bloeiende scheuten, onderste blaadjes weg, in een mengsel van stekgrond en zand. Ze wortelen vlot.
Halfrijpe stekken
In augustus: zijscheuten met een hieltje oud hout aftrekken en in een koude bak of op een koele vensterbank laten wortelen; in het voorjaar uitplanten.
Afleggen
In de zomer een lage tak in de grond vastpinnen en afdekken; het voorjaar erna losknippen en verplanten.

Hoe komt een citroenkruid de winter door?

Winterhard tot −25 °C.

  • Zeer winterhard, tot ongeveer −25 °C: in België heeft hij geen bescherming nodig.
  • Natte grond is in de winter een groter gevaar dan vorst: zorg voor een goede afwatering.
  • Laat de takken in de winter staan, ze beschermen de voet. Snoei pas in april.
  • In een pot: zet hem tegen een muur, op potvoetjes, zodat overtollig water weg kan.

Ziektes en plagen

  • Wortelrot: De plant wordt bruin en sterft af, vaak na een natte winter. Kies een goed doorlatende plek of plant hem iets hoger, met grind rond de voet.
  • Kale, slappe struik: Te weinig zon, te rijke grond of geen snoei. Elk voorjaar stevig terugsnoeien en niet bemesten.
  • Openvallen: Na regen of in de wind wijken de takken uiteen. Een stevige snoei in april en licht bijknippen in juni houden hem compact.
  • Bladluis: Soms op de toppen van jonge scheuten in het voorjaar. Afspuiten met water of laten opruimen door lieveheersbeestjes.

Het jaar rond

  • Maart: Nog niet snoeien. Op natte grond wat grof zand of grind rond de voet strooien.
  • April: Stevig terugsnoeien tot 20–30 cm. Planten. Een handje compost geven.
  • Mei: Planten. Zachte stekken nemen.
  • Juni: Licht bijknippen in vorm. Takjes oogsten voor de kleerkast.
  • Juli: Takjes oogsten en in bosjes laten drogen. Jonge planten water geven bij droogte.
  • Augustus: Kleine, gele bloempjes. Halfrijpe stekken nemen. Niet meer snoeien.
  • September: Bloei. Planten. Laatste takjes oogsten.
  • November: Takken laten staan als bescherming. Potten op potvoetjes zetten.
  • December: Rust. Zorgen dat de voet niet in het water staat.

Gebruiken

Eetbaar en bruikbaar

Blad (mei–september)
Knip van mei tot september takjes van 15 à 20 cm, het liefst op een droge, warme dag, als de geur het sterkst is. Citroenkruid oogst je voor zijn frisse citroengeur: in een boeket, in een geurzakje of in de kleerkast, waar het van oudsher motten weghoudt. Het is geen keukenkruid: het blad smaakt erg bitter.
Bewaring
Hang de takjes in losse bosjes ondersteboven op een droge, luchtige plek uit de zon. Na een tot twee weken ris je het blad eraf. In een gesloten pot of zakje blijft het een jaar geurig; wrijf er af en toe over om de geur op te frissen.

Let op: Citroenkruid is geen keukenkruid en geen thee: het blad is erg bitter en bevat, net als alsem, thujon, dat in grotere hoeveelheden schadelijk is. Eet of drink het niet, zeker niet tijdens de zwangerschap. Het blad kan bij gevoelige mensen de huid irriteren, en wie allergisch is voor composieten, kan erop reageren: draag dan handschoenen. Houd geurzakjes buiten het bereik van kleine kinderen en huisdieren.

Eten en gebruiken doe je op eigen risico: zie de gebruiksvoorwaarden.

Recepten

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • Citroenkruid is familie van dragon en alsem: alle drie horen ze bij het geslacht Artemisia.
  • In het Frans heet hij ook ‘garde-robe’, omdat men er vroeger kleding mee beschermde tegen motten.
  • In koele zomers bloeit hij nauwelijks; je kweekt hem vooral om het blad en de geur.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…