Schubvaren (Asplenium ceterach)

Foto: Hans Hillewaert, CC BY-SA 4.0 · bron

Varen · Aspleniaceae

Schubvaren

Asplenium ceterach

In andere talen: Cétérach (Français) · Rustyback (English)

De schubvaren is een klein, inheems varentje van kalkrijke muren en rotsen, verspreid over Europa van de Middellandse Zee tot in Groot-Brittannië. In België groeit hij hier en daar op oude, zonnige muren met kalkmortel, vooral in het zuiden van het land. De leerachtige bladeren worden 5–15 cm lang en zijn diep ingesneden in afwisselende, ronde lobben: donkergroen aan de bovenkant, aan de onderkant dicht bedekt met eerst zilvergrijze, later roestbruine schubben. Bij droogte rolt het blad op, zodat je alleen die bruine onderkant ziet; na regen ontrolt het weer en wordt het groen. Daardoor is hij een van de weinige varens die zon en droogte goed verdragen.

  • Licht

    Zon of halfschaduw

    liefst wat zon

  • Vocht

    Droog

    verdraagt droogte

  • Grond

    Zand of leem

    kalkrijk

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -25 °C

  • Grootte

    0,15 m

    hoog, 0,2 m breed

Feiten op een rij
Hoogte0,15 m
Inheems in BelgiëJa
Giftig voor mens en huisdierNiet als giftig bekend

Herkennen

Hoe herken je een schubvaren?

Groeivorm
Klein, rozetvormig pollertje van 5–15 cm hoog en 10–20 cm breed.
Blad
Leerachtig en diep ingesneden in afwisselende, ronde lobben; bovenkant dof donkergroen.
Onderkant
Dicht bedekt met schubben, eerst zilvergrijs, later roestbruin; ze remmen het uitdrogen en bedekken de sporenhoopjes.
Droogte
Bij droogte rolt het blad naar binnen op; na regen ontrolt het weer en wordt het groen.
Wortels
Fijne wortels die diep in voegen en spleten kruipen.

Planten: maart–mei en september–oktober

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Een van de weinige varens voor een zonnige, droge plek: ideaal voor muren, rotstuinen en trogjes.
  • Groenblijvend: het hele jaar door een levendig, leerachtig rozetje.
  • Boeiend om te zien: bij droogte rolt het blad op en toont het de roestbruine schubben, na regen ontrolt het weer.
  • Een inheemse soort die past in een natuurlijke muur- of rotstuin.
  • Vraagt nauwelijks zorg zodra hij goed staat: geen bemesting en geen snoei.

Waar staat een schubvaren graag?

  • Zon tot halfschaduw; hij verdraagt meer zon dan bijna alle andere varens.
  • Een spleet in een muur of tussen stenen, met een schraal, kalkrijk mengsel van grof zand, wat leem en kalksteengruis of oude kalkmortel.
  • Droog en zeer goed doorlatend: stilstaand water rond de wortels is fataal.
  • Geen rijke tuinaarde en geen dikke mulchlaag: in een gewone border verdwijnt hij snel.
  • Eén plantje per spleet, of 15–20 cm uit elkaar in een rotstuin.
Licht
Zon en halfschaduw
Grondsoort
Zand of leem
Zuurtegraad
Kalkrijk
Vocht
Droog
Grootte
0,15 m hoog, 0,2 m breed
Winterhard
Winterhard (tot -25 °C)

Mooi samen met

  • Muurleeuwenbek: Kruipt met lila bloempjes door dezelfde voegen.
  • Steenbreekvaren: Een ander klein muurvarentje, voor de schaduwrijkere kant van de muur.
  • Muurpeper: Gele bloempjes in juni op dezelfde zonnige, droge plek.
  • Huislook: Groenblijvende rozetjes die even weinig water en voeding nodig hebben.
  • Tijm: Geurige, bloeiende kussentjes voor de rand van de rotstuin.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een schubvaren?

Planten in maart–mei en september–oktober.

  1. Plant van maart tot mei of in september–oktober, liefst tijdens een vochtige periode.
  2. Kies een jong plantje uit een kleine pot: grote, oude planten slaan moeilijk aan.
  3. Maak een spleet tussen de stenen wat vrij en vul ze met een mengsel van grof zand, een beetje compost en kalksteengruis of oude mortel.
  4. Schuif het wortelkluitje erin, met het hart van de plant net aan de buitenkant van de spleet, en druk het mengsel goed aan; een klein steentje houdt het op zijn plaats.
  5. Geef voorzichtig water met een fijne broes en houd het plantje de eerste weken licht vochtig tot het geworteld is.

Verzorgen

Water
Alleen de eerste maanden water geven bij droogte. Daarna niet meer: opgerold blad bij droogte is normaal en geen noodsignaal.
Bemesten
Niet nodig en zelfs nadelig: hij houdt van schrale grond.
Wieden
Haal mos, gras en onkruid weg dat het plantje overgroeit, maar trek voorzichtig om de wortels niet los te rukken.
Muuronderhoud
Spaar bij het opvoegen of reinigen van een oude muur de voegen met varens: met hogedrukreinigen en nieuwe, harde cementvoegen verdwijnt hij.
In een trog
Een schraal, kalkrijk en zeer goed doorlatend mengsel, en in de winter niet te nat.

Tip: Plant hem in een zonnige spleet van een oude muur met kalkmortel en geef hem daarna niets meer: geen mest en geen extra water. Schraal en droog is precies wat hij wil.

Wanneer snoei je een schubvaren?

Wanneer: Niet nodig: de schubvaren wordt niet gesnoeid.

Hoe:

  • Pluk hooguit af en toe een helemaal verdord, bruin blaadje weg.
  • Opgerolde blaadjes zijn niet dood: knip ze niet weg, ze ontrollen weer na regen.

Let op: Verwar opgerold blad in een droge zomer niet met een dode plant: wacht eerst een regenbui af.

Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Sporen
In de zomer een blad met rijpe sporen op een papiertje laten drogen en de sporen uitzaaien op steriel, kalkrijk zaaimengsel onder glas. Het duurt een jaar of langer voor de plantjes groot genoeg zijn om uit te planten.
Delen
Oudere pollen met meerdere harten kun je in het voorjaar voorzichtig in tweeën trekken, maar dat lukt niet altijd.

Hoe komt een schubvaren de winter door?

Winterhard tot −25 °C.

  • Winterhard tot ongeveer −25 °C: in België is geen bescherming nodig.
  • Natte voeten zijn in de winter gevaarlijker dan vorst: zorg dat het water snel wegloopt.
  • In een trog of pot: zet hem in de winter onder een afdak of tegen een muur, zodat hij niet in de regen blijft staan.

Ziektes en plagen

  • Rotting: Bruin wordend hart en zacht blad in natte grond of te veel schaduw. Plant opnieuw in een droger, beter doorlatend mengsel op een zonniger plek.
  • Overgroeid door mos: In een vochtige, schaduwrijke hoek groeien mos en algen over het plantje. Haal ze voorzichtig weg; een zonniger plek helpt.
  • Wegkwijnen: In vette tuinaarde of tussen sterke planten verdwijnt hij. Kies een schrale muurspleet of rotstuin.
  • Opgerold blad: Geen probleem maar een overlevingstruc bij droogte: na regen ontrolt het blad weer.

Het jaar rond

  • Maart: Mos en onkruid rond het plantje weghalen.
  • April: Planten in een muurspleet of rotstuin.
  • Mei: Planten. Jonge planten licht vochtig houden.
  • Juli: Bij droogte rolt het blad op: geen reden tot paniek.
  • Augustus: Rijpe sporen verzamelen.
  • September: Planten tijdens een vochtige periode.
  • Oktober: Planten. Na de herfstregen is het blad weer mooi groen.
  • December: Rust. Het blad blijft groen.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • Hij hoort bij de herlevingsplanten: hij kan sterk uitdrogen zonder te sterven en herstelt na regen.
  • Zijn vroegere naam Ceterach officinarum verwijst naar de werkplaats van de apotheker (‘officina’): het kruid werd vroeger door apothekers verkocht.
  • De schubben aan de onderkant van het blad remmen de verdamping en bedekken de sporenhoopjes.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…