Foto: Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 · bron
Vaste plant · Asteraceae
Alpenaster
Aster alpinus
In andere talen: Aster des Alpes (Français) · Alpine aster (English)
De alpenaster is een lage vaste plant uit de composietenfamilie, afkomstig uit de bergen van Europa en Azië, van de Alpen en de Pyreneeën tot in Siberië. Hij vormt een rozet van spatelvormige, behaarde, grijsgroene bladeren, waaruit van mei tot juli stevige stengeltjes van 15–25 cm groeien. Elk stengeltje draagt één grote, margrietachtige bloem van 3–5 cm, met violetblauwe straalbloemen rond een goudgeel hart. Daarmee bloeit hij maanden vroeger dan de bekende herfstasters. Er zijn rassen in verschillende kleuren, zoals het donkerpaarse ‘Dunkle Schöne’, het roze ‘Happy End’ en het witte ‘Albus’.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand of leem
neutraal tot kalkrijk
Winterhard
Volledig winterhard
tot -35 °C
Grootte
0,25 m
hoog, 0,4 m breed
Bloei
mei–juli
| Snoeimaanden | juli |
|---|---|
| Hoogte | 0,25 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen en vlinders |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | mei–juli |
Herkennen
Hoe herken je een alpenaster?
- Groeivorm
- Lage pol van 15–25 cm hoog en zo’n 30–40 cm breed.
- Blad
- Spatel- tot lancetvormig, behaard en grijsgroen, vooral in een rozet aan de voet.
- Bloem
- Meestal één bloemhoofdje van 3–5 cm per stengel, violetblauw, roze of wit met een goudgeel hart, van mei tot juli.
- Vrucht
- Kleine nootjes met een pluisje, die door de wind verspreid worden.
- Wortels
- Een compacte, vertakte wortelstok die langzaam uitbreidt.
Bloei: mei–juli · Zaaien: maart–april · Planten: maart–april en september–oktober · Snoeien: juli
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een aster die al eind voorjaar bloeit, van mei tot juli.
- Grote, kleurrijke bloemen op een kleine plant: ideaal voor de rotstuin en de voorkant van de border.
- Bijen en vlinders vliegen af op de open bloemen met hun gele hart.
- Volledig winterhard, ook in strenge winters.
- Mooi in een pot of trog op het terras, als de grond goed draineert.
Waar staat een alpenaster graag?
- Volle zon; in de schaduw bloeit hij weinig.
- Zand- of leemgrond, neutraal tot kalkrijk, die goed draineert.
- Droog tot normaal vochtig; natte winters verdraagt hij slecht.
- Ideaal in de rotstuin, op een muurtje, in een grindbed of vooraan in de border.
- Plant op 25–30 cm afstand, in groepjes voor het meeste effect.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Neutraal of kalkrijk
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 0,25 m hoog, 0,4 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -35 °C)
Mooi samen met
- Anjers: Lage, geurende kussens op dezelfde droge, kalkrijke grond.
- Karpatenklokje: Blauwe of witte klokjes die na de aster doorbloeien.
- Tijm: Een geurend tapijt tussen de pollen, ook geliefd bij bijen.
- Huislook: Strakke rozetten als contrast in de rotstuin.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een alpenaster?
Planten in maart–april en september–oktober.
- Plant in maart–april of in september–oktober, als de grond niet te nat is.
- Werk op zwaardere grond grof zand of fijn grind door de plantplek.
- Graaf een plantgat iets groter dan de pot.
- Zet de plant even diep als in de pot: de rozet hoort op de grond, niet erin.
- Druk aan en geef water. Het eerste jaar bij droogte af en toe bijgieten.
- Mulch met fijn grind; dat houdt de rozet droog en schoon.
Verzorgen
- Water
- Na het aanslaan alleen bij lange droogte.
- Bemesten
- In maart een dun laagje compost is genoeg; te veel mest geeft slappe planten.
- Uitgebloeide bloemen
- Knip ze geregeld weg: dat houdt de plant netjes en kan de bloei wat verlengen.
- Verjongen
- Scheur de pol om de drie jaar, anders wordt het hart kaal en bloeit hij minder.
- In een pot
- Gebruik potgrond met een derde grof zand en zet de pot in de winter droog.
Tip: Scheur de pol om de drie jaar in maart of september en herplant alleen de jonge randstukken: zo blijft hij compact en bloeit hij rijk.
Wanneer snoei je een alpenaster?
Snoeimaanden: juli.
Wanneer: Na de bloei, in juli, knip je de bloemstengels tot op de rozet terug.
Hoe:
- Knip uitgebloeide bloemen tijdens de bloei geregeld weg, met stengel en al.
- Knip na de bloei alle bloemstengels tot op de bladrozet terug.
- Laat de rozet in de winter staan; haal in maart alleen dode bladeren weg.
Vermeerderen
- Scheuren
- Om de drie jaar in maart–april of in september de pol opgraven, in stukken met eigen wortels verdelen en de jongste randstukken herplanten.
- Zaaien
- In maart–april binnen zaaien op zanderige zaaigrond, licht afdekken en koel en licht zetten. Uitplanten zodra de plantjes stevig zijn. Rassen komen niet altijd zuiver uit zaad.
Hoe komt een alpenaster de winter door?
Winterhard tot −35 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −35 °C: in België is geen bescherming nodig.
- Natte grond is het grootste gevaar: zorg voor een goede drainage.
- Haal afgevallen blad van de rozet, zodat die niet gaat rotten.
- In een pot of trog: zet hem onder een afdak, zodat de grond niet doorweekt raakt.
Ziektes en plagen
- Meeldauw: Wit poeder op het blad, vooral in droge zomers. Hij is minder gevoelig dan herfstasters; laat ruimte en knip aangetaste bladeren weg.
- Slakken: Vreten aan jonge rozetten en bloemknoppen. ’s Avonds rapen; een grindmulch helpt.
- Rot: Bruine, rottende rozetten in natte winters. Plant op goed drainerende grond met grind.
- Kaal hart: Na een paar jaar sterft het midden van de pol af. Scheur hem om de drie jaar.
Het jaar rond
- Maart: Binnen zaaien. Planten of scheuren. Dode bladeren weghalen.
- April: Binnen zaaien. Planten. Letten op slakken.
- Mei: Begin van de bloei.
- Juni: Bloei. Uitgebloeide bloemen wegknippen.
- Juli: Einde van de bloei. Bloemstengels terugknippen.
- Augustus: Water geven bij langdurige droogte.
- September: Planten of scheuren.
- Oktober: Planten. Grindmulch aanvullen.
- November: Afgevallen blad van de rozetten halen.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
- Vlinders
- Nectar voor dagvlinders.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Bij de herindeling van de asters kregen veel Noord-Amerikaanse soorten, zoals de herfstasters, een nieuwe geslachtsnaam (Symphyotrichum). De alpenaster mocht de naam Aster houden.
- Anders dan de meeste asters draagt hij meestal maar één bloem per stengel.
- In de bergen groeit hij op kalkrijke graslanden en rotsige hellingen, tot boven de boomgrens.