
Foto: Stefan.lefnaer, CC BY-SA 3.0 · bron
Vaste plant · Asteraceae
Bergaster
Aster amellus
In andere talen: Aster amelle (Français) · Italian aster (English)
De bergaster komt van droge, kalkrijke hellingen en graslanden in Midden- en Zuid-Europa. Hij vormt een compacte, rechtopgaande pol van 50–60 cm met ruw, grijsgroen blad. Van augustus tot in oktober draagt hij losse trossen grote, violetblauwe sterbloemen met een geel hart, die vlinders en bijen aantrekken. Tuiniers houden van hem omdat hij niet woekert, droogte verdraagt en, anders dan veel herfstasters, weinig last heeft van meeldauw. Bekende rassen zijn ‘King George’ (violetblauw) en ‘Veilchenkönigin’ (diepviolet en compact).
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand of leem
neutraal tot kalkrijk
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
0,6 m
hoog, 0,45 m breed
Bloei
augustus–oktober
| Snoeimaanden | maart |
|---|---|
| Hoogte | 0,6 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen en vlinders |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | augustus–oktober |
Herkennen
Hoe herken je een bergaster?
- Groeivorm
- Compacte, rechtopgaande en bossige pol van 50–60 cm hoog en ongeveer 45 cm breed.
- Blad
- Langwerpig tot lancetvormig, grijsgroen en ruw behaard.
- Bloem
- Grote sterbloemen van 4–5 cm in losse trossen, van augustus tot oktober.
- Kleur
- Violetblauw tot lila, ook roze rassen, altijd met een geel hart.
- Wortels
- Een compacte, houtige wortelstok die niet uitloopt. Jonge planten wortelen traag.
Bloei: augustus–oktober · Planten: april–mei · Snoeien: maart
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Bloeit van augustus tot in oktober, als de zomerborder over zijn hoogtepunt is.
- Een belangrijke nectarbron voor vlinders, bijen en hommels laat in het seizoen.
- Compact en stevig: hij woekert niet en valt zelden om.
- Verdraagt droogte en houdt van kalk: ideaal voor een droge, zonnige border of grindtuin.
- Weinig gevoelig voor meeldauw, anders dan veel herfstasters.
- Een mooie snijbloem die lang meegaat in de vaas.
Waar staat een bergaster graag?
- Volle zon: in de schaduw worden de stengels slap en bloeit hij minder.
- Goed doorlatende, schrale tot matig rijke grond: zand of leem, neutraal tot kalkrijk.
- Droog tot normaal vochtig. Natte grond in de winter doet hem rotten.
- Mooi in een droge border, een grindtuin of een steppeachtige beplanting.
- Plant op 40–45 cm, in groepjes van drie of vijf.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Neutraal of kalkrijk
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 0,6 m hoog, 0,45 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -30 °C)
Mooi samen met
- Hemelsleutel: Bloeit tegelijk in roze en wordt door dezelfde vlinders bezocht.
- Vedergras: Fijne, wuivende halmen naast de compacte pollen, op dezelfde droge grond.
- Gele zonnehoed: Goudgeel naast violetblauw: een klassiek nazomercontrast.
- Lavendel: Grijs blad en dezelfde voorkeur voor zon, droogte en kalk.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een bergaster?
Planten in april–mei.
- Plant alleen in april–mei, nooit in de herfst: jonge planten wortelen traag en rotten dan in de natte wintergrond.
- Maak de grond goed los en meng op zwaardere grond wat grof zand of grind door.
- Strooi op zure grond een handje kalk in het plantgat.
- Zet de plant even diep als in de pot, op 40–45 cm van elkaar.
- Geef meteen water en het eerste jaar bij droogte opnieuw.
Verzorgen
- Water
- Alleen het eerste jaar bij droogte. Daarna redt hij zich ook in droge zomers.
- Bemesten
- Niet nodig. Op rijke grond wordt hij slap; hooguit een dun laagje compost in het voorjaar.
- Steun
- Meestal niet nodig. Op rijke grond helpen een paar takken rond de pol.
- Snijbloemen
- Snijd stelen als de helft van de bloemen open is; ze blijven lang mooi in de vaas.
- Scheuren
- Alleen in het voorjaar en pas na 4–5 jaar, als de pol in het midden kaal wordt.
Tip: Plant en scheur de bergaster alleen in het voorjaar en geef hem een zonnige plek met droge, kalkrijke grond: dan blijft hij jarenlang staan, bijna zonder meeldauw.
Wanneer snoei je een bergaster?
Snoeimaanden: maart.
Wanneer: Knip de oude stengels in maart terug, voor de nieuwe scheuten uitlopen. Laat ze de hele winter staan.
Hoe:
- Knip alle dode stengels af tot 5–10 cm boven de grond.
- Haal tijdens de bloei uitgebloeide trossen weg als je de plant netjes wilt houden.
- Verder is geen snoei nodig: hij blijft van nature compact.
Let op: Knip hem niet in de herfst terug: de oude stengels beschermen het hart van de plant in de winter.
Vermeerderen
- Scheuren
- In april–mei: steek de pol op, verdeel hem in stukken met elk een paar scheuten en wortels en gooi het houtige midden weg. Nooit in de herfst.
- Stekken
- In april–mei stekken van 5–8 cm van jonge scheuten aan de voet nemen en in zanderige stekgrond zetten. Na enkele weken wortels.
Hoe komt een bergaster de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Winterhard tot ongeveer −30 °C: vorst is geen probleem.
- Natte grond in de winter wel: zorg voor een goed doorlatende plek.
- Laat de stengels staan tot maart; ze beschermen het hart van de plant.
- In een pot: zorg voor een drainagegat en potvoetjes, en zet de pot bij veel regen onder een afdak.
Ziektes en plagen
- Wintersterfte: De plant komt in het voorjaar niet terug, meestal door natte grond of planten in de herfst. Plant in het voorjaar en verbeter de afwatering met grind.
- Slakken: Vreten in het voorjaar aan de jonge scheuten. Raap ze ’s avonds op.
- Meeldauw: Komt zelden voor, soms bij lange droogte. Geef dan water aan de voet en knip aangetaste bladeren weg.
- Kale pol: Oude pollen bloeien minder in het midden. Scheur ze in het voorjaar en plant de jonge randstukken opnieuw.
Het jaar rond
- Maart: Oude stengels tot 5–10 cm terugknippen.
- April: Planten. Scheuren of stekken.
- Mei: Planten. Water geven bij droogte. Letten op slakken.
- Juli: Water geven bij lange droogte, vooral jonge planten.
- Augustus: Begin van de bloei. Bloemen snijden.
- September: Volle bloei, vol vlinders. Uitgebloeide trossen wegknippen.
- Oktober: Laatste bloei. Stengels laten staan.
- November: Niet snoeien en niet scheuren: wachten tot het voorjaar.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
- Vlinders
- Nectar voor dagvlinders.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De naam aster komt van het Griekse woord voor ster.
- De soortnaam amellus gaat terug op de Romeinse dichter Vergilius, die een bloem met die naam beschreef die langs de rivier de Mella groeide.
- Uit een kruising van de bergaster met Aster thomsonii ontstond begin 20e eeuw in Zwitserland de bekende Aster × frikartii.