Foto: Feel free to use my photos, but please mention me as the author and if you want send me a message. o, CC BY-SA 3.0 at · bron
Vaste plant · Iridaceae
Siberische lis
Iris sibirica
In andere talen: Iris de Sibérie (Français) · Siberian iris (English)
De Siberische lis is een sierlijke iris zonder baard die in het wild groeit in natte hooilanden, van Midden- en Oost-Europa tot in Siberië. In mei en juni staan zijn slanke bloemen in blauw, violet of wit hoog boven dichte pollen van smal, grasachtig blad. Anders dan de baardiris houdt hij van vochtige, humusrijke grond en verdraagt hij ook halfschaduw, zodat hij zelfs aan de vijverrand thuis is. Hij is uiterst winterhard en wordt met de jaren een steeds grotere, rijker bloeiende pol. Een bekend ras is het donkerviolette ‘Caesar’s Brother’, maar er zijn ook witte, lichtblauwe en wit-gele rassen.
Let op: Alle delen, vooral de wortelstok, zijn giftig bij inslikken: let op met kinderen en huisdieren zoals honden en katten. Het sap kan de huid irriteren.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal tot nat
mag niet uitdrogen
Grond
Leem, klei of veen
zuur tot neutraal
Winterhard
Volledig winterhard
tot -40 °C
Grootte
0,9 m
hoog, 0,6 m breed
Bloei
mei–juni
| Snoeimaanden | februari, juni en november |
|---|---|
| Hoogte | 0,9 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | mei–juni |
Herkennen
Hoe herken je een Siberische lis?
- Groeivorm
- Dichte, rechtopstaande pol van ongeveer 60 cm breed, met bloemstengels tot 90 cm.
- Blad
- Smal, grasachtig en rechtop, frisgroen; in de herfst kleurt het geelbruin.
- Bloem
- Slank en kleiner dan bij de baardiris, zonder baard; de hangende bloembladen zijn vaak wit of geel getekend en fijn geaderd. Enkele bloemen per stengel, in mei–juni.
- Kleur
- Meestal blauw tot violet; er zijn ook witte, lichtblauwe en wit-gele rassen.
- Vrucht
- Langwerpige, bruine zaaddozen die in de herfst openspringen en tot in de winter blijven staan.
- Wortelstok
- Dun en vertakt, onder de grond; vormt een dichte, vezelige pol die langzaam breder wordt.
Bloei: mei–juni · Planten: maart–april en augustus–september · Snoeien: februari, juni en november
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Elegante bloemen in mei–juni, die boven het blad lijken te zweven.
- Groeit op plekken die voor veel vaste planten te nat zijn: in vochtige borders en aan de vijverrand.
- Het smalle, rechtopstaande blad blijft de hele zomer fris en geeft een grasachtige structuur.
- Bruine zaaddozen sieren de border tot in de winter en zijn mooi in droogboeketten.
- Een goede snijbloem, en bijen halen er nectar en stuifmeel.
- Uiterst winterhard en langlevend; scheuren is maar zelden nodig.
Waar staat een Siberische lis graag?
- Volle zon tot halfschaduw; in de zon bloeit hij het rijkst, als de grond maar vochtig blijft.
- Humusrijke leem-, klei- of veengrond, liefst zuur tot neutraal. Op kalkrijke grond groeit hij minder goed.
- Gewoon tot vochtig: ideaal in een vochtige border of aan de vijverrand, maar niet met de voet permanent onder water.
- Reken op 50–60 cm tussen de planten; een groepje van drie geeft na enkele jaren een mooie, volle pol.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Leem, klei of veen
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Vocht
- Normaal of nat
- Grootte
- 0,9 m hoog, 0,6 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -40 °C)
Mooi samen met
- Hosta: Brede bladeren naast het smalle irisblad, voor dezelfde vochtige plek.
- Pluimspirea: Roze, rode en witte pluimen die na de iris bloeien.
- Daglelie: Neemt de bloei over in juli en houdt ook van vochtige grond.
- Kattenstaart: Hoge paarse aren in de zomer, ook aan de vijverrand.
- Vrouwenmantel: Een zachtgroene rand met gele bloemetjes aan de voet.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een Siberische lis?
Planten in maart–april en augustus–september.
- Plant in maart–april of in augustus–september, als de grond vochtig is.
- Graaf een ruim plantgat en meng er compost of bladcompost door.
- Zet de wortelstok 2–5 cm diep, dus wel onder de grond, anders dan bij de baardiris.
- Houd 50–60 cm afstand tussen de planten.
- Geef meteen veel water en houd de grond de eerste weken vochtig: de wortels mogen niet uitdrogen.
- Mulch met compost of bladcompost om het vocht vast te houden.
Verzorgen
- Water
- Houd de grond vochtig, vooral in het voorjaar en tijdens de bloei. Geef in droge zomers ruim water.
- Bemesten
- In het voorjaar een laag compost of wat organische mest volstaat.
- Mulchen
- Een laag bladcompost in het voorjaar houdt de grond koel en vochtig.
- Uitgebloeide bloemen
- Knip de stengels af als je geen zaad wilt, of laat ze staan voor de sierlijke zaaddozen.
- Scheuren
- Pas als de pol in het midden kaal wordt; dat duurt vaak vele jaren.
Tip: Laat een gescheurde pol nooit uitdrogen: anders dan de baardiris wil de Siberische lis vochtige wortels. Plant de stukken meteen en geef de eerste weken regelmatig water.
Wanneer snoei je een Siberische lis?
Snoeimaanden: februari, juni en november.
Wanneer: Het afgestorven blad knip je af in november of, als je het in de winter laat staan, in februari. Uitgebloeide stengels mogen in juni weg.
Hoe:
- Knip het bruine blad vlak boven de grond af, voor de nieuwe scheuten verschijnen.
- Knip uitgebloeide bloemstengels aan de voet af als je geen zaaddozen wilt.
- Laat de zaaddozen staan als je ze mooi vindt: ze sieren de winterborder.
- Verder is snoeien niet nodig.
Let op: Laat je de zaaddozen staan, dan kunnen er zaailingen opkomen die anders bloeien dan de moederplant.
Vermeerderen
- Scheuren
- In augustus–september of in het voorjaar. Steek de taaie pol met een scherpe spade in stukken met elk minstens enkele bladwaaiers, knip het blad in tot 15–20 cm en plant ze meteen. Houd ze vochtig tot ze aangeslagen zijn.
- Zaaien
- Zaai vers zaad in de herfst in een pot die buiten blijft staan: het zaad heeft een koude periode nodig om te kiemen. Zaailingen variëren en bloeien pas na twee à drie jaar.
Hoe komt een Siberische lis de winter door?
Winterhard tot −40 °C.
- Uiterst winterhard, tot ongeveer −40 °C: bescherming is in België nooit nodig.
- Het blad kleurt in de herfst geelbruin; je kunt het laten staan als wintersilhouet of in november afknippen.
- In een grote pot blijft hij ook winterhard, maar laat de pot nooit uitdrogen.
Ziektes en plagen
- Weinig bloei: Te droog, te veel schaduw of pas gescheurd. Geef meer water, verplant naar een lichtere plek of heb geduld: na het scheuren duurt het een jaar of twee.
- Kaal midden: Een oude pol sterft in het midden af. Scheur hem en plant de jonge randstukken opnieuw.
- Slakken: Eten in het voorjaar aan jonge scheuten en bloemknoppen. Raap ze ’s avonds weg.
- Bruine bladpunten: Teken van droogte. Geef ruim water en mulch de grond.
Het jaar rond
- Februari: Oud blad afknippen, als je het in de winter liet staan.
- Maart: Planten of scheuren. Compost geven.
- April: Planten. Mulch aanbrengen. Letten op slakken.
- Mei: Begin van de bloei. Bloemen snijden voor de vaas.
- Juni: Bloei. Uitgebloeide stengels afknippen of laten staan voor de zaaddozen.
- Juli: Water geven bij droogte.
- Augustus: Planten of scheuren.
- September: Planten of scheuren. Zaaddozen plukken om te drogen.
- Oktober: Het blad kleurt geelbruin. Vers zaad buiten in een pot zaaien.
- November: Afgestorven blad afknippen of laten staan voor de winter.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. Alle delen van deze irissen zijn giftig, vooral de wortelstok: wie ervan eet, krijgt braken, buikpijn en diarree, en ook honden, katten en grazend vee worden er ziek van. Het meeste gevaar is er als je de pollen scheurt: ruim de losse stukken wortelstok meteen op, laat ze niet slingeren waar kinderen spelen of honden graven, en gooi ze niet in een weide of ren. De Siberische en de Japanse iris staan graag aan de vijverrand, waar hun blad zonder bloemen op dat van andere oeverplanten lijkt: eet niets van een oeverplant die je niet zeker kent. Het sap kan de huid irriteren: draag handschoenen bij het scheuren en terugknippen. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Ondanks de naam komt hij niet alleen uit Siberië: hij groeit in het wild van Midden-Europa tot in Rusland, vooral in natte hooilanden.
- Anders dan de baardiris heeft hij geen baard op de hangende bloembladen: hij hoort bij de baardloze irissen.
- De gedroogde zaaddozen blijven lang mooi en worden graag gebruikt in droogboeketten.