
Foto: Didier Descouens, CC BY-SA 4.0 · bron
Heester · Calycanthaceae
Calycanthus
Calycanthus floridus
In andere talen: Arbre aux anémones (Français) · Carolina allspice (English)
De specerijstruik komt uit de bossen en beekdalen van het zuidoosten van de Verenigde Staten. Het is een brede, bladverliezende struik van 2–3 m, met grote, donkergroene bladeren die in de herfst geel kleuren. Van mei tot juli verschijnen ongewone, roodbruine bloemen van 4–5 cm met veel smalle bloemblaadjes en een fruitige geur, vaak vergeleken met aardbei, banaan of appel. Ook het blad, de twijgen en de schors ruiken kruidig als je ze kneust. Tuiniers kiezen hem voor die geur en zijn bijzondere bloemen; het ras ‘Athens’ heeft geelgroene, zeer geurende bloemen.
Let op: De zaden in de bruine vruchtjes zijn giftig. Ze zijn gevaarlijk voor kinderen, honden, katten en grazend vee zoals koeien, schapen en paarden. Eet niets van de plant, pluk de vruchtjes weg als er kinderen of dieren in de tuin komen, en gooi snoeiafval nooit in een weide.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal tot nat
mag niet uitdrogen
Grond
Zand, leem of klei
zuur tot neutraal
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
2,5 m
hoog, 2,5 m breed
Bloei
mei–juli
| Snoeimaanden | juli–augustus |
|---|---|
| Hoogte | 2,5 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | mei–juli |
Herkennen
Hoe herken je een calycanthus?
- Groeivorm
- Brede, dichte struik van 2–3 m hoog en breed, die via wortelopslag langzaam breder wordt.
- Blad
- Tegenoverstaand, eirond tot elliptisch, 5–15 cm, donkergroen en wat ruw; kruidig geurend bij kneuzen. In de herfst geel.
- Bloem
- 4–5 cm breed, roodbruin tot kastanjebruin, met veel smalle, wat vlezige bloemblaadjes die allemaal op elkaar lijken; van mei tot juli.
- Geur
- Fruitig, het sterkst op warme middagen. De intensiteit verschilt sterk van plant tot plant.
- Vrucht
- Een leerachtig, kruikvormig bruin vruchtje met enkele grote zaden, dat lang aan de struik blijft hangen. De zaden zijn giftig.
Bloei: mei–juli · Planten: maart–april en oktober–november · Snoeien: juli–augustus
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Ongewone, roodbruine bloemen met een fruitige geur, van mei tot juli.
- Blad, twijgen en schors ruiken kruidig als je ze kneust.
- Gele herfstkleur als afsluiter van het seizoen.
- Zeer winterhard en makkelijk, in zon of halfschaduw.
- Verdraagt vochtige, zelfs tijdelijk natte grond, waar veel struiken het moeilijk hebben.
- Een geurstruik voor bij een terras of zitplek.
Waar staat een calycanthus graag?
- Zon of halfschaduw; in de zon bloeit hij rijker, in de halfschaduw blijft het blad frisser.
- Humusrijke, vochthoudende grond: zand, leem of klei, zuur tot neutraal.
- Normaal tot vochtig; hij verdraagt zelfs tijdelijk natte grond, maar geen langdurige droogte.
- Een plek waar je vaak komt, bijvoorbeeld bij een zitplek, zodat je van de geur geniet.
- Reken op 2–2,5 m ruimte.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Vocht
- Normaal of nat
- Grootte
- 2,5 m hoog, 2,5 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -25 °C)
Mooi samen met
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een calycanthus?
Planten in maart–april en oktober–november.
- Plant in maart–april of in oktober–november, als de grond niet bevroren of te nat is.
- Koop hem bij voorkeur in bloei, zodat je de geur kunt ruiken: die verschilt sterk tussen planten.
- Graaf een plantgat twee keer zo breed als de kluit en meng er een paar scheppen compost door.
- Zet de plant even diep als in de pot en druk de grond goed aan.
- Geef meteen een flinke gieter water.
- Leg een laag mulch van bladcompost rond de voet.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar regelmatig. Daarna in droge zomers, want hij houdt van vochtige grond.
- Bemesten
- In het voorjaar compost of organische mest voor heesters.
- Mulchen
- Een laag bladcompost houdt de grond koel en vochtig.
- Wortelopslag
- Uitlopers aan de rand kun je in het voorjaar of de herfst afsteken als hij te breed wordt.
- Vruchtjes
- Komen er kinderen of dieren in de tuin, knip dan na de bloei de uitgebloeide bloemen weg; dan vormen zich geen vruchtjes.
Tip: Ruik aan een plant in bloei voor je hem koopt: de geur verschilt sterk tussen exemplaren. Zet hem bij een zitplek, want op een warme middag ruik je hem het best.
Wanneer snoei je een calycanthus?
Snoeimaanden: juli–augustus.
Wanneer: Na de bloei, in juli–augustus. Hij heeft weinig snoei nodig.
Hoe:
- Neem om de één à twee jaar enkele van de oudste takken aan de voet weg; zo blijft de struik jong en bloeirijk.
- Knip dode, beschadigde en kruisende takken weg.
- Kort te lange takken in tot net boven een paar bladeren.
- Verwijder overtollige wortelopslag aan de rand.
Let op: Ruim snoeiafval met vruchtjes meteen op en laat het niet liggen waar kinderen of dieren erbij kunnen.
Vermeerderen
- Uitlopers afsteken
- In maart of oktober een uitloper met wortels aan de rand van de struik afsteken en meteen elders planten.
- Afleggen
- In het voorjaar een lage tak in de grond leggen en vastpinnen; na een jaar loskoppelen en verplanten.
- Zaad
- In de herfst buiten in een bak zaaien, met handschoenen, want het zaad is giftig. Zaailingen bloeien pas na enkele jaren en hun geur is onvoorspelbaar.
Hoe komt een calycanthus de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- Zeer winterhard, tot ongeveer −25 °C: in België is geen bescherming nodig.
- Bladverliezend: in de winter staan er kale takken, vaak met de bruine vruchtjes eraan.
- In een pot: tegen een muur zetten en de pot inpakken, zodat de wortels niet bevriezen.
Ziektes en plagen
- Weinig of geen geur: De geur verschilt sterk tussen planten en is het sterkst bij warm weer. Koop een plant in bloei of kies een ras dat om zijn geur bekendstaat.
- Weinig bloemen: Te veel schaduw of te droge grond. Geef hem meer licht en in de zomer meer water.
- Bruine bladranden: Door droogte of felle middagzon. Water geven en mulchen, eventueel een plek met wat schaduw kiezen.
- Te veel uitlopers: Hij breidt zich langzaam uit via wortelopslag. Steek de uitlopers aan de rand regelmatig af.
Het jaar rond
- Maart: Planten. Uitlopers afsteken.
- April: Planten. Compost geven en mulchen.
- Mei: Eerste bloemen met een fruitige geur.
- Juni: Volle bloei. Water geven bij droogte.
- Juli: Laatste bloemen. Na de bloei enkele oude takken wegnemen.
- Augustus: Snoeien indien nodig. Water geven bij droogte.
- Oktober: Planten. Gele herfstkleur. Uitlopers afsteken.
- November: Planten. Vruchtjes afplukken als er kinderen of dieren in de tuin komen.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. De zaden in de bruine, leerachtige vruchtjes van de calycanthus zijn giftig: ze bevatten calycanthine, een alkaloïde dat stuipen geeft, en bij koeien en schapen zijn er vergiftigingen mee bekend. De schors en het blad geuren kruidig, naar kruidnagel en kaneel, en in het Engels heet de struik ‘Carolina allspice’, maar het is geen specerij: gebruik geen schors, blad of zaden in de keuken. Pluk de vruchtjes weg als er kinderen of dieren in de tuin komen, houd honden en katten weg van gevallen vruchten en gooi snoeiafval nooit in een weide. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De bloemen worden bestoven door kevers, die op de fruitige geur afkomen.
- Kelk- en kroonbladen zijn bij deze struik niet van elkaar te onderscheiden: alle bloemblaadjes zien er hetzelfde uit.
- De Engelse naam ‘Carolina allspice’ verwijst naar de kruidige geur van schors en blad, die aan specerijen doet denken.