Foto: Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 · bron
Vaste plant · Campanulaceae
Ruig klokje
Campanula trachelium
In andere talen: Campanule gantelée (Français) · Nettle-leaved bellflower (English)
Het ruig klokje is een inheemse vaste plant van loofbossen, bosranden en houtkanten in grote delen van Europa, ook in België. Hij vormt een pol van rechtopgaande, scherp kantige stengels tot 80 cm hoog, met ruw behaarde, grof getande bladeren die sterk op brandnetelblad lijken. Van juni tot augustus verschijnen er grote, blauwpaarse klokken in de bovenste bladoksels, aan de binnenkant behaard; er bestaat ook een witte vorm. Tuiniers waarderen hem omdat hij rijk bloeit op plekken waar weinig anders wil bloeien: in de lichte schaduw onder bomen en struiken. Hij zaait zich spontaan uit en is een van de beste planten voor wilde bijen.
Licht
Zon tot schaduw
niet kieskeurig
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Leem of klei
neutraal tot kalkrijk
Winterhard
Volledig winterhard
tot -35 °C
Grootte
0,8 m
hoog, 0,3 m breed
Bloei
juni–augustus
| Snoeimaanden | maart en augustus |
|---|---|
| Hoogte | 0,8 m |
| Inheems in België | Ja |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juni–augustus |
Herkennen
Hoe herken je een ruig klokje?
- Groeivorm
- Rechtopgaande pol van 50–80 cm hoog en ongeveer 30 cm breed; de stengels zijn scherp kantig en ruw behaard.
- Blad
- Onderaan hartvormig en lang gesteeld, naar boven smaller; grof gezaagd en ruw behaard, zoals brandnetelblad.
- Bloem
- Klokken van 3–4 cm, blauwpaars of wit, met lange haren aan de binnenkant; met een tot drie samen in de bladoksels langs de bovenste helft van de stengel. Van juni tot augustus.
- Vrucht
- Een knikkend doosvruchtje dat aan de voet openspringt en veel fijne zaadjes loslaat.
- Wortels
- Een korte, dikke wortelstok; de pol breidt zich maar langzaam uit, nieuwe planten komen vooral uit zaad.
Bloei: juni–augustus · Zaaien: maart–april · Planten: maart–april en september–oktober · Snoeien: maart en augustus
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Inheems en een topplant voor wilde bijen, waaronder soorten die alleen stuifmeel van klokjes verzamelen.
- Bloeit drie maanden in de zomer, ook in halfschaduw en schaduw.
- Ideaal voor een natuurlijke tuin, een bosrand of een houtkant, onder bomen en tussen struiken.
- Sterk en makkelijk: hij verdraagt kalk en zware kleigrond.
- Zaait zich spontaan uit en vult zo op een natuurlijke manier open plekken.
Waar staat een ruig klokje graag?
- Halfschaduw is ideaal, maar hij groeit ook in de zon en in lichte schaduw onder bomen.
- Leem- of kleigrond, neutraal tot kalkrijk; arme, zure zandgrond vindt hij minder fijn.
- Normaal vochtig: niet uitdrogend en niet drassig.
- Zet de planten ongeveer 30 cm uit elkaar, liefst in een groep van vijf of meer.
- Licht
- Zon, halfschaduw en schaduw
- Grondsoort
- Leem of klei
- Zuurtegraad
- Neutraal of kalkrijk
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 0,8 m hoog, 0,3 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -35 °C)
Mooi samen met
- Vingerhoedskruid: Nog een bosrandplant, met hoge aren in de vroege zomer.
- Salomonszegel: Sierlijke, boogvormige stengels in dezelfde lichte schaduw.
- Varens: Groen blad dat de blauwpaarse klokken goed laat uitkomen.
- Akelei: Bloeit eerder, in het voorjaar, op dezelfde plek.
- Ooievaarsbek: Een losse onderbeplanting die de voet van de stengels bedekt.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een ruig klokje?
Planten in maart–april en september–oktober.
- Plant in maart–april of in september–oktober.
- Maak de grond goed los en meng er wat bladcompost door, zeker op zware klei.
- Zet de plant even diep als in de pot en druk de grond aan.
- Hou ongeveer 30 cm afstand; in een groep valt hij het best op.
- Geef meteen goed water en hou de grond het eerste voorjaar vochtig.
- Een laagje bladcompost of gehakseld blad als mulch past bij zijn bosrandkarakter.
Verzorgen
- Water
- Na het aanslaan alleen bij lange droogte, zeker op een zonnige plek.
- Bemesten
- Niet nodig; een laagje bladcompost in maart volstaat.
- Uitgebloeide bloemen
- Knip ze weg als je minder zaailingen wil; laat ze staan voor zaad en voor insecten.
- Steun
- Meestal niet nodig. In rijke grond of diepe schaduw kunnen de stengels gaan hangen; wat takken tussen de planten helpen.
- Zaailingen
- Wied te veel zaailingen in het voorjaar uit of verplant ze naar een andere schaduwrijke plek.
Tip: Plant hem in een groep onder een boom of langs een haag en laat hem zich vrij uitzaaien: zo krijg je vanzelf een natuurlijk bosrandbeeld. Knip alleen uitgebloeide stengels weg waar je geen zaailingen wil.
Wanneer snoei je een ruig klokje?
Snoeimaanden: maart en augustus.
Wanneer: Na de bloei, in augustus, kun je de uitgebloeide stengels terugknippen. Laat je ze staan voor zaad en insecten, dan knip je ze in maart weg.
Hoe:
- Knip uitgebloeide stengels af tot net boven het blad aan de voet.
- Wil je dat hij zich uitzaait, laat dan een paar stengels staan tot de doosjes bruin zijn.
- In maart haal je de oude, droge stengels tot op de grond weg, voor de nieuwe scheuten uitlopen.
Vermeerderen
- Zaaien
- In maart–april buiten zaaien op een fijn zaaibed of in een pot. Het zaad is heel fijn en kiemt in het licht: niet afdekken, enkel licht aandrukken en vochtig houden. Of laat hem zichzelf uitzaaien.
- Delen
- In maart of in september een oudere pol opgraven en met een spade in stukken steken, elk met wortels en scheuten.
Hoe komt een ruig klokje de winter door?
Winterhard tot −35 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −35 °C: geen bescherming nodig.
- Bovengronds sterft hij in de herfst grotendeels af; in het voorjaar loopt hij uit de wortelstok weer uit.
- Laat de oude stengels tot maart staan als schuilplaats voor insecten en voor het zaad.
Ziektes en plagen
- Slakken: Vreten in het voorjaar aan de jonge scheuten. ’s Avonds rapen en de grond rond jonge planten vrij houden.
- Roest: Oranje puistjes aan de onderkant van het blad. Aangetaste bladeren wegknippen en de planten niet te dicht zetten.
- Meeldauw: Wit poeder op het blad bij droogte in de zomer. Water geven bij droogte en luchtig planten.
- Te veel zaailingen: Hij zaait zich flink uit. Uitgebloeide stengels op tijd wegknippen of zaailingen in het voorjaar uittrekken.
Het jaar rond
- Maart: Oude stengels wegknippen. Planten, zaaien of delen.
- April: Zaaien. Letten op slakken bij de jonge scheuten.
- Mei: Zaailingen uitdunnen of verplanten.
- Juni: Begin van de bloei. Wilde bijen bezoeken de klokken.
- Juli: Volle bloei. Water geven bij lange droogte.
- Augustus: Einde van de bloei. Uitgebloeide stengels knippen of zaad laten rijpen.
- September: Planten of delen.
- Oktober: Planten. Oude stengels laten staan voor insecten.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De grote en de kleine klokjesbij verzamelen alleen stuifmeel van klokjes; het ruig klokje is een van hun favoriete planten.
- ’s Nachts en bij slecht weer schuilen mannetjes van kleine solitaire bijen vaak in de klokken.
- In Engeland heet hij ook ‘bats-in-the-belfry’, vleermuizen in de klokkentoren, naar de hangende klokken.