
Foto: Kurt Stüber [1], CC BY-SA 3.0 · bron
Siergras · Cyperaceae
Carex grayi
In andere talen: Gray's sedge (English)
Carex grayi is een zegge uit het oosten van Noord-Amerika, waar hij groeit in natte weiden, moerasbossen en langs rivieren. Hij vormt een stevige pol van 60–90 cm hoog met frisgroene, vrij brede bladeren. Zijn bijzonderheid zijn de vruchten: vanaf de zomer verschijnen op de stengels stekelige groene bolletjes van ongeveer 3 cm, die lijken op een middeleeuwse morgenster. Ze verkleuren later naar bruin en zijn heel mooi in droogboeketten en als snijbloem. De plant is volledig winterhard en voelt zich thuis op een vochtige tot natte plek, bijvoorbeeld aan de rand van een vijver.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal tot nat
mag niet uitdrogen
Grond
Leem, klei of veen
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
0,7 m
hoog, 0,5 m breed
Bloei
juni–augustus
| Snoeimaanden | maart |
|---|---|
| Hoogte | 0,7 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juni–augustus |
Herkennen
Hoe herken je een Carex grayi?
- Groeivorm
- Stevige, rechtopstaande pol van 60–90 cm hoog en 40–50 cm breed.
- Blad
- Smal lintvormig, tot ongeveer 1 cm breed, frisgroen, in de herfst geelbruin.
- Bloem
- Onopvallende aren in juni–juli aan rechte stengels; de vrouwelijke bloemen zitten in een bolvormige aar.
- Vrucht
- Groene bolletjes van ongeveer 3 cm vol stekelige vruchtjes, later bruin; de grote sierwaarde.
- Stengel
- Vrij stevig en driekantig, zoals bij veel zeggen.
Bloei: juni–augustus · Planten: maart–mei en september–oktober · Snoeien: maart
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Opvallende, stekelige vruchtbollen die geen enkele andere zegge heeft.
- Mooi als snijbloem en gedroogd in droogboeketten, lang houdbaar.
- Volledig winterhard en onderhoudsarm: één snoeibeurt per jaar.
- Prima voor natte, lastige plekken, vijverranden en oevers.
- Frisgroen blad dat mooi contrasteert met bloeiende vochtminners.
Waar staat een Carex grayi graag?
- Zon of halfschaduw; in zon blijft de grond liefst vochtig.
- Vochtige tot natte, voedselrijke grond: leem, klei of veen, zuur tot kalkrijk.
- Verdraagt zelfs een tijdje natte voeten of ondiep water aan de vijverrand.
- Beschut tegen harde wind. Reken op 40–50 cm tussen de planten.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Leem, klei of veen
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Normaal of nat
- Grootte
- 0,7 m hoog, 0,5 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -30 °C)
Mooi samen met
- Gele lis: Stevige oeverplant met gele bloemen in het voorjaar.
- Moerasspirea: Crèmewitte pluimen op dezelfde vochtige grond.
- Rodgersia: Grote, sierlijke bladeren in vochtige halfschaduw.
- Dotterbloem: Gele bloemen in het vroege voorjaar aan natte randen.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een Carex grayi?
Planten in maart–mei en september–oktober.
- Plant in maart–mei of in september–oktober, als de grond niet bevroren is.
- Graaf een plantgat dubbel zo breed als de kluit en meng er een paar scheppen compost door.
- Zet de plant even diep als in de pot en druk de grond goed aan.
- Plant in groepjes van 3–5 stuks op 40–50 cm afstand.
- Geef meteen een flinke gieter water, ook als het regent.
- Leg een laag mulch van bladcompost rond de pol om het vocht vast te houden.
Verzorgen
- Water
- Houd de grond altijd vochtig; in droge zomers regelmatig ruim gieten.
- Bemesten
- In het voorjaar een schep compost; meer is niet nodig.
- Mulchen
- Een laag bladcompost in het voorjaar houdt de grond nat en koel.
- Vruchtbollen
- Snijd ze als de bolletjes volgroeid zijn maar nog groen zijn, voor vers of droog boeket.
- Delen
- Is het hart van de pol kaal, dan deel je hem na 3–4 jaar in het voorjaar.
Tip: Snijd de bolletjes als ze nog groen en stevig zijn en laat ze met de kop naar beneden drogen: ze behouden hun vorm tot in de winter.
Wanneer snoei je een Carex grayi?
Snoeimaanden: maart.
Wanneer: Eind februari tot maart, voor de nieuwe scheuten uitlopen.
Hoe:
- Knip het oude, bruine blad en de stengels terug tot ongeveer 5–10 cm boven de grond.
- Gebruik een scherpe snoeischaar of een heggenschaar en draag handschoenen.
- Haal dode bladeren tussen de nieuwe scheuten uit met je vingers.
- In de zomer kun je vruchtbollen voor een boeket afknippen.
Let op: Knip niet in de nieuwe scheuten, alleen het oude blad.
Vermeerderen
- Delen
- In maart–april de pol uitgraven en met een scherpe spade in stukken met wortels en scheuten delen; meteen herplanten en water geven.
- Zaaien
- In het voorjaar op vochtige grond zaaien of de rijpe vruchtjes opvangen; het zaad kiemt traag en onregelmatig.
Hoe komt een Carex grayi de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C: geen bescherming nodig.
- Het blad verkleurt in de herfst en sterft in de winter af; de pol loopt in het voorjaar opnieuw uit.
- In een pot: houd de grond vochtig, zet de pot tegen een muur en bescherm hem bij strenge vorst met jute.
Ziektes en plagen
- Bruine bladpunten: De grond is te droog. Geef ruim water, mulch en kies liefst een vochtiger plek.
- Slappe, omvallende halmen: Te veel schaduw of na zware regen. Zet de plant op een lichtere plek en plant in groepjes zodat de pollen elkaar steunen.
- Kaal hart in de pol: Na enkele jaren. Deel de pol in het voorjaar en plant de jonge stukken opnieuw.
- Zaailingen: In natte grond kunnen zich jonge plantjes vestigen. Wied of verplant ze in het voorjaar.
Het jaar rond
- Maart: Oud blad terugknippen. Delen en planten. Compost geven.
- April: Planten. Mulch aanbrengen.
- Mei: Planten. Water geven bij droogte.
- Juni: Bloei van onopvallende aren.
- Juli: Vruchtbollen vormen zich. Water geven bij droogte.
- Augustus: Vruchtbollen snijden voor boeketten.
- September: Planten. Droogboeketten maken.
- Oktober: Planten. Herfstkleur geelbruin.
- December: Rust. Bruine pol laten staan.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De plant is genoemd naar de Amerikaanse plantkundige Asa Gray.
- In het Engels heet hij ook ‘mace sedge’ of ‘morning star sedge’, naar de stekelige vruchtbollen.
- In het wild groeit hij op natte plekken zoals rivieroevers en natte bossen in het oosten van Noord-Amerika.