Foto: Petr Filippov, CC BY 3.0 · bron
Siergras · Cyperaceae
Bergzegge
Carex montana
In andere talen: Laîche des montagnes (Français) · Soft-leaved sedge (English)
De bergzegge (Carex montana) is een lage, inheemse zegge uit Europa die in België voorkomt op droge, kalkrijke graslanden en in lichte bossen. Hij vormt zachte, dichte pollen van 20–30 cm met smal, zacht, lichtgroen blad dat in de herfst oranjebruin kleurt. Al in april en mei bloeit hij, met donkere mannelijke aren en lage vrouwelijke aren tussen het blad. Het is een bescheiden, onderhoudsarme plant voor onder bomen op drogere grond, in een natuurlijke tuin, een rotstuin of als lage rand. Eenmaal gevestigd zorgt hij zelf voor zich.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand of leem
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
0,25 m
hoog, 0,3 m breed
Bloei
april–mei
| Snoeimaanden | maart |
|---|---|
| Hoogte | 0,25 m |
| Inheems in België | Ja |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | april–mei |
Herkennen
Hoe herken je een bergzegge?
- Groeivorm
- Lage, dichte pol van 20–30 cm hoog en 30 cm breed, die langzaam breder wordt en zachte tapijten vormt.
- Blad
- Smal en zacht, 1–3 mm breed, lichtgroen; in de herfst oranjebruin. De voet heeft roodbruine bladscheden.
- Bloem
- Donkere, bruinpaarse mannelijke aar bovenaan en lage vrouwelijke aren dicht bij de grond, in april–mei.
- Vrucht
- Kleine, behaarde vruchtjes die door mieren worden verspreid.
- Wortels
- Korte, kruipende wortelstokken die de pol langzaam laten uitbreiden.
Bloei: april–mei · Planten: maart–mei en september–oktober · Snoeien: maart
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Inheemse plant die goed past in een natuurlijke tuin en bij inheemse beplanting.
- Zachte, lage pollen met fris groen blad en mooie herfstkleur.
- Droogtebestendig en groeit waar weinig anders wil: onder bomen en in schrale grond.
- Bloeit al in april–mei, vroeg in het seizoen.
- Onderhoudsarm: een korte snoeibeurt in het voorjaar volstaat.
Waar staat een bergzegge graag?
- Zon tot halfschaduw; hij doet het ook onder lichte boomkruinen.
- Droge tot normale, goed doorlatende grond: zand of leem, zuur tot kalkrijk.
- Verdraagt droogte goed maar geen natte winters op zware klei.
- Reken op 25–30 cm tussen de planten voor een snelle sluiting, of 30–40 cm voor een losse plek.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 0,25 m hoog, 0,3 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -30 °C)
Mooi samen met
- Wilde hyacint: Inheemse bol die in dezelfde schaduw in het voorjaar bloeit.
- Herfstcyclaam: Bloeit in de herfst in droge schaduw.
- Elfenbloem: Lage bodembedekker voor droge schaduw met sierlijke bloemen.
- Salomonszegel: Sierlijke, boogvormige stengels met hangende bloemetjes in het voorjaar.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een bergzegge?
Planten in maart–mei en september–oktober.
- Plant in maart–mei of in september–oktober, als de grond niet bevroren is.
- Graaf een plantgat even diep als de kluit en twee keer zo breed. Meng wat compost of bladaarde door arme grond.
- Zet de plant even diep als in de pot en druk de grond zachtjes aan.
- Plant op 25–30 cm afstand in groepjes van 5–7 stuks voor een snel effect.
- Geef meteen een flinke gieter water en houd het eerste seizoen de grond vochtig.
- Laat afgevallen blad liggen als natuurlijke mulch en houd onkruid in de eerste jaren weg.
Verzorgen
- Water
- In het eerste seizoen bij droogte regelmatig; daarna zelden nodig.
- Bemesten
- Niet nodig; op arme grond blijft de pol dicht en compact.
- Mulchen
- Laat afgevallen herfstblad liggen, dat is voldoende.
- Onkruid wieden
- Houd de pollen de eerste twee jaar vrij van gras en onkruid.
- Delen
- Na 4–5 jaar kun je dichte pollen in het voorjaar delen om te verjongen of uit te breiden.
Tip: Plant hem in groepjes onder bomen op drogere grond en laat het afgevallen blad gewoon liggen: dan zorgt hij zelf voor een natuurlijk tapijt.
Wanneer snoei je een bergzegge?
Snoeimaanden: maart.
Wanneer: Eind februari tot maart, voor de nieuwe scheuten uitlopen.
Hoe:
- Knip het oude, bruine blad terug tot ongeveer 5 cm boven de grond.
- Op grotere vlakken kun je maaien op de hoogste stand van de maaier.
- Kam dode bladeren met je vingers uit de pol.
- Knip uitgebloeide aren weg als je zaailingen wilt beperken.
Vermeerderen
- Delen
- In maart–april of in september de pol uitgraven en in stukken met wortels delen; meteen herplanten en water geven.
- Zaaien
- Het zaad kiemt traag; zaai het vers in de herfst op vochtige zaaigrond en laat het buiten overwinteren. Door mieren verspreide zaailingen kun je verplanten.
Hoe komt een bergzegge de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C: geen bescherming nodig.
- Het blad kleurt in de herfst oranjebruin en wordt in de winter bruin; laat het staan als bescherming tot het voorjaar.
- In een pot: zet de pot tegen een muur en zorg dat de grond niet volledig bevriest.
Ziektes en plagen
- Kale plekken: In te veel schaduw of bij te veel droogte. Meer licht of water, plant dichter of vul aan met jonge planten.
- Concurrentie van onkruid: Jonge planten worden overwoekerd door gras. Wied rond de pollen in de eerste jaren.
- Rot door natte grond: Pollen sterven op zware, natte klei. Verbeter de afwatering met grof zand of plant op een verhoging.
- Slakken: Fretten soms aan jonge scheuten in het voorjaar. Verzamel ze of leg een barrière van scherp zand.
Het jaar rond
- Maart: Oud blad terugknippen of maaien. Planten. Delen.
- April: Bloei begint. Planten.
- Mei: Bloei. Planten. Onkruid wieden.
- Juni: Zaadvorming. Water geven bij droogte in het eerste jaar.
- September: Planten of delen.
- Oktober: Planten. Herfstkleur oranjebruin.
- November: Laat het blad staan.
- December: Rust.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De zaden hebben een vetrijk aanhangsel waar mieren op afkomen. Zo verspreiden de mieren de plant.
- De soortnaam montana betekent ‘van de bergen’, maar de plant komt ook in het laagland voor.
- Zeggen worden door de wind bestoven, daarom hebben de bloemen geen opvallende bloemblaadjes.