
Foto: Franz Eugen Köhler, Köhler's Medizinal-Pflanzen, Public domain · bron
Kruid · Apiaceae
Karwij
Carum carvi
In andere talen: Carvi (Français) · Caraway (English)
Karwij is een tweejarig kruid uit de schermbloemenfamilie dat in grote delen van Europa en Azië in graslanden groeit, ook bij ons, al is hij in het wild zeldzaam geworden. Het eerste jaar vormt hij een lage rozet van fijn verdeeld blad dat op wortelloof lijkt; het jaar erna verschijnen in mei–juni stengels van 30–60 cm met kleine schermen witte tot lichtroze bloempjes. Daarna rijpen de bekende gebogen, geribde zaadjes met hun typische, kruidige smaak. Karwij geeft brood, kool, aardappelen en kaas een eigen smaak, en ook het jonge blad en de wortel zijn eetbaar. Bijen en zweefvliegen bezoeken de bloemen graag.
Let op: Pluk geen wilde schermbloemen om te eten als je niet zeker bent van de soort: sommige, zoals gevlekte scheerling en hondspeterselie, zijn zeer giftig en lijken op karwij.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
0,6 m
hoog, 0,3 m breed
Bloei
mei–juni
| Hoogte | 0,6 m |
|---|---|
| Inheems in België | Ja |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Deels: zie Let op bovenaan |
| Bloei | mei–juni |
Herkennen
Hoe herken je een karwij?
- Groeivorm
- Tweejarig: het eerste jaar een lage bladrozet, het tweede jaar vertakte bloemstengels van 30–60 cm hoog en ongeveer 30 cm breed.
- Blad
- Fijn, twee- tot driemaal geveerd, gelijkend op wortelloof; frisgroen.
- Bloem
- Kleine witte tot lichtroze bloempjes in losse schermen, in mei–juni.
- Zaad
- Langwerpige, licht gebogen en geribde zaadjes van 3–6 mm, die bij rijpheid bruin worden.
- Wortels
- Een vlezige, witte penwortel.
Bloei: mei–juni · Oogst en vruchten: april–mei en juli–augustus · Zaaien: april–mei en augustus
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Eigen kruiden voor de keuken: zaad, jong blad en wortel zijn eetbaar.
- De bloemen trekken bijen, zweefvliegen en andere nuttige insecten aan.
- Een inheemse plant voor de kruidentuin, de moestuin of een bloemenweide.
- Makkelijk te zaaien en weinig veeleisend.
- Fijn, luchtig blad en sierlijke witte schermen in mei–juni.
Waar staat een karwij graag?
- Volle zon; in de schaduw bloeit hij matig en vormt hij weinig zaad.
- Elke goed doorlatende grond: zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk.
- Normaal vochtig; natte voeten in de winter verdraagt hij slecht.
- Kies een plek in de moestuin of kruidentuin waar hij twee seizoenen mag blijven staan.
- Hou 20–30 cm tussen de planten.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 0,6 m hoog, 0,3 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -25 °C)
Mooi samen met
- Goudsbloem: Oranje bloemen en nuttige insecten in dezelfde zonnige kruidentuin.
- Bieslook: Een ander makkelijk keukenkruid met paarse bolletjes in mei–juni.
- Korenbloem: Blauwe bloemen naast de witte schermen in een bloemenweide.
- Wilde marjolein: Bloeit na de karwij en houdt de bijen in de tuin.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een karwij?
- Zaai ter plaatse in april–mei of in augustus: door de penwortel laat karwij zich slecht verplanten.
- Maak de grond fijn en onkruidvrij en trek ondiepe zaaivoren op ongeveer 30 cm van elkaar.
- Zaai dun en dek het zaad af met ongeveer 1 cm fijne grond.
- Hou de grond vochtig tot de kieming, die twee tot drie weken kan duren.
- Dun de zaailingen uit tot 20–30 cm.
- Wied regelmatig: de jonge plantjes groeien traag en worden makkelijk overwoekerd.
Verzorgen
- Water
- Na de kieming enkel bij lange droogte.
- Bemesten
- Niet nodig; op arme grond werk je wat compost in voor het zaaien.
- Wieden
- Hou de rijen het eerste jaar onkruidvrij.
- Zaad oogsten
- Snijd de schermen af zodra de meeste zaadjes bruin zijn, meestal in juli, en laat ze ondersteboven in een papieren zak drogen; de zaadjes vallen er vanzelf uit.
- Blad en wortel
- Jong blad pluk je met mate voor soep of salade. De wortel oogst je in de herfst van het eerste jaar en kook je als groente.
- Keuken
- Het zaad gebruik je in roggebrood, zuurkool, koolschotels, aardappelgerechten en kaas. Bewaar het droog in een gesloten pot.
Tip: Zaai ter plaatse en geef hem twee seizoenen de tijd: het eerste jaar zie je enkel een rozet, het tweede jaar oogst je het zaad. Zaai elk jaar een rij bij, dan heb je elk jaar een oogst.
Wanneer snoei je een karwij?
Wanneer: Karwij wordt niet gesnoeid. Je knipt alleen de schermen voor de zaadoogst in juli en haalt de plant daarna weg.
Hoe:
- Knip de schermen af als de meeste zaadjes bruin zijn, voor ze uitvallen.
- Laat een paar schermen staan als je wil dat hij zich uitzaait.
- Na de zaadoogst sterft de plant af: trek hem uit en zet hem op de composthoop.
Vermeerderen
- Zaaien
- De enige goede methode: zaai ter plaatse in april–mei of in augustus. Zelf geoogst zaad kun je het volgende voorjaar opnieuw zaaien.
- Zelfuitzaai
- Laat een paar schermen rijpen; laat de zaailingen staan waar ze opkomen en dun ze uit.
Hoe komt een karwij de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- Zeer winterhard, tot ongeveer −25 °C: de bladrozet overwintert zonder bescherming.
- Natte, zware grond in de winter is gevaarlijker dan vorst.
- In augustus gezaaide plantjes overwinteren als kleine rozet.
Ziektes en plagen
- Bladluis: Op stengels en schermen in het voorjaar. Afspuiten met water; lieveheersbeestjes helpen.
- Slakken: Vreten de jonge zaailingen weg. Bescherm ze de eerste weken.
- Onkruid: De trage zaailingen worden makkelijk overwoekerd. Zaai in rijen, zodat je ze herkent, en wied regelmatig.
- Uitgevallen zaad: Wacht je te lang, dan valt het zaad uit. Oogst de schermen als de meeste zaadjes bruin zijn.
- Meeldauw: Wit poeder op het blad in droge zomers. Zorg voor genoeg ruimte tussen de planten.
Het jaar rond
- Maart: De rozetten van vorig jaar groeien weer. Wieden.
- April: Zaaien ter plaatse.
- Mei: Zaaien. Bloei van de tweedejaarsplanten.
- Juni: Bloei. Zaailingen uitdunnen. Letten op bladluis.
- Juli: Zaad oogsten zodra het bruin is. Uitgebloeide planten weghalen.
- Augustus: Zaaien voor volgend jaar. Zaad drogen en bewaren.
- September: Wieden tussen de jonge rozetten.
- Oktober: Wortels van eerstejaarsplanten oogsten.
- November: Rust.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
- Blad (april–mei)
- De fijne, varenachtige blaadjes van het eerste jaar en van het voorjaar van het tweede jaar smaken mild naar karwij en peterselie: knip ze fijn over soep, salade, aardappelen of kwark.
- Zaden (juli–augustus)
- Karwij is tweejarig: de schermen bloeien in het tweede jaar, en in juli–augustus kleuren de zaadjes bruin. Knip de schermen af zodra de eerste zaadjes bruin zijn, hang ze ondersteboven in een papieren zak om na te drogen en klop de zaden eruit. Voor roggebrood, zuurkool, kaas, kool en karwijlikeur (kummel).
- Bewaring
- Laat de zaden een week goed nadrogen op een open schaal en bewaar ze dan in een gesloten pot, donker: ze houden twee jaar hun smaak. Maal of kneus ze pas vlak voor gebruik. Het blad is vers het lekkerst.
Let op: Karwij is een schermbloemige, net als de zeer giftige gevlekte scheerling, hondspeterselie en waterscheerling. Pluk dus enkel karwij die je zelf zaaide of plantte, nooit in het wild als je niet zeker bent. Gevlekte scheerling heeft paarse vlekken op de stengel en ruikt naar muizen. Karwijzaad is in gewone hoeveelheden in de keuken veilig; neem de etherische olie niet in.
Eten en gebruiken doe je op eigen risico: zie de gebruiksvoorwaarden.
Recepten
- Roggebrood met karwij (Gerecht · 1 brood · 30 min + 3 uur rijzen en bakken)
- Karwijlikeur (kummel) (Likeur · ± 750 ml · 15 min + 3 weken trekken)
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Wat we karwijzaad noemen, is botanisch een splitvrucht: bij rijpheid valt elk vruchtje in twee helften uiteen.
- Kummel, een likeur die vooral in Noord- en Oost-Europa wordt gedronken, wordt op smaak gebracht met karwij.
- Karwij en komijn worden vaak verward, maar het zijn verschillende planten: komijn komt uit warmere streken en smaakt anders.