Rode spoorbloem (Centranthus ruber)

Foto: Stan Shebs, CC BY-SA 3.0 · bron

Vaste plant · Caprifoliaceae

Rode spoorbloem

Centranthus ruber

In andere talen: Valériane rouge (Français) · Red valerian (English)

De rode spoorbloem komt uit het Middellandse Zeegebied en is in West-Europa op veel plaatsen verwilderd, vaak op oude muren, rotsen en spoorwegbermen. Het is een struikvormige vaste plant van 60–80 cm met blauwgroen, wat vlezig blad en dichte, gewelfde trossen van kleine rozerode bloempjes. Er bestaan ook een witte vorm (‘Albus’) en een dieprode vorm (var. coccineus). Tuiniers waarderen hem omdat hij van mei tot in oktober bloeit op de armste, droogste grond, waar weinig andere planten het volhouden. Vlinders, bijen en de kolibrievlinder komen massaal op de nectar af.

  • Licht

    Volle zon

    warm en licht

  • Vocht

    Droog

    verdraagt droogte

  • Grond

    Zand of leem

    neutraal tot kalkrijk

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -20 °C

  • Grootte

    0,7 m

    hoog, 0,6 m breed

  • Bloei

    mei–oktober

Feiten op een rij
Snoeimaandenmaart en juli–augustus
Hoogte0,7 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Goed voor bijen, vlinders en vogelsJa, voor bijen en vlinders
Giftig voor mens en huisdierNiet als giftig bekend
Bloeimei–oktober

Herkennen

Hoe herken je een rode spoorbloem?

Groeivorm
Struikvormige, rechtopgaande vaste plant van 60–80 cm hoog en 45–60 cm breed; de voet wordt na enkele jaren houtig.
Blad
Eirond tot lancetvormig, 5–10 cm lang, tegenoverstaand, blauwgroen en wat vlezig.
Bloem
Kleine buisvormige bloempjes met een smal spoortje, in dichte, gewelfde trossen aan de toppen van de stengels, van mei tot oktober.
Kleur
Rozerood; er zijn ook witte en dieprode vormen. Zaailingen kunnen in kleur verschillen van de moederplant.
Zaad
Elk zaadje heeft een pluisje en waait weg zoals bij een paardenbloem: hij zaait zich makkelijk uit.
Wortels
Een dikke, vlezige penwortel: verplant hem jong, want oudere planten slaan slecht aan.

Bloei: mei–oktober · Zaaien: maart–mei · Planten: maart–mei en september–oktober · Snoeien: maart en juli–augustus

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Bloeit bijna een half jaar, van mei tot oktober, zeker als je uitgebloeide stengels terugknipt.
  • Een echte vlinderplant: dagvlinders, kolibrievlinders, bijen en hommels bezoeken hem de hele zomer.
  • Groeit waar andere planten opgeven: in droge, schrale grond, tussen stenen en zelfs in muurvoegen.
  • Heeft na het eerste jaar geen water meer nodig, ook niet in droge zomers.
  • Mooi in een grindtuin, een rotstuin, op een talud of bovenop een muurtje.

Waar staat een rode spoorbloem graag?

  • Volle zon; in de schaduw bloeit hij minder en valt hij open.
  • Arme, goed doorlatende grond: zand of lichte leem, neutraal tot kalkrijk. Ook tussen stenen en in oude muren.
  • Droog is prima; natte, zware grond in de winter verdraagt hij slecht.
  • Op te rijke grond groeit hij slap en valt hij om: geen compost of mest in het plantgat.
  • Reken op 40–50 cm tussen de planten.
Licht
Zon
Grondsoort
Zand of leem
Zuurtegraad
Neutraal of kalkrijk
Vocht
Droog
Grootte
0,7 m hoog, 0,6 m breed
Winterhard
Winterhard (tot -20 °C)

Mooi samen met

  • Lavendel: Dezelfde droge, zonnige standplaats; paars naast rozerood.
  • Muurfijnstraal: Een klein wit-roze madeliefje dat ook graag in muurvoegen groeit.
  • Kattenkruid: Lange blauwe bloei en ook een geliefde bijenplant.
  • Vroege wolfsmelk: Blauwgroen blad en geelgroene bloemen in het voorjaar, op dezelfde droge grond.
  • Mexicaans vedergras: Een luchtig gras dat tussen de bloemtrossen meebeweegt.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een rode spoorbloem?

Planten in maart–mei en september–oktober.

  1. Plant in maart–mei of in september–oktober, bij voorkeur jonge planten in pot.
  2. Graaf een plantgat iets breder dan de kluit en meng in zwaardere grond wat grof zand of grind door voor een goede afwatering.
  3. Zet de plant even diep als in de pot en druk de grond goed aan.
  4. Hou 40–50 cm afstand tussen de planten.
  5. Geef bij het planten een flinke gieter water en de eerste weken bij droog weer.
  6. Leg eventueel grind rond de voet in plaats van compost: dat houdt de voet droog.

Verzorgen

Water
Alleen het eerste jaar bij langdurige droogte. Eenmaal geworteld redt hij zich zonder water.
Bemesten
Niet nodig. Mest maakt de plant slap en minder bloeirijk.
Uitgebloeide bloemen
Knip uitgebloeide stengels terug tot boven een paar bladparen: zo bloeit hij opnieuw en zaait hij minder uit.
Zaailingen
Wied zaailingen op de verkeerde plek jong uit, voor de penwortel diep in de grond zit.
Vernieuwen
Na 4–5 jaar wordt hij houtig en kaal aan de voet. Vervang hem dan door een zaailing of een stek.

Tip: Knip na de eerste bloeigolf in juli de stengels tot de helft terug: in augustus bloeit hij opnieuw en je beperkt het uitzaaien. Laat wel een paar trossen staan als je zaailingen wil om oude planten te vervangen.

Wanneer snoei je een rode spoorbloem?

Snoeimaanden: maart en juli–augustus.

Wanneer: Na de eerste bloeigolf in juli, uitgebloeide trossen in augustus, en in maart een opruimbeurt van de oude stengels.

Hoe:

  • Knip in juli de uitgebloeide stengels terug tot ongeveer de helft: na enkele weken volgt een tweede bloei.
  • Knip in augustus uitgebloeide trossen weg voor ze pluizen, als je het uitzaaien wil beperken.
  • Knip in maart de oude, dode stengels terug tot net boven het nieuwe blad aan de voet.
  • Laat een paar trossen zaad zetten als je jonge planten wil om oude, houtige exemplaren te vervangen.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Zaaien
Binnen in maart–april of buiten in april–mei, het zaad maar licht bedekken. De zaailingen bloeien meestal vanaf het jaar na het zaaien.
Basale stekken
In het voorjaar stekken van jonge scheuten aan de voet nemen en in zanderige stekgrond laten wortelen.
Zaailingen
Hij zaait zich vanzelf uit. Verplant zaailingen als ze nog klein zijn, met de penwortel intact.

Hoe komt een rode spoorbloem de winter door?

Winterhard tot −20 °C.

  • Winterhard tot ongeveer −20 °C: in België komt hij een gewone winter zonder bescherming door.
  • Natte grond is gevaarlijker dan vorst: zorg voor een goede afwatering.
  • In een pot of bak: zet hem tegen een muur, uit de ergste regen, en zorg voor een drainagegat.
  • Laat de oude stengels staan tot maart; ze beschermen de voet een beetje.

Ziektes en plagen

  • Wortelrot: De plant zakt in en verkleurt, meestal in natte, zware grond in de winter. Plant opnieuw op een drogere plek of op een verhoging met grind.
  • Slap en uitgezakt: Te rijke grond, mest of te veel schaduw. Geef geen mest, kies een zonnige plek en knip na de eerste bloei terug.
  • Bladluis: Op jonge scheuten in het voorjaar. Meestal ruimen lieveheersbeestjes ze op; anders afspuiten met water.
  • Te veel zaailingen: Knip uitgebloeide trossen weg voor ze pluizen en wied zaailingen jong uit.
  • Kaal in het midden: Oudere planten worden houtig. Vervang ze na enkele jaren door een zaailing of stek.

Het jaar rond

  • Maart: Oude stengels terugknippen. Planten. Binnen zaaien.
  • April: Planten. Buiten zaaien. Basale stekken nemen.
  • Mei: Begin van de bloei. Nog planten.
  • Juni: Volle bloei. Vlinders en bijen op bezoek.
  • Juli: Na de eerste bloeigolf de stengels tot de helft terugknippen.
  • Augustus: Tweede bloei. Uitgebloeide trossen wegknippen tegen uitzaaien.
  • September: Bloei. Planten of zaailingen verplanten.
  • Oktober: Laatste bloemen. Planten.
  • November: Rust. Oude stengels laten staan tot maart.

Gebruiken

Goed voor dieren

Bijen
Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Vlinders
Nectar voor dagvlinders.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • De naam Centranthus komt van de Griekse woorden voor ‘spoor’ en ‘bloem’: elk bloempje heeft achteraan een smal spoortje met nectar, net als de Nederlandse naam zegt.
  • Elk bloempje heeft maar één meeldraad, wat bij bloemplanten vrij zeldzaam is.
  • Het zaad heeft een pluisje van fijne haartjes, zodat de wind het meevoert naar muren en rotsspleten, waar de plant vaak spontaan opduikt.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…