Dwergpalm (Chamaerops humilis)

Foto: tato grasso, CC BY-SA 2.5 · bron

Boom · Arecaceae

Dwergpalm

Chamaerops humilis

In andere talen: Palmier nain (Français) · Dwarf fan palm (English)

De dwergpalm groeit van nature in het westen van het Middellandse Zeegebied, in Zuid-Europa en Noord-Afrika, op droge, rotsige hellingen en in de buurt van de kust. Het is een trage, compacte palm die vaak meerdere stammen vormt, met stijve, waaiervormige bladeren op bladstelen vol scherpe stekels. Bij ons wordt hij in de tuin of in een pot meestal 1–2 m hoog, en pas na vele jaren hoger. Tuiniers houden van hem omdat hij een mediterrane sfeer geeft, groenblijvend is en tegen droogte kan. De vorm met zilvergrijs blad uit het Atlasgebergte en het compacte ras ‘Vulcano’, met minder stekels, zijn bijzonder geliefd.

  • Licht

    Volle zon

    warm en licht

  • Vocht

    Droog tot normaal

    geen natte voeten

  • Grond

    Zand of leem

    elke zuurtegraad

  • Winterhard

    tot -12 °C

    beschermen in strenge winters

  • Grootte

    2,5 m

    hoog, 2 m breed

  • Bloei

    mei–juni

Feiten op een rij
Snoeimaandenmei
Hoogte2,5 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Giftig voor mens en huisdierNiet als giftig bekend
Bloeimei–juni

Herkennen

Hoe herken je een dwergpalm?

Groeivorm
Lage palm met één of meer korte stammen, die met de jaren een brede pol vormt; bij ons meestal 1–2 m hoog en breed.
Blad
Stijf en waaiervormig, 50–80 cm breed, diep ingesneden in smalle segmenten; groen tot blauwgrijs.
Bladsteel
Lang en voorzien van scherpe, naar voren gerichte stekels: werk altijd met handschoenen.
Bloem
Korte, dichte trossen kleine gele bloemen tussen de bladeren, in mei–juni. Mannelijke en vrouwelijke bloemen staan meestal op aparte planten.
Vrucht
Bij vrouwelijke planten kleine, dadelachtige vruchten, eerst groen, later geelbruin.
Stam
Bedekt met vezels en de resten van oude bladstelen.

Bloei: mei–juni · Planten: mei–juni · Snoeien: mei

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Een van de meest winterharde palmen: met een beschutte plek en goede drainage kan hij bij ons buiten blijven.
  • Het hele jaar groen, met een uitgesproken, exotische vorm.
  • Blijft compact en groeit traag: geschikt voor een kleine tuin, een terras of een grote pot.
  • Eenmaal ingeworteld is hij droogtebestendig en vraagt hij weinig werk.
  • Mooi in een grindtuin of een mediterrane border, tussen grassen en grijsbladige planten.

Waar staat een dwergpalm graag?

  • Volle zon, zo warm mogelijk: voor een zuidmuur of in een beschutte binnentuin.
  • Doorlatende zand- of leemgrond; zure tot kalkrijke grond is allemaal goed, zolang het water snel wegloopt.
  • Normale tot droge grond: natte voeten, zeker in de winter, zijn fataal.
  • Beschut tegen koude oostenwind, die het blad bruin kleurt.
  • Reken op 1,5–2 m ruimte, en niet vlak naast een pad: de stekels prikken.
Licht
Zon
Grondsoort
Zand of leem
Zuurtegraad
Niet kieskeurig
Vocht
Droog of normaal
Grootte
2,5 m hoog, 2 m breed
Winterhard
Matig winterhard (tot -12 °C): bescherm hem in strenge winters

Mooi samen met

  • Lavendel: Grijs blad en paarse bloemen voor dezelfde zonnige, droge plek.
  • Rozemarijn: Groenblijvend kruid met een mediterrane geur.
  • Vedergras: Fijne, wuivende halmen naast het stijve waaierblad.
  • Wolfsmelk: Blauwgroen blad en geelgroene bloemen in een grindtuin.
  • Yucca: Nog een exotische, stijve vorm die droogte en kou verdraagt.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een dwergpalm?

Planten in mei–juni.

  1. Plant in mei of juni, als de grond opgewarmd is, zodat hij voor de winter goed kan inwortelen.
  2. Graaf een ruim plantgat en meng zware grond met grof zand en grind. Leg op natte grond een drainagelaag onderaan.
  3. Zet de palm even diep als in de pot: niet dieper, want de stam mag niet in natte grond staan.
  4. In een pot: kies een zware, ruime pot met gaten en een mengsel van potgrond met een derde zand of fijn grind.
  5. Geef meteen water en de eerste zomer regelmatig bij droogte.
  6. Een mulchlaag van grind houdt de stamvoet droog en het onkruid weg.

Verzorgen

Water
De eerste zomer regelmatig. Daarna in de volle grond enkel bij lange droogte. In een pot in de zomer geregeld, in de winter heel spaarzaam.
Bemesten
Van april tot augustus maandelijks wat palmenmest of mest voor groene planten, vooral in een pot. Niet in de herfst.
Oude bladeren
Knip bruine onderste bladeren weg, kort tegen de stam. Draag handschoenen.
Verpotten
Om de twee à drie jaar in het voorjaar, in een pot die maar iets groter is.
Uitlopers
Wil je één stam, haal dan de jonge scheuten aan de voet weg; anders vormt hij vanzelf een brede pol.

Tip: Een goede drainage is belangrijker dan bescherming tegen de kou: plant hem iets hoger dan het maaiveld, in een mengsel met grind. Houd in de winter vooral het hart droog.

Wanneer snoei je een dwergpalm?

Snoeimaanden: mei.

Wanneer: Echt snoeien hoeft niet. In mei, na de winter, knip je wel de bruine en beschadigde bladeren weg.

Hoe:

  • Knip dode en verkleurde onderste bladeren af, enkele centimeters van de stam.
  • Laat gezonde groene bladeren staan: de palm heeft ze nodig om te groeien.
  • Knip nooit in het hart van de palm: daar groeit het nieuwe blad.
  • Verwijder uitgebloeide bloemtrossen als je geen vruchten wilt.

Let op: De bladstelen hebben scherpe stekels: draag stevige handschoenen en lange mouwen.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Uitlopers
In mei–juni een scheut met eigen wortels voorzichtig van de pol losmaken en oppotten in zanderige grond. Warm en licht vochtig houden tot hij groeit.
Zaad
Vers zaad een of twee dagen weken en zaaien bij 20–25 °C. Het kiemt traag en onregelmatig, soms pas na enkele maanden.

Hoe komt een dwergpalm de winter door?

Winterhard tot −12 °C: beschermen in strenge winters.

  • Winterhard tot ongeveer −12 °C, maar alleen op een beschutte, droge plek. Jonge planten zijn gevoeliger.
  • Bij strenge vorst: bind de bladeren losjes samen, wikkel de plant in vliesdoek en leg een mulchlaag over de voet. Houd het hart droog.
  • In een pot: overwinter hem koel en vorstvrij, bij voorkeur licht, bijvoorbeeld in een onverwarmde serre of garage met raam. Geef weinig water.
  • Haal de bescherming weg zodra het niet meer hard vriest, zodat hij niet gaat broeien.

Ziektes en plagen

  • Rot in het hart: Het jongste blad laat makkelijk los en ruikt muf: te nat in de winter. Voorkomen met goede drainage en een droog hart; zwaar aangetaste planten zijn meestal verloren.
  • Bruine bladpunten: Door droogte in een pot, koude wind of vorst. Knip de bruine punten weg en zoek een beschutte plek.
  • Spint: Fijne spinseltjes en gespikkeld blad bij planten die binnen warm en droog overwinteren. Koeler zetten en het blad afsproeien.
  • Schildluis: Bruine bultjes en kleverig blad bij overwinterende potplanten. Afvegen met een zachte borstel en zeepsop.

Het jaar rond

  • Januari: Bij strenge vorst inpakken. Potplanten amper water geven.
  • Maart: Bescherming weghalen bij zacht weer.
  • April: Verpotten. Beginnen met bemesten.
  • Mei: Planten. Potten naar buiten. Dode bladeren wegknippen.
  • Juni: Planten. Bloei tussen de bladeren.
  • Juli: Potplanten water geven bij droogte.
  • Augustus: Laatste keer bemesten.
  • Oktober: Potplanten koel en vorstvrij binnen zetten.
  • November: Mulchlaag aanbrengen. Vliesdoek klaarleggen.
  • December: Het hart droog houden. Inpakken bij strenge vorst.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • De naam Chamaerops komt uit het Grieks en betekent zoiets als ‘struik bij de grond’, door zijn lage groei.
  • In Noord-Afrika en Spanje vlocht men van oudsher manden, matten, touw en bezems van de bladvezels.
  • Mannelijke en vrouwelijke bloemen zitten meestal op aparte planten: alleen een vrouwelijke plant met een mannelijke in de buurt geeft vruchten.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…