
Foto: Joe Ravi, CC BY-SA 3.0 · bron
Fruitplant · Rutaceae
Mandarijn
Citrus reticulata
In andere talen: Mandarinier (Français) · Mandarin (English)
De mandarijn komt oorspronkelijk uit Zuidoost-Azië en het zuiden van China, waar hij al eeuwenlang gekweekt wordt. Het is een kleine, groenblijvende boom met glanzend donkergroen blad, soms met korte doorns aan de twijgen. In het voorjaar en de vroege zomer verschijnen witte, heerlijk geurende bloemen, gevolgd door afgeplatte vruchten met een dunne schil die makkelijk loslaat. Omdat hij slechts lichte vorst verdraagt, kweek je hem bij ons als kuipplant: ’s zomers buiten in de zon, ’s winters koel en licht binnen. Verwant zijn onder meer de clementine en de satsuma, die je op dezelfde manier verzorgt.
Let op: Niet winterhard: vorst onder −3 °C beschadigt blad en vruchten. Haal hem in oktober tijdig binnen en zet hem pas na half mei weer buiten.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand of leem
zuur tot neutraal
Winterhard
tot -3 °C
beschermen in strenge winters
Grootte
2,5 m
hoog, 1,5 m breed
Bloei
april–juni
| Snoeimaanden | maart |
|---|---|
| Hoogte | 2,5 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | april–juni |
Herkennen
Hoe herken je een mandarijn?
- Groeivorm
- Kleine, groenblijvende boom; als kuipplant 1,5–2,5 m hoog en ongeveer 1,5 m breed, met een ronde kroon.
- Blad
- Lancetvormig tot ovaal, 4–8 cm, glanzend donkergroen; geurt als je het kneust.
- Bloem
- Witte, stervormige bloemen met vijf dikke kroonblaadjes, in april–juni; sterk en zoet geurend.
- Vrucht
- Afgeplat, 5–8 cm, met een dunne schil die makkelijk te pellen is. Rijpt traag en kleurt pas in de winter oranje.
- Doorns
- Sommige planten hebben korte, scherpe doorns aan de twijgen.
Bloei: april–juni · Oogst en vruchten: december–februari · Planten: april–mei · Snoeien: maart
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Glanzend, groenblijvend blad: het hele jaar een sierplant voor terras of serre.
- De witte bloemen geuren heerlijk zoet in april–juni.
- Bloemen en rijpende vruchten hangen vaak tegelijk aan de plant.
- Eigen vruchten om te plukken in de winter, al blijft de oogst van een kuipplant bescheiden.
- De meeste mandarijnen zetten ook zonder tweede plant vruchten.
Waar staat een mandarijn graag?
- Zomer: buiten op de zonnigste, beschutte plek, bijvoorbeeld tegen een zuidmuur.
- Winter: koel en licht binnen, bij 5–12 °C, bijvoorbeeld in een onverwarmde serre of een lichte, vorstvrije ruimte.
- Luchtige, goed doorlatende grond, licht zuur tot neutraal: citrusgrond of potgrond gemengd met zand of perliet.
- Normaal vochtig: de bovenkant van de kluit mag tussen twee gietbeurten opdrogen, maar de kluit mag nooit volledig uitdrogen.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 2,5 m hoog, 1,5 m breed
- Winterhard
- Matig winterhard (tot -3 °C): bescherm hem in strenge winters
Mooi samen met
- Olijfboom: Nog een mediterrane kuipplant met dezelfde zomerse zon en koele overwintering.
- Laurier: Een groenblijvende kuipplant als rustige achtergrond op het terras.
- Lavendel: Een geurende pot voor dezelfde zonnige plek in de zomer.
- Sterjasmijn: Geurende witte bloemen in de zomer, net als de mandarijn.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een mandarijn?
Planten in april–mei.
- Verpot in april–mei, voor de plant naar buiten gaat, en alleen als de wortels de pot vullen.
- Kies een pot die 3–5 cm breder is dan de oude, met een gat in de bodem; terracotta laat de grond goed ademen.
- Leg onderin een laagje grind of kleikorrels voor een goede afwatering.
- Gebruik citrusgrond, of gewone potgrond met een derde grof zand of perliet.
- Zet de plant even diep als voordien: de entplaats blijft boven de grond.
- Geef regenwater tot het onderaan uit de pot loopt en laat de pot goed uitlekken.
Verzorgen
- Water
- Giet als de bovenste 2–3 cm droog aanvoelen, liefst met regenwater: kalkrijk leidingwater geeft gele bladeren. Laat nooit water in de schotel staan.
- Bemesten
- Van maart tot september om de twee weken citrusmest of mest voor kuipplanten. In de winter niet bemesten.
- Overwinteren
- Haal hem in oktober binnen, voor de eerste vorstnachten, en zet hem pas na half mei weer buiten, eerst enkele dagen in de halfschaduw.
- Bestuiven
- Binnen kan je de bloemen met een zacht penseeltje bestuiven voor een betere vruchtzetting.
- Oogsten
- Pluk de vruchten als ze helemaal oranje zijn en licht meegeven, meestal van december tot februari. Lekker vers, in fruitsla, als sap of de geraspte schil in gebak.
Tip: Zet je mandarijn ’s zomers op de zonnigste plek buiten en overwinter hem koel en licht, bij 5–12 °C. Giet met regenwater: zo blijft het blad donkergroen en kleuren de vruchten in de winter mooi oranje.
Wanneer snoei je een mandarijn?
Snoeimaanden: maart.
Wanneer: In maart, voor de nieuwe groei begint, terwijl de plant nog binnen staat. Daarna enkel licht bijknippen.
Hoe:
- Knip dode, zwakke en naar binnen groeiende takken weg.
- Kort te lange scheuten in tot net boven een blad, voor een compacte, ronde kroon.
- Verwijder scheuten die onder de entplaats uit de onderstam groeien; ze hebben vaak ander blad en grotere doorns.
- Snoei niet te hard: dan krijg je veel blad en weinig bloemen.
Let op: Draag handschoenen bij planten met doorns.
Vermeerderen
- Stekken
- Neem in juli–augustus halfrijpe stekken van 10–15 cm en laat ze onder plastic wortelen bij 20–25 °C. Dat lukt niet altijd en duurt enkele maanden.
- Zaad
- Uit een pit groeit makkelijk een plantje, maar het duurt vele jaren voor het bloeit en vruchten geeft. Leuk om te proberen; voor fruit koop je beter een geënte plant.
Hoe komt een mandarijn de winter door?
Winterhard tot −3 °C: beschermen in strenge winters.
- Niet winterhard: hij verdraagt hooguit kortstondig −3 °C. In België overwintert hij binnen.
- Ideaal is een lichte, koele plek bij 5–12 °C. In een warme, donkere kamer laat hij zijn blad vallen.
- Geef in de winter weinig water: houd de kluit net vochtig.
- Controleer regelmatig op schildluis en wolluis, die binnen in de winter snel toeslaan.
Ziektes en plagen
- Gele bladeren: Gele bladeren met groene nerven wijzen op ijzergebrek, vaak door kalkrijk water. Giet met regenwater en geef citrusmest.
- Bladval: Plots veel bladverlies na het binnenzetten, door te weinig licht, tocht of te veel water. Zet hem koel en licht en giet minder.
- Schildluis en wolluis: Bruine schildjes of witte pluisjes op stengels en bladeren, en kleverig blad met zwarte roetdauw. Veeg ze weg met een doekje met lauw zeepsop.
- Spint: Fijn gespikkeld, dof blad en spinsel in droge, warme lucht. Besproei het blad regelmatig en zet de plant koeler.
- Vruchtval: Jonge vruchtjes vallen af na een droge periode of bij te veel vruchten. Houd de kluit gelijkmatig vochtig; een deel valt altijd vanzelf af.
Het jaar rond
- Januari: Koel en licht binnen. Weinig water. Vruchten oogsten.
- Februari: Vruchten oogsten. Letten op schildluis.
- Maart: Snoeien. Beginnen met bemesten.
- April: Verpotten indien nodig. Begin van de bloei.
- Mei: Na half mei naar buiten, eerst in de halfschaduw. Bloei.
- Juni: Bloei en jonge vruchtjes. Om de twee weken bemesten.
- Juli: Regelmatig water geven. Stekken nemen.
- Augustus: Water en mest geven. Stekken nemen.
- September: Laatste keer bemesten.
- Oktober: Binnenzetten voor de eerste vorst.
- November: Koel en licht overwinteren. Weinig water.
- December: De vruchten kleuren oranje. Eerste oogst.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
- Vruchten (december–februari)
- Een mandarijn in een pot bloeit in april–juni; de vruchten rijpen traag en kleuren pas in de winter oranje, van december tot februari. Pluk ze als ze helemaal oranje zijn en licht meegeven, en proef er eerst één: een mandarijn wordt na het plukken niet zoeter. Ze zijn lekker vers, in fruitsla of een wintersalade met witloof, als sap, en de geraspte schil in gebak. Gedroogde schil geeft thee, stoofpotten en koekjes een warme citrusgeur. Gebruik de schil enkel van je eigen, onbehandelde vruchten.
- Bewaring
- Ongeschilde mandarijnen houden een week op een koele plek, en twee à drie weken in de koelkast. Rasp de schil voor je de vrucht pelt, en vries ze in een zakje in. Gedroogde schil houdt een jaar in een gesloten pot.
Let op: Gebruik de schil enkel van vruchten van je eigen plant die niet bespoten is: eet de vruchten van een pas gekochte plant pas na een jaar, als er bij jou nieuwe gegroeid zijn, want planten uit het tuincentrum zijn vaak behandeld met middelen die voor voedsel niet toegelaten zijn. De mandarijn is niet winterhard: overwinter hem vorstvrij, licht en koel bij 5–12 °C, en oogst binnen of in de serre. Spuug de pitten uit.
Eten en gebruiken doe je op eigen risico: zie de gebruiksvoorwaarden.
Recepten
- Witloofsalade met mandarijn en walnoten (Gerecht · 4 personen · 15 min)
- Gedroogde mandarijnschil (Gedroogd · ± 30 g · 15 min + 3 à 7 dagen drogen)
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Citrusvruchten rijpen niet na: een mandarijn wordt na het plukken niet zoeter. Proef daarom eerst een vrucht voor je de rest oogst.
- De oranje kleur ontstaat pas bij koelere temperaturen: in de tropen blijven rijpe mandarijnen soms groen.
- De clementine is waarschijnlijk een kruising tussen mandarijn en sinaasappel.