Foto: Elena Chochkova, CC BY-SA 4.0 · bron
Fruitplant · Rutaceae
Citroen
Citrus × limon
In andere talen: Citronnier (Français) · Lemon (English)
De citroen is een oude kruising die waarschijnlijk in Zuid- of Zuidoost-Azië ontstaan is en al eeuwen rond de Middellandse Zee gekweekt wordt. Het is een kleine, groenblijvende boom met glanzend, aromatisch blad en vaak doornige twijgen. De witte bloemen, in de knop paarsachtig, geuren heerlijk en verschijnen vooral in het voorjaar, maar vaak ook later in het jaar. Bij ons is hij niet winterhard en kweek je hem als kuipplant, die in de zomer buiten staat en koel overwintert. Bekende vormen zijn ‘Meyer’, compact en met zachtere vruchten, en de ‘Quatre Saisons’-citroen, die bijna het hele jaar door bloeit.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand of leem
zuur tot neutraal
Winterhard
tot -3 °C
beschermen in strenge winters
Grootte
2,5 m
hoog, 1,5 m breed
Bloei
maart–juni
| Snoeimaanden | maart |
|---|---|
| Hoogte | 2,5 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | maart–juni |
Herkennen
Hoe herken je een citroen?
- Groeivorm
- Kleine boom of struik; in een pot meestal 1–2 m hoog, vaak met doorns aan de twijgen.
- Blad
- Ovaal, leerachtig en glanzend groen, 5–10 cm; het ruikt naar citroen als je erover wrijft.
- Bloem
- Wit, aan de buitenkant paarsachtig getint, 3–4 cm, sterk geurend. Vooral in maart–juni, vaak ook later.
- Vrucht
- Ovaal en geel als hij rijp is. Het rijpen duurt zes tot negen maanden, soms langer.
- Wortels
- Vrij ondiep en gevoelig voor natte voeten en kalkrijk water.
Bloei: maart–juni · Oogst en vruchten: december–april · Planten: april–mei · Snoeien: maart
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Geurige bloemen die een heel terras vullen met hun parfum.
- Eigen citroenen, die je kunt plukken wanneer je ze nodig hebt.
- Groenblijvend glanzend blad: het hele jaar door een sierlijke kuipplant.
- Bloemen, groene en rijpe vruchten hangen vaak tegelijk aan de boom.
- Geeft een mediterrane sfeer op een zonnig terras of balkon.
Waar staat een citroen graag?
- Van mei tot oktober buiten op de zonnigste, warmste en meest beschutte plek van het terras.
- In een pot met citrusgrond of een luchtig, licht zuur potgrondmengsel; de grond moet goed doorlaten.
- Normaal vochtig: de grond mag tussen twee gietbeurten bovenaan opdrogen, maar nooit helemaal uitdrogen.
- Beschut tegen wind en hevige regen, die bloemen en jonge vruchtjes doen vallen.
- In de winter licht en koel binnen, bij 5–12 °C.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 2,5 m hoog, 1,5 m breed
- Winterhard
- Matig winterhard (tot -3 °C): bescherm hem in strenge winters
Mooi samen met
- Olijf: Nog een mediterrane kuipplant voor hetzelfde zonnige terras.
- Laurier: Groenblijvend en geschikt voor een pot; overwintert ook graag koel.
- Lavendel: Geurend en bijenvriendelijk aan de voet van de pot of in een bak ernaast.
- Rozemarijn: Een mediterraan kruid dat dezelfde zon en droge lucht verdraagt.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een citroen?
Planten in april–mei.
- Verpot in april of mei, voor hij naar buiten gaat.
- Kies een pot die maar een paar centimeter breder is dan de vorige, met een drainagegat en een laagje grind of kleikorrels onderaan.
- Gebruik citrusgrond of potgrond met wat zand en fijn grind, zodat het water goed wegloopt.
- Zet de plant even diep als voordien: de entplaats moet ruim boven de grond blijven.
- Geef water met regenwater tot het onderaan uit de pot loopt en laat goed uitlekken.
- Laat hem eerst een week wennen in de halfschaduw voor hij in de volle zon gaat.
Verzorgen
- Water
- Geef water als de bovenste 2–3 cm droog aanvoelt, liefst regenwater of kalkarm water. Nooit water in de schotel laten staan. In de winter veel minder.
- Bemesten
- Van april tot september om de één à twee weken citrusvoeding. In de winter niet of heel weinig.
- Verpotten
- Om de twee à drie jaar in het voorjaar. Oudere planten in een grote pot ververs je alleen de bovenste laag grond.
- Overwinteren
- Voor de eerste vorst binnen, op een lichte, koele plek. Een warme woonkamer geeft bladval en luizen.
- Oogsten
- Pluk de citroenen als ze geel zijn en een beetje meegeven. Ze kunnen ook nog een tijd aan de boom blijven hangen.
Tip: Zet hem van mei tot oktober buiten in de zon en overwinter hem licht en koel bij 5–12 °C. Geef kalkarm water of regenwater en in de zomer geregeld citrusvoeding.
Wanneer snoei je een citroen?
Snoeimaanden: maart.
Wanneer: In maart, voor de plant in groei komt en naar buiten gaat. Daarnaast kun je op elk moment wilde scheuten verwijderen.
Hoe:
- Knip dode, zwakke en kruisende takken weg.
- Kort te lange takken in tot net boven een blad, om een mooie, compacte kroon te krijgen.
- Haal scheuten onder de entplaats meteen weg: ze komen van de onderstam en geven geen goede vruchten.
- Knip lange, kale waterloten in of weg, zodat de kroon in evenwicht blijft.
Let op: Draag handschoenen: veel citroenbomen hebben scherpe doorns.
Vermeerderen
- Halfrijpe stekken
- In juli–augustus stekken van 10–15 cm, de onderste bladeren weg, in vochtige stekgrond onder plastic bij 20–25 °C. Na enkele weken wortels.
- Zaad
- Pitten uit een citroen kiemen makkelijk bij 20–25 °C en geven een mooie groene plant. Die bloeit pas na vele jaren en de vruchten zijn onvoorspelbaar.
Hoe komt een citroen de winter door?
Winterhard tot −3 °C: beschermen in strenge winters.
- Niet winterhard: hij verdraagt hooguit een korte, lichte vorst van −3 °C. Zet hem in oktober, voor de eerste nachtvorst, binnen.
- Overwinter hem licht en koel bij 5–12 °C, bijvoorbeeld in een koele serre, een veranda of een lichte, onverwarmde kamer.
- Geef in de winter veel minder water en geen of heel weinig voeding.
- Laat hem in het voorjaar geleidelijk wennen aan buiten, eerst in de schaduw, anders verbrandt het blad.
Ziektes en plagen
- Gele bladeren: Gele bladeren met groene nerven door kalkrijk water of een tekort aan voeding; volledig gele bladeren door te veel water. Gebruik regenwater, citrusvoeding en een goed doorlatende pot.
- Bladval in de winter: Te warm en te donker, of een plotse verandering van plek. Zet hem koeler en lichter en geef minder water.
- Schildluis en wolluis: Bruine bultjes of witte pluisjes en kleverig blad met zwarte schimmel. Afvegen met een zachte borstel en zeepsop.
- Spint: Gespikkeld, dof blad met fijne spinseltjes, in warme, droge lucht binnen. Het blad afsproeien en de plant koeler zetten.
- Vruchtval: Een deel van de jonge vruchtjes valt altijd af: dat is normaal. Bij veel vruchtval: let op droogte of te natte grond.
Het jaar rond
- Januari: Koel en licht binnen. Weinig water. Controleren op luizen.
- Februari: Controleren op luizen. Geurende bloemknoppen.
- Maart: Snoeien. Bloei begint.
- April: Verpotten. Beginnen met citrusvoeding.
- Mei: Na half mei geleidelijk naar buiten. Bloei.
- Juni: Bloei. Om de één à twee weken voeding.
- Juli: Bij hitte dagelijks controleren of hij water nodig heeft. Stekken.
- Augustus: Voeding. Stekken.
- September: Laatste voeding.
- Oktober: Voor de eerste vorst binnen zetten.
- November: Rijpe citroenen oogsten. Minder water.
- December: Koel en licht binnen. Oogsten.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
- Vruchten (december–april)
- Een citroenboompje in een pot bloeit vooral in de lente; de vruchten hebben 6 tot 9 maanden nodig en kleuren geel in de winter, van december tot april. Pluk ze als ze helemaal geel zijn en een beetje meegeven; ze kunnen nog weken aan de boom hangen. Gebruik sap én schil, enkel van onbespoten vruchten: in limonade, citroencurd, ingelegde citroenen, limoncello en overal waar een frisse toets welkom is. De bloemen zijn ook eetbaar en heerlijk geurig.
- Bewaring
- Citroenen blijven een paar weken goed op een koele plek of in de koelkast. Rasp de schil en pers het sap, en vries ze apart in (in een ijsblokjesvorm). Ingelegd in zout houden ze een jaar.
- Fermenteren
- Citroenen in zout (zoals in Marokko) fermenteren een maand: de schil wordt zacht, zout en zuur en geeft tajines, stoofpotten, salades en dressings een diepe citroensmaak.
Let op: Gebruik de schil enkel van citroenen die niet bespoten zijn. Planten uit het tuincentrum zijn vaak behandeld met middelen die voor voedsel niet toegelaten zijn: eet de vruchten van een pas gekochte plant pas na een jaar, als er bij jou nieuwe vruchten gegroeid zijn. Het boompje verdraagt nauwelijks vorst: overwinter het licht en koel (5 tot 12 °C).
Eten en gebruiken doe je op eigen risico: zie de gebruiksvoorwaarden.
Recepten
- Ingelegde zoute citroenen (Fermentatie · 1 pot van 1 liter · 20 min + 1 maand)
- Limoncello (Likeur · ± 1 liter · 30 min + 2 weken)
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De citroen is geen wilde soort maar een oude kruising, met de cedraat en de bittere sinaasappel als ouders.
- Een citroenboom draagt vaak tegelijk bloemknoppen, bloemen, groene en rijpe vruchten.
- Het woord oranjerie verwijst naar de citrusbomen die rijke families vroeger in zulke glazen gebouwen lieten overwinteren.