Siernetel (Coleus scutellarioides)

Foto: Rhododendrites, CC BY-SA 4.0 · bron

Eenjarige plant · Lamiaceae

Siernetel

Coleus scutellarioides

In andere talen: Coléus (Français) · Coleus (English)

De siernetel (Coleus scutellarioides) komt uit de tropische bossen van Zuidoost-Azië en wordt bij ons als eenjarige perkplant of als kamerplant gekweekt. Hij is er niet voor de bloemen, maar voor het blad: in eindeloze combinaties van groen, limoen, geel, rood, roze, purper en bijna zwart, vaak met een gekleurde rand, vlekken of aders. De plant wordt 30–50 cm hoog en blijft door regelmatig toppen mooi vol en rond. Tuiniers gebruiken hem om kleur te brengen in halfschaduw en schaduw, in potten, bakken en perken, waar weinig bloeiende planten het zo goed doen. Hij is familie van munt en salie, niet van de brandnetel.

Let op: De plant is giftig bij opeten: hij kan braken en diarree veroorzaken. Gevaarlijk voor katten, honden en paarden; zet hem buiten bereik van huisdieren die aan planten knabbelen en van kleine kinderen. Het sap kan bij gevoelige mensen de huid irriteren.

  • Licht

    Halfschaduw of schaduw

    verdraagt weinig zon

  • Vocht

    Normaal

    geen natte voeten

  • Grond

    Zand, leem of klei

    zuur tot neutraal

  • Winterhard

    tot 8 °C

    beschermen in strenge winters

  • Grootte

    0,5 m

    hoog, 0,4 m breed

Feiten op een rij
Snoeimaandenmei–september
Hoogte0,5 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Giftig voor mens en huisdierJa, let op met kinderen en huisdieren

Herkennen

Hoe herken je een siernetel?

Groeivorm
Struikvormige plant van 30–50 cm hoog en ongeveer 40 cm breed, met vierkante, sappige stengels.
Blad
Tegenoverstaand, eirond tot lang, gekarteld of gegolfd; 5–15 cm lang, in vele kleuren en patronen.
Bloem
Kleine, lichtblauwe tot lila bloempjes in aren aan de toppen. Meestal knijp je ze weg.
Kleur
Groen, limoen, geel, oranje, rood, roze, purper en bijna zwart, vaak in combinaties.
Wortels
Fijn en ondiep; ze vormen zich snel aan stekken, ook in een glas water.

Zaaien: februari–april · Planten: juni · Snoeien: mei–september

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Kleurrijk blad van juni tot de herfst, zonder te moeten wachten op bloemen.
  • Brengt kleur in halfschaduw en schaduw, waar weinig bloeiende eenjarigen goed groeien.
  • Enorme keuze in kleuren en bladvormen, van fijn gekarteld tot breed en gegolfd.
  • Stekt heel makkelijk: van één plant maak je er in een paar weken tien.
  • Kan in de herfst als kamerplant mee naar binnen en zo jarenlang blijven groeien.

Waar staat een siernetel graag?

  • Lichte schaduw of halfschaduw; ochtendzon is goed, maar felle middagzon kan het blad doen verbleken of verbranden.
  • Humusrijke, goed doorlatende grond: zand, leem of klei, zuur tot neutraal. In een pot gewone potgrond met een gat in de bodem.
  • Normaal vochtig: de grond mag niet uitdrogen, maar ook niet nat blijven.
  • Een warme, beschutte plek uit de wind. Reken op 30–40 cm tussen de planten.
  • Binnen: een lichte plek bij het raam, zonder felle middagzon, bij kamertemperatuur.
Licht
Halfschaduw en schaduw
Grondsoort
Zand, leem of klei
Zuurtegraad
Zuur of neutraal
Vocht
Normaal
Grootte
0,5 m hoog, 0,4 m breed
Winterhard
Vorstgevoelig: pas buiten na de laatste nachtvorst (half mei)

Mooi samen met

  • Vlijtig liesje: Een bloeiende partner voor dezelfde schaduwrijke potten en perken.
  • Begonia: Bloeit de hele zomer in halfschaduw en houdt van dezelfde zorg.
  • Varens: Fris, fijn groen blad als rustige achtergrond voor de felle kleuren.
  • Hosta: Grote, rustige bladeren in dezelfde halfschaduw.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een siernetel?

Planten in juni.

  1. Zaai van februari tot april binnen bij 20–24 °C. Strooi het zaad op de grond en bedek het niet: het kiemt in het licht, na 1–3 weken.
  2. Verspeen de zaailingen in aparte potjes en top ze als ze drie of vier paar bladeren hebben.
  3. Laat de planten eind mei overdag buiten wennen; zet ze pas buiten als de nachten warmer blijven dan 10 °C, meestal in juni.
  4. Plant ze even diep als in de pot, 30–40 cm uit elkaar, in grond waar wat compost door gemengd is.
  5. Geef meteen water en leg een dun laagje mulch rond de voet.
  6. In een pot of bak: kies een pot met een gat, gewone potgrond en een laagje grind op de bodem.

Verzorgen

Water
Houd de grond licht vochtig. Bij droogte hangen de bladeren slap; geef dan meteen water, dan richten ze zich weer op.
Bemesten
Van juni tot september om de twee à drie weken vloeibare mest voor groene planten, aan halve sterkte.
Toppen
Knip of knijp de toppen van de stengels regelmatig weg, net boven een bladpaar: zo wordt de plant vol en compact.
Bloemaren
Knijp de bloemaren weg zodra ze verschijnen: bloeien maakt de plant kaal en het blad kleiner.
Binnen
Als kamerplant: lichte plek, kamertemperatuur, de grond licht vochtig houden en in de winter niet bemesten.

Tip: Gekweekt voor het kleurrijke blad: knijp de bloemaren weg en top de stengels voor een volle plant. Zet hem pas eind mei buiten, want hij verdraagt geen kou.

Wanneer snoei je een siernetel?

Snoeimaanden: mei–september.

Wanneer: Top de stengels van mei tot september geregeld, en knijp de bloemaren weg zodra ze verschijnen.

Hoe:

  • Knip of knijp de top van een stengel weg net boven een bladpaar; daar groeien twee nieuwe scheuten.
  • Verwijder bloemaren met een stukje stengel zodra je ze ziet.
  • Knip lange, kale stengels terug tot een paar bladparen boven de grond; ze lopen snel weer uit.
  • Gebruik de afgeknipte toppen als stek.

Let op: Draag handschoenen als je een gevoelige huid hebt, want het sap kan irriteren.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Stekken
Van mei tot september: knip toppen van 5–10 cm, haal de onderste bladeren weg en zet ze in een glas water of in vochtige stekgrond. Na 1–2 weken vormen ze wortels.
Zaad
Zaai van februari tot april binnen bij 20–24 °C, zonder het zaad te bedekken. De zaailingen verschillen in kleur: kies de mooiste uit.

Hoe komt een siernetel de winter door?

Winterhard tot 8 °C: beschermen in strenge winters.

  • Niet winterhard en kouwgevoelig: onder ongeveer 8 °C lijdt hij schade. Buiten sterft hij in de herfst af.
  • Haal planten in een pot binnen voor de nachten onder 10 °C zakken, meestal in september.
  • Makkelijker: neem in augustus stekken en laat ze op een lichte vensterbank bij 15–20 °C overwinteren.
  • Binnen in de winter: veel licht, minder water, niet bemesten, en lange stengels af en toe toppen.

Ziektes en plagen

  • Wolluis: Witte, wollige pluisjes in de bladoksels, vooral binnen. Veeg ze weg met een wattenstaafje en houd de plant apart; zwaar aangetaste planten weggooien.
  • Witte vlieg: Kleine witte vliegjes onder de bladeren. Gele vangplaten ophangen en de bladeren regelmatig afspoelen.
  • Slakken: Eten buiten gaten in de jonge bladeren. Raap ze ’s avonds weg.
  • Verbleekt of verbrand blad: Te veel felle zon. Zet de plant op een plek met lichte schaduw of alleen ochtendzon.
  • Bladval en slappe stengels: Teken van kou of te natte grond. Zet de plant warmer en laat de grond tussendoor wat opdrogen.

Het jaar rond

  • Januari: Overwinterde planten en stekken op een lichte vensterbank. Weinig water.
  • Februari: Binnen zaaien bij 20–24 °C, zonder het zaad te bedekken.
  • Maart: Zaaien. Stekken nemen van overwinterde planten.
  • April: Zaailingen verspenen en oppotten.
  • Mei: Toppen. Eind mei overdag laten wennen buiten.
  • Juni: Uitplanten als de nachten warmer blijven dan 10 °C. Toppen.
  • Juli: Bloemaren wegknijpen. Water geven en bemesten.
  • Augustus: Toppen. Stekken nemen om te overwinteren.
  • September: Planten in een pot of stekken binnenhalen.
  • Oktober: Buiten afgestorven planten opruimen. Binnen een lichte plek geven.

Gebruiken

Eetbaar en bruikbaar

Niet eetbaar. De siernetel is licht giftig: opeten geeft braken en diarree, en katten, honden en paarden zijn er het gevoeligst voor. Ondanks de naam is het geen netel en geen keukenkruid: de bonte bladeren zijn niet voor thee of salade, ook al hoort de plant bij de lipbloemenfamilie, net als munt en basilicum. Zet hem buiten het bereik van huisdieren die aan planten knabbelen en van kleine kinderen, en draag handschoenen bij het toppen en stekken als je een gevoelige huid hebt, want het sap kan die irriteren. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • Ondanks de naam siernetel is hij geen familie van de brandnetel, maar van munt en salie: je herkent dat aan de vierkante stengels.
  • In de 19e eeuw was de siernetel in Engeland erg in de mode als perkplant en werden er telkens nieuwe kleurvormen gekweekt.
  • Hij heeft vaak van naam gewisseld: Coleus, Solenostemon en Plectranthus. Sinds 2019 heet hij weer Coleus.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…