
Foto: Len Worthington, CC BY-SA 2.0 · bron
Heester · Rosaceae
Cotoneaster
Cotoneaster franchetii
In andere talen: Cotonéaster de Franchet (Français) · Franchet’s cotoneaster (English)
Deze cotoneaster komt uit de bergen van het zuidwesten van China en de aangrenzende streken van Tibet en Myanmar. Het is een halfwintergroene struik van zo’n 3 m hoog en breed, met sierlijk overhangende takken en kleine, grijsgroene bladeren die onderaan wit tot bruinig viltig zijn. In juni verschijnen talloze kleine, roze aangezette witte bloempjes waar bijen op afkomen, en in de herfst hangen de takken vol oranjerode besjes. Hij is sterk, verdraagt wind en droogte en past prima in een vrij uitgroeiende haag of een wilde tuinhoek. Merels en lijsters halen de bessen in de loop van de winter weg.
Let op: De bessen zijn licht giftig: eet ze niet en houd jonge kinderen, honden en katten erbij weg. Vogels verspreiden de zaden: trek zaailingen uit en plant hem liever niet vlak naast een natuurgebied.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -20 °C
Grootte
3 m
hoog, 3 m breed
Bloei
juni
| Snoeimaanden | februari–maart |
|---|---|
| Hoogte | 3 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen en vogels |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | juni |
Herkennen
Hoe herken je een cotoneaster?
- Groeivorm
- Brede, losse struik tot 3 m hoog en breed, met boogvormig overhangende takken.
- Blad
- Eirond, 2–3,5 cm, bovenaan grijsgroen, onderaan wit- tot bruinviltig; halfwintergroen.
- Bloem
- Kleine, roze aangezette witte bloempjes in trosjes, in juni.
- Vrucht
- Kleine, eivormige oranjerode besjes, van september tot in de winter.
- Wortels
- Diep en sterk vertakt: eenmaal geworteld staat hij stevig en verdraagt hij droogte.
Bloei: juni · Planten: april–mei en september–oktober · Snoeien: februari–maart
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Sierlijke, overhangende takken met grijsgroen blad: mooi als losse haag of als solitair.
- Kleine bloempjes in juni die druk bezocht worden door bijen en hommels.
- Oranjerode bessen van de herfst tot in de winter, een feestmaal voor merels en lijsters.
- Zeer sterk: verdraagt wind, droogte, arme grond en zowel zon als halfschaduw.
- Weinig werk: hij hoeft nauwelijks gesnoeid te worden.
Waar staat een cotoneaster graag?
- Zon of halfschaduw; in de zon bloeit hij rijker en zet hij meer bessen.
- Elke grond die niet drassig is: zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk.
- Droog tot normaal vochtig; geschikt voor winderige plekken.
- Als vrije haag plant je op 80–100 cm; als solitair reken je op 2,5–3 m ruimte.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 3 m hoog, 3 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -20 °C)
Mooi samen met
- Hulst: Groenblijvend en met rode bessen: samen een rijke vogelhaag.
- Rode kornoelje: Rode takken in de winter naast het grijsgroene blad.
- Liguster: Een sterke, halfwintergroene haagplant die dezelfde grond verdraagt en ook bijen lokt.
- Herfstaster: Bloeit in september–oktober voor de struik, als de bessen kleuren.
- Siergrassen: Wuivende pluimen naast de overhangende takken.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een cotoneaster?
Planten in april–mei en september–oktober.
- Plant in april–mei of in september–oktober, als de grond niet bevroren of te nat is.
- Graaf een plantgat twee keer zo breed als de kluit en maak de bodem goed los.
- Zet de plant even diep als in de pot en druk de grond aan.
- Voor een haag: span een touw en plant op 80–100 cm uit elkaar, eventueel in zigzag.
- Geef meteen ruim water en het eerste jaar bij droogte.
- Mulch met houtsnippers of bladcompost om onkruid tegen te houden.
Verzorgen
- Water
- Enkel het eerste jaar bij droogte; daarna redt hij zich zelf.
- Bemesten
- Niet nodig; op heel arme grond in maart wat compost.
- Mulchen
- Een laag houtsnippers rond jonge planten houdt onkruid weg tot de haag gesloten is.
- Bessen
- Laat ze hangen: vogels eten ze in de loop van de winter op.
- Zaailingen
- Vogels zaaien hem uit. Trek jonge zaailingen in de tuin tijdig uit.
Tip: Laat hem vrij uitgroeien en snoei enkel af en toe een oude tak aan de voet weg: zo blijft de sierlijke, overhangende vorm met bloemen en bessen behouden.
Wanneer snoei je een cotoneaster?
Snoeimaanden: februari–maart.
Wanneer: Hij heeft nauwelijks snoei nodig. Wil je hem vormen of uitdunnen, doe dat dan in februari–maart, voor hij uitloopt.
Hoe:
- Neem enkele oude of in elkaar gegroeide takken helemaal aan de voet of bij een zijtak weg; zo behoud je de sierlijke vorm.
- Knip te lange takken terug tot op een zijtak die naar buiten wijst.
- Scheer hem niet in een strak blok of een bol: dan verlies je de overhangende takken, de bloemen en de bessen.
- Een verwaarloosde struik verdraagt een stevige verjongingssnoei en loopt weer uit uit het oude hout.
Let op: Ontsmet je snoeischaar na het wegknippen van zieke takken, om bacterievuur niet te verspreiden.
Vermeerderen
- Halfrijpe stekken
- In juli–augustus: stekken van 10–15 cm met een hieltje, in stekgrond onder plastic; ze wortelen vrij makkelijk.
- Afleggen
- Een lage tak in het voorjaar in de grond vastpinnen en afdekken; na een jaar loskoppelen en verplanten.
- Zaaien
- Traag en onvoorspelbaar: de zaden hebben een koudeperiode nodig en kiemen vaak pas na een jaar of langer.
Hoe komt een cotoneaster de winter door?
Winterhard tot −20 °C.
- Zeer winterhard, tot ongeveer −20 °C: in België geen bescherming nodig.
- In strenge winters verliest hij een deel van zijn blad; in het voorjaar loopt hij gewoon weer uit.
- De bessen blijven vaak tot diep in de winter hangen en zijn dan een belangrijke voedselbron voor vogels.
Ziektes en plagen
- Bacterievuur: Bloemen, bladeren en jonge scheuten verdorren plots en worden bruinzwart, alsof ze verbrand zijn, vaak met een omgebogen top. Knip ruim in gezond hout weg, voer het afval af en ontsmet de schaar.
- Wollige luis: Witte, wollige plukjes op de takken. Wegborstelen of afspuiten met een harde straal water.
- Schildluis: Bruine bultjes op de takken en kleverig blad. Wegborstelen met een zachte borstel of de takken wegknippen.
- Zaailingen: Vogels verspreiden de zaden; jonge plantjes duiken op in de tuin en daarbuiten. Trek ze tijdig uit.
Het jaar rond
- Februari: Eventueel uitdunnen: oude takken aan de voet weg.
- Maart: Snoeien als dat nodig is. Compost op arme grond.
- April: Planten. Mulch aanbrengen. Zaailingen uittrekken.
- Mei: Planten. Jonge haag water geven bij droogte.
- Juni: Bloei: bijen en hommels in de struik.
- Juli: Halfrijpe stekken nemen.
- Augustus: Stekken nemen. De bessen beginnen te kleuren.
- September: Planten. Oranjerode bessen.
- Oktober: Planten. Bessen voor de vogels.
- December: Bessen voor merels en lijsters.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. De rode bessen van cotoneaster zijn licht giftig: de zaden bevatten stoffen die blauwzuur kunnen vrijmaken. Wie er een paar eet, merkt meestal niets, maar een grotere hoeveelheid kan buikpijn, braken en diarree geven, ook bij honden en katten. De bessen hangen van de herfst tot diep in de winter, vaak op kinderhoogte of bij de kruipende soorten vlak langs een pad, en trekken kleine kinderen aan. Leer hen dat het bessen voor de vogels zijn en pluk ze weg waar peuters spelen. Vogels eten ze wel zonder problemen en verspreiden zo de zaden. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
- Vogels
- Bessen, zaden of insecten als voedsel, of een plek om te nestelen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De soort is genoemd naar de Franse plantkundige Adrien Franchet, die in de 19e eeuw veel Chinese planten beschreef.
- De naam Cotoneaster komt van het Latijnse cotoneum, kwee, met het achtervoegsel -aster, dat ‘lijkt een beetje op’ betekent.
- Cotoneasters horen bij de rozenfamilie, net als appel, peer en meidoorn, en kunnen net als zij bacterievuur krijgen.