
Foto: -Merce- from Madrid, España, CC BY-SA 2.0 · bron
Heester · Ericaceae
Ierse heide
Daboecia cantabrica
In andere talen: Bruyère de Saint-Daboec (Français) · St Dabeoc’s heath (English)
De Ierse heide is een lage, groenblijvende dwergstruik uit de heidevelden en open bossen langs de Atlantische kust van West-Europa: van het westen van Ierland over West-Frankrijk tot in Noord-Spanje en Portugal. Hij wordt 30–40 cm hoog en 50–60 cm breed, met kleine, glanzend donkergroene blaadjes die aan de onderkant wit behaard zijn. Van juni tot oktober draagt hij losse trossen met opvallend grote, eivormige klokjes in paars, roze of wit, veel groter dan die van gewone heide. Tuiniers houden van zijn lange bloei, zijn groenblijvende blad en zijn natuurlijke uitstraling in een heidetuin of rotstuin. Bekende rassen zijn ‘Alba’ met witte en ‘Atropurpurea’ met donkerpaarse bloemen, en ‘Bicolor’, die witte, roze en gestreepte klokjes aan dezelfde plant draagt.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of veen
zuur
Winterhard
tot -15 °C
jonge planten beschermen
Grootte
0,4 m
hoog, 0,6 m breed
Bloei
juni–oktober
| Snoeimaanden | maart–april |
|---|---|
| Hoogte | 0,4 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juni–oktober |
Herkennen
Hoe herken je een Ierse heide?
- Groeivorm
- Lage, dichte dwergstruik van 30–40 cm hoog en 50–60 cm breed, met rechtopgaande bloeistengels.
- Blad
- Klein, smal eirond, tot ruim 1 cm; glanzend donkergroen, aan de onderkant wit viltig, met een omgerolde rand. Groenblijvend.
- Bloem
- Eivormige, hangende klokjes van ongeveer 1 cm in losse trossen boven het blad, van juni tot oktober.
- Kleur
- Paarsroze bij de soort; rassen in wit, roze, donkerpaars of tweekleurig.
- Wortels
- Fijn en ondiep, zoals bij alle heideachtigen: ze willen een losse, humusrijke en zure bodem.
Bloei: juni–oktober · Planten: maart–april en september–oktober · Snoeien: maart–april
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een van de langst bloeiende heides: van juni tot oktober komen er steeds nieuwe klokjes.
- Groenblijvend: ook in de winter een frisse, donkergroene plant in de heidetuin.
- De grote klokjes zijn tot diep in de herfst een nectarbron voor bijen en hommels.
- Blijft laag en compact: ideaal voor een heidetuin, een rotstuin, de rand van een border met zure grond of een bak.
- Weinig werk: één scheerbeurt in het voorjaar houdt hem dicht en bloeirijk.
Waar staat een Ierse heide graag?
- Zon of lichte halfschaduw; in de volle zon bloeit hij het rijkst, zolang de grond niet uitdroogt.
- Zure grond is een must: zand, leem of venige grond met een lage pH, rijk aan humus.
- Normaal vochtige, maar goed doorlatende grond: geen natte voeten in de winter en niet kurkdroog in de zomer.
- Beschut tegen koude, uitdrogende oostenwind, die het groenblijvende blad in de winter kan doen verbruinen.
- Plant 40–50 cm uit elkaar, in groepjes van drie tot vijf voor een mooi tapijt.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of veen
- Zuurtegraad
- Zuur
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 0,4 m hoog, 0,6 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -15 °C)
Mooi samen met
- Struikheide: Bloeit tegelijk in de nazomer en houdt van dezelfde zure grond.
- Winterheide: Neemt de bloei over van januari tot april.
- Dwergconiferen: Geven structuur en hoogte in een heidetuin.
- Bochtige smele: Een fijn, inheems grasje voor zure, arme grond.
- Dwergrododendron: Houdt van dezelfde zure, humusrijke grond en bloeit in het voorjaar.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een Ierse heide?
Planten in maart–april en september–oktober.
- Plant in maart–april of in september–oktober, als de grond niet bevroren of te nat is.
- Graaf een plantgat dat twee keer zo breed is als de kluit en meng er zure compost, bladaarde of potgrond voor zuurminnende planten door.
- Zet de plant even diep als in de pot of een tikje dieper, zodat de onderste takjes op de grond rusten, en druk de grond goed aan.
- Houd 40–50 cm afstand tussen de planten.
- Geef meteen ruim water, liefst regenwater.
- Mulch met een laag naaldenstrooisel, fijne schors of bladcompost om de grond zuur, koel en vochtig te houden.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar regelmatig bij droogte, liefst met regenwater: leidingwater is vaak kalkrijk. Later enkel in lange droge periodes.
- Bemesten
- Nauwelijks nodig. In april een beetje mest voor zuurminnende planten of zure compost; nooit kalk.
- Mulchen
- Elk voorjaar een dun laagje schors of naaldenstrooisel houdt onkruid weg en de grond zuur.
- Uitgebloeide bloemen
- De verwelkte klokjes vallen vanzelf af. De droge aren knip je pas in het voorjaar weg.
- Wieden
- Wied voorzichtig met de hand: de wortels zitten ondiep en een schoffel beschadigt ze snel.
Tip: Giet heide zoveel mogelijk met regenwater: kalkrijk leidingwater maakt de grond op termijn minder zuur en het blad geel.
Wanneer snoei je een Ierse heide?
Snoeimaanden: maart–april.
Wanneer: In maart–april, als de strengste vorst voorbij is en voor de nieuwe groei goed op gang komt.
Hoe:
- Scheer de uitgebloeide aren weg met een heggenschaar of scherpe schaar, net onder de oude bloemtrossen.
- Knip enkel in het groene, beblaarde deel: zo blijft de plant dicht en compact.
- Haal bevroren of dode takjes weg tot op gezond hout.
Let op: Knip niet in het oude, kale hout: daar loopt hij moeilijk of niet meer uit.
Vermeerderen
- Halfrijpe stekken
- In juli–augustus: stekjes van 3–5 cm van niet-bloeiende scheuten, onderste blaadjes weg, in een mengsel van zure stekgrond en zand. Onder plastic op een lichte plek zonder felle zon; na enkele weken wortels.
- Afleggen
- In het voorjaar een lage tak in de grond vastpinnen en met wat zure grond bedekken. Na een jaar losknippen en verplanten.
Hoe komt een Ierse heide de winter door?
Winterhard tot −15 °C: jonge planten beschermen.
- Winterhard tot ongeveer −15 °C: in de meeste Belgische winters geen probleem.
- Bij strenge vorst met koude wind kan het blad verbruinen of kunnen takjes afsterven; leg dan wat dennentakken of winterdoek over de planten.
- Laat de uitgebloeide aren tot het voorjaar staan: ze beschermen de plant een beetje.
- In een pot of bak: zet hem beschut tegen een muur en houd de potgrond licht vochtig, want groenblijvers verdrogen in de winter snel.
Ziektes en plagen
- Geel blad: Het blad wordt geel met groene nerven: de grond is te kalkrijk. Geef zure compost en giet met regenwater.
- Wortelrot: De plant verwelkt en sterft plots af, vaak in natte, zware grond. Zorg voor een goed doorlatende bodem en verwijder zieke planten.
- Kaal en houterig: Zonder snoei wordt de plant open en van onder kaal. Elk voorjaar licht scheren voorkomt dat; een oude, kale plant vervang je beter.
- Taxuskever: Vooral in potten: de larven vreten aan de wortels en de plant valt slap. Bestrijd ze met aaltjes in het voorjaar of aan het eind van de zomer.
Het jaar rond
- Maart: Uitgebloeide aren wegscheren. Planten.
- April: Planten. Licht bemesten en mulch aanbrengen.
- Mei: Water geven bij droogte, zeker aan jonge planten.
- Juni: Begin van de bloei.
- Juli: Volle bloei. Halfrijpe stekken nemen.
- Augustus: Bloei. Bij droogte gieten met regenwater.
- September: Bloei. Planten.
- Oktober: Laatste bloemen. Planten.
- November: Afgevallen bladeren van bomen van de planten halen.
- December: Bij strenge vorst afdekken met dennentakken.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De plant is genoemd naar de Ierse heilige Dabeoc; de geslachtsnaam Daboecia is eigenlijk een verschrijving van zijn naam.
- Anders dan bij struikheide en dopheide vallen de verwelkte klokjes af, zodat de plant er tijdens de lange bloei fris blijft uitzien.
- In Ierland groeit hij wild vooral in Connemara, in het westen van het land.