
Foto: El Grafo, CC BY-SA 3.0 · bron
Eenjarige plant · Scrophulariaceae
Elfenspoor
Diascia barberae
In andere talen: Diascia (Français) · Twinspur (English)
De elfenspoor komt uit de bergen van Zuid-Afrika, vooral uit de Drakensbergen. Het is een laag, bossig plantje dat we in België meestal als eenjarige kweken. Van mei tot oktober draagt het talloze kleine, roze bloempjes met twee sporen aan de achterkant: de naam Diascia komt van het Grieks voor ‘twee zakjes’. Tuiniers houden van de elfenspoor omdat hij onvermoeibaar bloeit in potten, bakken, hangmanden en vooraan in de border. Een bekende selectie is ‘Ruby Field’, met warm zalmroze bloemen.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand of leem
zuur tot neutraal
Winterhard
tot -5 °C
beschermen in strenge winters
Grootte
0,25 m
hoog, 0,35 m breed
Bloei
mei–oktober
| Snoeimaanden | april en juli |
|---|---|
| Hoogte | 0,25 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | mei–oktober |
Herkennen
Hoe herken je een elfenspoor?
- Groeivorm
- Lage, bossige tot overhangende plant van ongeveer 25 cm hoog en 35 cm breed, met dunne, vertakte stengels.
- Blad
- Klein, eirond met een licht gezaagde rand, 1–3 cm lang, lichtgroen en tegenoverstaand aan de stengel.
- Bloem
- Bloempjes van 1,5–2 cm met twee lippen en twee kenmerkende sporen achteraan, in losse trossen aan de top van de scheuten, van mei tot oktober.
- Kleur
- Roze tot zalmroze; sommige selecties hebben koraalrode of bijna witte bloemen.
- Wortels
- Fijn en ondiep. Ze houden van vochtige, maar goed doorlatende grond en rotten bij stilstaand water.
Bloei: mei–oktober · Zaaien: februari–maart · Planten: mei · Snoeien: april en juli
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Bloeit bijna vijf maanden lang, van mei tot in oktober, als je hem na de eerste golf terugknipt.
- Blijft laag en compact: ideaal voor potten, balkonbakken, hangmanden en als randplant.
- Zachte roze tinten die goed passen bij blauwe, witte en paarse zomerbloeiers.
- Lokt bijen naar het terras of de border.
- Makkelijk te vermeerderen met stekken, zodat je elk jaar gratis nieuwe planten hebt.
Waar staat een elfenspoor graag?
- Volle zon geeft de rijkste bloei; een plek met een beetje beschutting tegen de felle middagzon is ook prima.
- Humusrijke, doorlatende grond: zand of leem, zuur tot neutraal. In potten werkt een kwaliteitsvolle potgrond met wat grof zand.
- Normaal vochtig: gelijkmatig vochtig houden, zonder natte voeten.
- Beschut tegen harde wind en zware regen, die de fijne scheuten kunnen knakken.
- Plant op 25–30 cm van elkaar; in een pot van 30 cm passen drie plantjes.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 0,25 m hoog, 0,35 m breed
- Winterhard
- Verdraagt lichte vorst (tot -5 °C)
Mooi samen met
- Lobelia: Blauwe bloemetjes naast de roze elfenspoor, in een pot of bak.
- Verbena: Hangende of staande verbena bloeit hetzelfde seizoen en heeft hetzelfde zonnige plekje nodig.
- Geranium: De bekende ‘geranium’ (Pelargonium) in rood of wit geeft een stevige achtergrond in bakken.
- Sneeuwvlokje: Wit, zacht overhangend en bloeit van mei tot oktober, ideaal in hangmanden.
- Petunia: Gelijke eisen en een fleurige combinatie in potten.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een elfenspoor?
Planten in mei.
- Plant in mei uit, als de laatste nachtvorst voorbij is.
- Hard zelfgezaaide of gekochte plantjes eerst een week af: overdag buiten, ’s nachts binnen.
- Graaf een gat even breed als de kluit en meng wat compost door de grond. In potten: leg een laagje kleikorrels onderin voor de afvoer.
- Zet de plant even diep als in de pot en plant op 25–30 cm afstand.
- Geef meteen een flinke gieter water en hou de grond de eerste weken vochtig.
Verzorgen
- Water
- Geef regelmatig water, zodat de grond nooit helemaal uitdroogt. In potten bij warm weer elke dag controleren.
- Bemesten
- In potten om de twee weken een vloeibare meststof voor bloeiende planten; in de border om de vier weken of met organische mest bij het planten.
- Uitgebloeide bloemen
- Knip afgebloeide trossen weg: dat houdt de plant netjes en stimuleert nieuwe knoppen.
- Terugknippen
- Knip de plant in juli, als de eerste bloeigolf voorbij is, met ongeveer de helft terug en geef daarna mest. Hij bloeit dan tot oktober.
- Mulchen
- In de border houdt een dun laagje compost of fijne schors de grond koel en vochtig.
Tip: Knip hem in juli met de helft terug en geef mest: dan bloeit hij tot oktober. Neem in augustus een paar stekken als verzekering voor volgend jaar.
Wanneer snoei je een elfenspoor?
Snoeimaanden: april en juli.
Wanneer: In juli, na de eerste bloeigolf. Een overwinterde plant knip je in april terug.
Hoe:
- Knip alle scheuten met ongeveer de helft in, tot boven een paar bladeren.
- Verwijder verdroogde of kale stengels helemaal.
- Geef direct daarna water en mest, zodat de plant snel opnieuw uitloopt.
- Bij overwinterde exemplaren in april: snoei tot ongeveer 10 cm boven de grond.
Let op: Snoei niet alles tegelijk als de plant erg ijl is: laat op elke stengel minstens een paar bladeren staan, anders loopt hij moeilijk uit.
Vermeerderen
- Zaaien
- Zaai in februari–maart binnen op een lichte plek. Het zaad is zeer fijn: strooi het op vochtige zaaigrond en bedek het nauwelijks.
- Stekken
- In augustus–september: stekken van 5–8 cm van niet-bloeiende scheuten, onderste bladeren weg, in vochtige stekgrond. Overwinter ze vorstvrij en licht.
Hoe komt een elfenspoor de winter door?
Winterhard tot −5 °C: beschermen in strenge winters.
- Verdraagt lichte vorst tot ongeveer −5 °C. In Belgische winters met langdurige vorst of natte grond sterft hij meestal af.
- Op een beschutte plek tegen een zonnige muur, met een laagje droge bladeren erover, overleeft hij soms een zachte winter.
- Neem in september een paar stekken en zet ze vorstvrij en licht, bij 5–10 °C, zodat je voor volgend jaar nieuwe planten hebt.
- In potten: zet ze vorstvrij binnen, houd de grond net vochtig en geef weinig water.
Ziektes en plagen
- Slakken: Vreten jonge scheuten en bladeren kaal in het voorjaar. Rapen, een slakkenbarrière of een bierval helpen.
- Bladluis: Kleine groene beestjes op de jonge toppen. Afspuiten met water of laten opruimen door lieveheersbeestjes.
- Wortel- of stengelrot: De plant verwelkt en de stengels worden zwart aan de voet. Meestal komt het door te veel water: zorg voor doorlatende grond en gaten in de pot.
- Uitgeput na de eerste bloei: De plant wordt ijl en bloeit minder. Terugknippen met de helft en bemesten geeft hem nieuwe energie.
Het jaar rond
- Februari: Zaaien onder glas of op de vensterbank, op een lichte plek.
- Maart: Verder zaaien. Zaailingen verspenen.
- April: Overwinterde planten terugknippen. Zaailingen op een lichte plek zetten.
- Mei: Uitplanten na de laatste vorst. Eerste bloemen.
- Juni: Bloei. Water geven en bemesten.
- Juli: Terugknippen met de helft na de eerste bloeigolf. Daarna mest geven.
- Augustus: Tweede bloeigolf. Stekken nemen.
- September: Bloei. Overwinterstekken zetten.
- Oktober: Laatste bloemen. Planten die je wil bewaren, vorstvrij binnen zetten.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De naam Diascia komt van de Griekse woorden ‘di’ (twee) en ‘askos’ (zakje), naar de twee spoortjes aan de bloem.
- In Zuid-Afrika worden veel Diascia-soorten bestoven door speciale bijen van het geslacht Rediviva, die olie uit de spoortjes verzamelen met hun lange voorpoten.
- De soortnaam barberae verwijst naar Mary Barber, een negentiende-eeuwse plantenverzamelaar in Zuid-Afrika.