Foto: Rocksmoker 007, CC BY-SA 3.0 · bron
Eenjarige plant · Solanaceae
Petunia
Petunia × atkinsiana
In andere talen: Pétunia (Français)
De petunia is een klassieke zomerbloeier, gekweekt uit wilde soorten uit Zuid-Amerika, onder meer uit Argentinië, Uruguay en Brazilië. Van mei tot oktober bloeit hij onvermoeibaar met brede trompetbloemen in bijna elke kleur, van wit, roze en rood tot paars, geel en bijna zwart, soms gestreept, geaderd of met een witte rand. Er zijn rechtopgaande rassen voor perken en hangende rassen die als een waterval over de rand van een bak of hangmand groeien. Grootbloemige petunia’s hebben de grootste bloemen, kleinbloemige rassen verdragen regen beter. Tuiniers kiezen hem omdat hij in de zon maandenlang kleur geeft met weinig werk.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
zuur tot neutraal
Winterhard
tot 0 °C
beschermen in strenge winters
Grootte
0,3 m
hoog, 0,4 m breed
Bloei
mei–oktober
| Snoeimaanden | mei en juli–augustus |
|---|---|
| Hoogte | 0,3 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | mei–oktober |
Herkennen
Hoe herken je een petunia?
- Groeivorm
- Rechtopgaande of hangende plant van 20–30 cm hoog en tot 40 cm breed; hangende rassen kunnen veel langere stengels maken.
- Blad
- Ovaal en zacht, net als de stengels kleverig behaard.
- Bloem
- Brede trompetbloemen van 5–10 cm, enkel of gevuld, van mei tot oktober.
- Kleur
- Wit, roze, rood, paars, blauwpaars, geel en bijna zwart, effen, geaderd, gestreept of met een witte rand of ster.
- Zaad
- Stoffijn zaad in kleine doosjes; het kiemt alleen goed in het licht.
Bloei: mei–oktober · Zaaien: februari–maart · Planten: mei–juni · Snoeien: mei en juli–augustus
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Bloeit vijf maanden lang, van mei tot de eerste vorst.
- Een enorme keuze aan kleuren en tekeningen.
- Hangende rassen vullen bakken en hangmanden met een waterval van bloemen.
- Groeit snel: een paar weken na het uitplanten staan de bakken vol.
- Zelf zaaien in februari–maart is een leuk project en levert veel planten op.
Waar staat een petunia graag?
- Volle zon: hoe meer zon, hoe meer bloemen.
- Voedzame, goed doorlatende grond of potgrond, liefst licht zuur tot neutraal.
- Normaal vochtig: in potten nooit laten uitdrogen, maar ook geen natte voeten.
- Beschut tegen wind en hevige regen, vooral voor grootbloemige rassen.
- Hou 25–30 cm tussen de planten.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 0,3 m hoog, 0,4 m breed
- Winterhard
- Vorstgevoelig: pas buiten na de laatste nachtvorst (half mei)
Mooi samen met
- Lobelia: Kleine blauwe bloemetjes aan de rand van de bak.
- Verbena: Bloeit even lang en hangt mooi over de rand.
- Staande geranium: Een stevige, rechtopgaande partner in dezelfde zon.
- Zilverblad: Zilvergrijs blad dat felle petuniakleuren rustiger maakt.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een petunia?
Planten in mei–juni.
- Zaai in februari–maart binnen op 20 °C en bedek het fijne zaad niet: het kiemt in het licht.
- Verspeen de zaailingen in kleine potjes als ze twee echte blaadjes hebben.
- Laat de jonge planten in mei afharden: overdag buiten, ’s nachts binnen.
- Plant na half mei uit in volle zon, 25–30 cm uit elkaar, in voedzame grond of potgrond.
- Knijp bij het uitplanten de top van de stengels één keer in, dan vertakken ze beter.
- Giet aan en meng wat compost of langzaam werkende mest door de grond.
Verzorgen
- Water
- Giet regelmatig, in potten en hangmanden op warme dagen dagelijks. Gebruik liefst regenwater.
- Bemesten
- Van juni tot september wekelijks bloemenmest in het gietwater; petunia’s zijn veeleters.
- Uitgebloeide bloemen
- Knip verwelkte bloemen weg samen met het vruchtbeginsel, dan blijft hij rijk bloeien.
- Na regen
- Na een hevige bui hangen de bloemen slap. Haal beschadigde bloemen weg; nieuwe knoppen nemen snel over.
Tip: Kies voor plekken die veel regen vangen kleinbloemige rassen: hun bloemen herstellen na een bui veel sneller dan die van grootbloemige petunia’s.
Wanneer snoei je een petunia?
Snoeimaanden: mei en juli–augustus.
Wanneer: Knijp jonge planten bij het uitplanten in mei één keer in. Worden de stengels in juli–augustus lang en kaal, snoei ze dan in.
Hoe:
- Knijp bij het uitplanten de top van elke stengel uit voor een vollere plant.
- Knip lange, kale stengels in de zomer met een derde tot de helft in, net boven een blad.
- Geef na het snoeien water en mest; na twee à drie weken bloeit hij weer volop.
- Snoei hangende planten niet in één keer, maar om beurten een deel van de stengels.
Vermeerderen
- Zaaien
- In februari–maart binnen op 20 °C. Bedek het zaad niet en houd de grond vochtig onder glas of plastic. Het kiemt na één à twee weken; de planten bloeien vanaf juni.
- Stekken
- Neem in de nazomer of het voorjaar kopstekken van 5–8 cm van niet-bloeiende scheuten en laat ze wortelen in vochtige stekgrond. Zo hou je een mooi hangend ras aan.
Hoe komt een petunia de winter door?
Winterhard tot 0 °C: beschermen in strenge winters.
- Niet winterhard: bij vorst sterft hij af.
- Behandel hem als eenjarige: zet de planten na de bloei op de composthoop en zaai of koop elk jaar nieuwe.
- Hangende rassen kan je proberen te overwinteren op een lichte, vorstvrije plek bij 10–15 °C, met weinig water. Snoei ze in maart terug.
Ziektes en plagen
- Bladluis: Groene of zwarte luisjes op jonge toppen en knoppen. Spuit ze af met water; lieveheersbeestjes helpen mee.
- Witte vlieg: Kleine witte vliegjes die opvliegen als je de plant aanraakt. Hang gele vangplaten op.
- IJzergebrek: Gele bladeren met groene nerven, door kalkrijk gietwater of kalkrijke grond. Giet met regenwater en verpot eventueel in verse potgrond.
- Grauwe schimmel: Grijze, pluizige bloemen en bladeren bij lang nat weer. Haal aangetaste delen weg en geef de plant meer lucht.
- Slakken: Vreten aan jonge planten in de border. ’s Avonds rapen helpt.
Het jaar rond
- Februari: Zaaien binnen op 20 °C, zaad niet afdekken.
- Maart: Zaaien. Zaailingen verspenen.
- April: Jonge planten oppotten en licht en koel zetten.
- Mei: Afharden. Na half mei uitplanten en één keer toppen.
- Juni: Bloei. Wekelijks bemesten en uitgebloeide bloemen wegknippen.
- Juli: Volle bloei. Lange, kale stengels insnoeien.
- Augustus: Bloei. Insnoeien als de planten kaal worden. Stekken nemen.
- September: Bloei. Water en mest blijven geven.
- Oktober: Laatste bloei; na de eerste vorst opruimen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De naam komt via het Frans van ‘petun’, een Zuid-Amerikaans woord voor tabak. Petunia en tabak horen inderdaad allebei bij de nachtschadefamilie, net als tomaat en aardappel.
- De tuinpetunia is een kruising van twee wilde soorten: de witte Petunia axillaris, die ’s avonds geurt en door nachtvlinders bestoven wordt, en de paarse Petunia integrifolia.
- Rond 1990 probeerden onderzoekers paarse petunia’s donkerder te maken door een extra kleurgen in te bouwen. Tot hun verbazing kregen ze witte of gevlekte bloemen: een ontdekking die later hielp begrijpen hoe planten genen kunnen uitschakelen.