Foto: Karduelis, Public domain · bron
Fruitplant · Ebenaceae
Dadelpruim
Diospyros lotus
In andere talen: Plaqueminier faux-lotier (Français) · Date-plum (English)
De dadelpruim is een sierlijke boom uit de familie van het ebbenhout, van nature verspreid van Klein-Azië en de Kaukasus tot in China en Korea. Hij wordt bij ons 6–10 m hoog, met een ronde kroon, glanzend donkergroen blad en een grijze schors die later fijn geblokt is. In juni verschijnen kleine, kruikvormige bloemetjes, mannelijke en vrouwelijke op aparte bomen. Vrouwelijke bomen dragen in de herfst ronde vruchtjes van 1,5–2 cm die van geel naar blauwzwart verkleuren en pas na de eerste vorst zacht en zoet worden, met een smaak tussen dadel en pruim. Het is een nauwe verwant van de kaki en wordt veel gebruikt als onderstam voor kakibomen.
Let op: Onrijpe vruchten zijn erg wrang en onaangenaam: eet ze pas als ze helemaal zacht zijn.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
10 m
hoog, 6 m breed
Bloei
juni
| Snoeimaanden | januari–februari |
|---|---|
| Hoogte | 10 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juni |
Herkennen
Hoe herken je een dadelpruim?
- Groeivorm
- Boom met een ronde tot ovale kroon, 6–10 m hoog en 4–6 m breed; groeit matig snel.
- Blad
- Ovaal tot elliptisch, 6–12 cm lang, glanzend donkergroen, onderaan bleker; loopt laat uit in het voorjaar.
- Bloem
- Klein, kruik- of klokvormig, groenig tot roodachtig, in juni. Mannelijke en vrouwelijke bloemen groeien op aparte bomen.
- Vrucht
- Rond, 1,5–2 cm, eerst geel, rijp blauwzwart tot paarsbruin, met enkele platte pitten. Pas eetbaar als ze zacht en overrijp zijn.
- Schors
- Grijs, bij oudere bomen fijn geblokt, zoals bij de kaki.
- Wortels
- Een diepe penwortel: plant hem jong, want oudere bomen verplanten slecht.
Bloei: juni · Oogst en vruchten: november–december · Planten: maart–april en oktober–december · Snoeien: januari–februari
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een winterharde verwant van de kaki, die ook na strenge winters vruchten geeft.
- Een fraaie boom met glanzend blad en een decoratieve, geblokte schors.
- De bloemetjes in juni worden druk bezocht door bijen.
- Na de bladval hangen de vruchtjes nog aan de kale takken: een bijzonder herfstbeeld.
- Kleine, zoete vruchtjes voor de liefhebber van bijzonder fruit, vers of gedroogd.
- Weinig ziek en weinig werk: hij hoeft nauwelijks gesnoeid te worden.
Waar staat een dadelpruim graag?
- Volle zon, op een warme plek: dan rijpen de vruchten het best.
- Zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk, als de grond maar goed doorlatend is.
- Normaal vochtig; jonge bomen hebben de eerste jaren water nodig bij droogte.
- Reken op 5–6 m ruimte per boom. Voor vruchten heb je een mannelijke en een vrouwelijke boom nodig, niet te ver van elkaar.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 10 m hoog, 6 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -25 °C)
Mooi samen met
- Kaki: Zijn grotere verwant, voor een hoek met bijzonder fruit.
- Mispel: Ook een vrucht die je pas eet als ze zacht en overrijp is.
- Kweepeer: Nog een oude, sierlijke fruitboom met herfstvruchten.
- Narcis: Gele voorjaarsbloei onder de kale kroon, voor de boom uitloopt.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een dadelpruim?
Planten in maart–april en oktober–december.
- Plant van oktober tot december of in maart–april, als de grond niet bevroren of te nat is.
- Kies een jonge boom in pot: door de penwortel slaat een grote of wortelnaakte boom moeilijker aan.
- Graaf een plantgat twee keer zo breed en even diep als de kluit en maak de bodem van het gat los.
- Zet de boom even diep als in de pot, plaats een boompaal aan de windzijde en bind de stam losjes vast.
- Geef een flinke gieter water en herhaal dat het eerste jaar bij droogte.
- Leg een laag compost of houtsnippers rond de stam, maar niet tegen de stam aan.
Verzorgen
- Water
- De eerste twee jaar wekelijks bij droogte; daarna enkel bij lange droogte, zeker als hij vruchten draagt.
- Bemesten
- In maart een laag compost rond de boom. Te veel stikstof geeft veel blad en weinig vruchten.
- Mulchen
- Een laag houtsnippers houdt de grond rond jonge bomen vochtig en onkruidvrij.
- Bestuiving
- Plant een mannelijke en een vrouwelijke boom. Koop bij voorkeur bomen waarvan het geslacht bekend is: zaailingen tonen dat pas na enkele jaren.
- Oogsten
- Laat de vruchten tot na de eerste vorsten aan de boom hangen, of pluk ze in november en laat ze binnen nalijpen tot ze zacht en gerimpeld zijn. Eet ze vers of droog ze.
Tip: Laat de vruchtjes hangen tot na de eerste vorst, of laat ze binnen nalijpen tot ze helemaal zacht en gerimpeld zijn: pas dan verdwijnt de wrange smaak en worden ze zoet.
Wanneer snoei je een dadelpruim?
Snoeimaanden: januari–februari.
Wanneer: In januari–februari, als de boom kaal is. Hij hoeft nauwelijks gesnoeid te worden.
Hoe:
- Vorm een jonge boom met een rechte stam en drie tot vijf goed verdeelde gesteltakken.
- Knip later alleen dode, zieke, beschadigde en kruisende takken weg.
- Verwijder scheuten die laag uit de stam of rond de voet groeien.
- Snoei niet te hard: zware snoei geeft veel bladhout en minder vruchten.
Vermeerderen
- Zaad
- Haal de pitten uit rijpe vruchten, maak ze schoon en zaai ze in de herfst in een pot buiten, of bewaar ze 2–3 maanden koel en vochtig in de koelkast en zaai in maart. Je weet pas na enkele jaren of een zaailing mannelijk of vrouwelijk is.
- Enten
- Bomen met een bekend geslacht worden in het voorjaar op een zaailing geënt; dat laat je meestal aan een kwekerij over.
Hoe komt een dadelpruim de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- Zeer winterhard, tot ongeveer −25 °C: in België is geen bescherming nodig.
- Hij loopt laat uit, waardoor late voorjaarsvorst zelden schade doet.
- Geef een jonge boom het eerste jaar wat mulch rond de voet tegen uitdroging en vorst.
Ziektes en plagen
- Geen vruchten: Er staat geen mannelijke boom in de buurt, of de boom is zelf mannelijk. Plant een boom van het andere geslacht.
- Wrange vruchten: Onrijpe vruchten zijn erg wrang door looistoffen. Laat ze na vorst zacht worden aan de boom of binnen nalijpen.
- Vruchtval: Jonge vruchten vallen af bij droogte in de zomer. Geef water in droge periodes.
- Vogels: Merels en spreeuwen pikken de zachte vruchten aan. Oogst op tijd en laat ze binnen nalijpen.
- Trage start: Jonge bomen groeien de eerste jaren traag, vooral na verplanten. Geef water en geduld.
Het jaar rond
- Januari: Vormsnoei bij jonge bomen. Laatste vruchten eten of drogen.
- Februari: Snoeien: dode en kruisende takken weg.
- Maart: Planten. Compost rond de boom.
- April: Planten. Mulch aanbrengen.
- Juni: Bloei; bijen op de bloemetjes. Water geven aan jonge bomen.
- Augustus: Water geven bij droogte om vruchtval te voorkomen.
- Oktober: Vruchten kleuren. Planten.
- November: Oogsten na de eerste vorst of binnen laten nalijpen. Planten.
- December: Zachte vruchten eten of drogen. Planten bij zacht weer.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
- Vruchten (november–december)
- De kleine, ronde vruchten (1 à 2 cm) worden in de herfst geel en daarna blauwzwart. Ze zijn pas eetbaar als ze na de eerste nachtvorst gerijpt en helemaal zacht en gerimpeld zijn, in november–december: dan smaken ze zoet, naar dadel en karamel. Onrijp zijn ze vreselijk wrang. Je hebt een vrouwelijke boom en meestal een mannelijke in de buurt nodig.
- Bewaring
- Laat ze aan de boom of op een schaal binnen nazacht worden. Zachte vruchten blijven een week goed in de koelkast; gedroogd houden ze maanden.
Let op: Eet ze enkel als ze helemaal zacht zijn: onrijpe vruchten zitten vol looistoffen, die de mond doen samentrekken en in grote hoeveelheden de maag van streek maken. Spuug de harde pitjes uit. De boom wordt groot (tot 10 m): een plek voor een ruime tuin.
Eten en gebruiken doe je op eigen risico: zie de gebruiksvoorwaarden.
Recepten
- Gedroogde dadelpruimen (Gedroogd · ± 200 g · 15 min + 1 à 2 dagen drogen)
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Diospyros betekent zoiets als ‘goddelijke vrucht’, van het Griekse dios, goddelijk, en pyros, graan.
- De dadelpruim wordt veel gebruikt als onderstam voor de kaki, omdat hij winterhard is en makkelijk uit zaad groeit.
- Tot hetzelfde geslacht Diospyros behoren ook de bomen die ebbenhout leveren.