
Foto: Jules Grandgagnage, CC BY-SA 4.0 · bron
Fruitboom · Rozenfamilie (Rosaceae)
Mispel
Mespilus germanica
De mispel is een kleine, kronkelige fruitboom van 3–6 m met groot, zacht behaard blad, grote witte bloemen eind mei en een gele tot roodbruine herfstkleur. Zijn bruine vruchten met een open ‘kroon’ zijn bij de pluk hard en wrang: pas als ze na vorst of na wat bewaren zacht en bruin worden, smaken ze zoetzuur en wat kruidig. Een vergeten fruitsoort uit de middeleeuwen die weinig zorg vraagt, zichzelf bestuift en in elke tuin past.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Elke tuingrond
elke zuurtegraad
Winterhard
In heel België
geen bescherming nodig
Grootte
3–6 m
hoog
Bloei
mei–juni
| Snoeimaanden | december–februari |
|---|---|
| Hoogte | 3–6 m |
| Inheems in België | Ja, lang ingeburgerd |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen en vogels |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | mei–juni |
Herkennen
Hoe herken je een mispel?
- Groeivorm
- Kleine boom van 3–6 m met een brede, kronkelige kroon, vaak even breed als hoog; soms een grote struik.
- Blad
- Verspreid, 8–15 cm, lancetvormig, gaaf of bovenaan heel fijn gezaagd, dof groen en zacht behaard; gele tot roodbruine herfstkleur.
- Schors
- Grijsbruin, in langwerpige plaatjes afschilferend. Wilde vormen hebben dorens.
- Bloem
- Grote, witte bloemen (3–5 cm) apart aan de twijgtoppen, eind mei.
- Vrucht
- Bruine, appelvormige vruchten (2–5 cm) met een brede opening en vijf kelkslippen. Pas eetbaar als ze na vorst of na wat bewaren zacht en bruin worden.
- Verschil met de kweepeer
- De kweepeer heeft gaaf blad met een witviltige onderkant en grote, gele, donzige vruchten.
Bloei: mei–juni · Oogst en vruchten: oktober–november · Snoeien: december–februari
Herkennen per kenmerk: Lang en smal blad · Witte bloesem
Lijkt op, maar is het niet
- Kweepeer Cydonia oblonga: gaaf blad met een witviltige onderkant en grote, gele, donzige vruchten. Verschil met kweepeer
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Vers fruit in de late herfst en de winter, als er verder weinig te oogsten valt.
- Een sierlijke kleine boom die met zijn kronkelige takken ook in de winter mooi is.
- Grote witte bloemen eind mei voor bijen, na de meeste nachtvorsten.
- Zelfbestuivend: één boom is genoeg voor vruchten.
- Weinig snoei en weinig zorg nodig.
Waar staat een mispel graag?
- Zon tot halfschaduw; in de volle zon bloeit en draagt hij het best.
- Elke goed doorlatende grond die niet uitdroogt en niet lang nat blijft.
- Reken op 4–5 m doorsnede: hij groeit breed uit.
- Mooi als solitair in het gras, in een kleine boomgaard of aan de rand van een terras.
- Licht
- Zon of halfschaduw
- Grond
- Elke tuingrond
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 5 m hoog, 5 m breed
- Winterhard
- In heel België, geen bescherming nodig
Mooi samen met
- Kweepeer: Een ander oud fruit dat in de late herfst oogst: samen een hoekje ‘vergeten fruit’.
- Gele kornoelje: Bloeit al in februari–maart en draagt eetbare rode vruchten: zo begint je fruithoek vroeg.
- Hondsroos: Bloemen in juni en rozenbottels in de herfst: met de mispel een rand vol voedsel voor bijen en vogels.
Past goed bij, en liever niet bij
Liever niet bij
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een mispel?
- Plant van november tot maart, als wortelgoed of met kluit; een boom in pot kan het hele jaar, behalve bij vorst of droogte.
- Graaf een ruim plantgat en meng er wat compost door.
- De meeste mispels zijn geënt op meidoorn, kweepeer of peer: zet de entplaats boven de grond.
- Zet een paal aan de windkant en bind de stam losjes vast.
- Rassen als ‘Westerveld’ geven grote vruchten, ‘Nottingham’ kleinere maar smaakvolle.
Verzorgen
- Water
- De eerste twee jaar bij droogte; daarna alleen in lange, droge zomers.
- Bemesten
- In maart wat compost onder de kroon; meer is niet nodig.
- Oogsten
- Pluk de vruchten eind oktober–november op een droge dag, voor strenge vorst, als het blad begint te vallen.
- Narijpen
- Leg ze met het ‘oog’ naar beneden op stro of een rek op een koele plek. Na 2–4 weken zijn ze bruin en zacht: dan zijn ze klaar om te eten.
Tip: Eet een rijpe mispel met een lepeltje: knijp het zachte vruchtvlees uit de schil en laat de harde pitten liggen.
Wanneer snoei je een mispel?
Snoeimaanden: december–februari.
Wanneer: In de winter, niet bij vorst.
Hoe:
- Weinig snoeien: hij groeit vanzelf kronkelig en breed. Haal dood hout en kruisende takken weg.
- Vorm een jonge boom de eerste jaren tot een stam met 3–5 goed verdeelde gesteltakken.
- Is de kroon te dicht, neem dan enkele takken helemaal weg in plaats van alle twijgen in te korten: zo spaar je de bloemen aan de twijgtoppen.
Let op: Snoei niet bij vorst, en ontsmet je snoeischaar als je zieke takken wegknipt.
Vermeerderen
- Enten
- Een ras vermeerder je door in de winter een twijg te enten op een onderstam van meidoorn, kweepeer of peer.
- Zaaien
- Het zaad kiemt traag en onregelmatig en kan een dorenige boom met kleinere vruchten geven: leuk om te proberen, niet om een ras te kweken.
Hoe komt een mispel de winter door?
Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.
- Volledig winterhard; de late bloei eind mei ontsnapt meestal aan de nachtvorst.
- De vruchten hangen nog aan de boom als het blad al gevallen is; wat je laat hangen, is in de winter voer voor vogels.
Ziektes en plagen
- Bladvlekkenziekte: Bruine vlekken op het blad en vroege bladval, vooral in natte zomers. Ruim het afgevallen blad op en houd de kroon luchtig.
- Rupsen: Rupsen van de wintervlinder eten in april–mei aan het jonge blad. Mezen ruimen er veel op: hang een nestkast in de buurt.
- Bacterievuur: Bloemen en twijgtoppen verwelken en worden zwart, alsof ze verbrand zijn. Knip aangetaste twijgen ruim weg tot in het gezonde hout en ontsmet je schaar.
Het jaar rond
- Januari: Wintersnoei bij zacht weer; de laatste nagerijpte mispels opeten.
- Februari: Wintersnoei; planten bij open weer.
- Maart: Compost onder de kroon.
- Mei: Bloei eind mei: grote witte bloemen voor bijen.
- Oktober: Herfstkleur; de vruchten zijn volgroeid.
- November: Oogsten en laten narijpen op een koele plek; planten.
- December: Wintersnoei; zachte mispels eten of tot gelei koken.
Gebruiken
Wat kan je ermee?
- Eten en drinken
- Mispels na de eerste vorst of na wat bewaren (als ze zacht en bruin zijn): vers, in gelei of als moes.
- Tuin en landschap
- Sierlijke kleine boom met grote bloemen en een mooie herfstkleur.
- Voor de natuur
- Bloemen voor bijen; de vruchten voor vogels in de winter.
Eetbaar en bruikbaar
- Vruchten (oktober–november)
- Pluk mispels eind oktober of in november, liefst na de eerste nachtvorst, terwijl ze nog hard zijn. Laat ze binnen enkele weken ‘bletten’ op een laagje stro of krantenpapier, tot ze bruin en zacht als appelmoes zijn. Dan lepel je het zoetzure, naar appel en dadel smakende vruchtvlees zo uit de schil; de grote pitten laat je liggen. Ook voor moes en gelei, bij wild of kaas.
- Bewaring
- Bewaar harde mispels koel en luchtig, met de kelk naar beneden en zonder dat ze elkaar raken. Kijk ze wekelijks na: zachte vruchten verwerk je meteen, beschimmelde gooi je weg. Het vruchtvlees kan je invriezen.
Let op: Eet mispels pas als ze helemaal zacht en bruin zijn: harde, onrijpe vruchten zijn erg wrang. Bruin vanbinnen is bij een mispel normaal, maar gooi vruchten weg die schimmelen of zuur of naar alcohol ruiken. Eet de pitten niet.
Eten en gebruiken doe je op eigen risico: zie de gebruiksvoorwaarden.
Recepten
- Mispelgelei (Gelei · ± 3 potten · 1 uur + 1 nacht uitlekken)
- Mispelmoes (Compote · 4 personen · 20 min)
- Mispelchutney (Andere · ± 3 potjes van 250 ml · 1 uur 15 min + 2 weken rijpen)
- Mispelcake met kaneel (Gerecht · 1 cake van 25 cm · 25 min + 50 min oven)
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
- Vogels
- Bessen, zaden of insecten als voedsel, of een plek om te nestelen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Een middeleeuwse fruitboom die in de winter vers fruit leverde: de vruchten worden pas na de eerste vorst lekker.
- De mispel komt uit Zuidwest-Azië en Zuidoost-Europa; de Romeinen brachten hem naar West-Europa, waar hij hier en daar verwilderd is.
- Van het taaie mispelhout maken de Basken hun traditionele wandelstok, de makila.
- Ondanks de naam germanica komt de mispel oorspronkelijk uit Zuidwest-Azië en Zuidoost-Europa; de Romeinen verspreidden hem verder over Europa.
- De mispel staat in de Capitulare de villis van Karel de Grote, een lijst van planten die op zijn landgoederen geteeld moesten worden.