
Foto: photo J.F. Gaffard Jeffdelonge at fr.wikipedia, CC BY-SA 3.0 · bron
Eenjarige plant · Caprifoliaceae
Grote kaardebol
Dipsacus fullonum
In andere talen: Cardère sauvage (Français) · Wild teasel (English)
De grote kaardebol is een inheemse tweejarige van bermen, dijken en ruigtes, ook in België. Het eerste jaar vormt hij een platte rozet van grote, wat bobbelige bladeren; het tweede jaar schiet een stijve, stekelige stengel tot 2 m de hoogte in. Daarop staan in juli en augustus eivormige, stekelige hoofden waarin kleine lila bloempjes in ringen opengaan. Bijen, hommels en vlinders zijn er dol op, en in de winter pikken putters het zaad uit de droge hoofden. Na de zaadzetting sterft de plant af, maar hij zaait zich makkelijk uit.
Let op: Hij zaait zich flink uit en kan een kleine tuin snel overnemen. Knip een deel van de hoofden af voor het zaad rijp is en wied overtollige zaailingen jong uit. Let ook op de stekels.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
1,8 m
hoog, 0,5 m breed
Bloei
juli–augustus
| Snoeimaanden | maart en september |
|---|---|
| Hoogte | 1,8 m |
| Inheems in België | Ja |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen, vlinders en vogels |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juli–augustus |
Herkennen
Hoe herken je een grote kaardebol?
- Groeivorm
- Tweejarig: het eerste jaar een platte bladrozet, het tweede jaar een stijve, vertakte stengel van 1,5–2 m.
- Blad
- Lang en lancetvormig, met stekels op de middennerf aan de onderkant; de stengelbladeren staan tegenover elkaar en zijn aan de voet vergroeid tot een bekertje.
- Stengel
- Gegroefd en bezet met korte, scherpe stekels.
- Bloem
- Eivormige hoofden van 3–8 cm met lange, gebogen, stekelige schutbladen; de kleine lila bloempjes gaan in ringen open.
- Vrucht
- Bruine, droge hoofden vol zaad, die tot ver in de winter blijven staan.
- Wortels
- Een diepe penwortel: verplant hem jong, later lukt het slecht.
Bloei: juli–augustus · Zaaien: maart–april en september–oktober · Snoeien: maart en september
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een inheemse plant die veel insecten voedsel geeft: bijen, hommels en vlinders.
- In de winter eten putters het zaad uit de droge hoofden.
- Een architecturale plant van 2 m die structuur geeft aan een natuurlijke tuin.
- De droge zaadhoofden zijn de hele winter mooi, zeker met rijp, en geschikt voor droogboeketten.
- Makkelijk en sterk: groeit in bijna elke grond zonder water of mest.
Waar staat een grote kaardebol graag?
- Zon of halfschaduw; in de zon wordt hij het stevigst.
- Bijna elke grond: zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk.
- Normaal vochtig; hij verdraagt ook vrij zware, vochtige grond.
- Achteraan in een border, in een natuurlijke tuin, een bloemenweide of langs een haag.
- Reken op 40–50 cm per plant.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 1,8 m hoog, 0,5 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -25 °C)
Mooi samen met
- Toorts: Nog een hoge tweejarige die zich uitzaait en bijen lokt.
- Koninginnekruid: Roze schermen in dezelfde zomer, ook een vlinderplant.
- Wilde marjolein: Een lage, geurende bijenplant voor aan de voet van de kaardebol.
- Siergrassen: Hun pluimen en de kaardebolhoofden vormen samen een mooi wintersilhouet.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een grote kaardebol?
- Zaai in maart–april of in september–oktober ter plaatse, of in potjes die je jong uitplant.
- Hark de grond los, strooi het zaad dun en dek het af met een dun laagje grond.
- Houd de grond vochtig tot de zaailingen opkomen.
- Dun uit of plant jonge rozetten uit op 40–50 cm, zolang de penwortel nog klein is.
- Geef water na het verplanten; daarna is gieten zelden nodig.
- Zaai twee jaar na elkaar, dan bloeit er elk jaar wel een generatie.
Verzorgen
- Water
- Alleen bij het aanslaan. Daarna redt hij zich zelfs in droge zomers.
- Bemesten
- Niet nodig. Op rijke grond wordt hij alleen groter en slapper.
- Zaailingen
- Wied in het voorjaar de zaailingen die je niet wilt, zolang ze klein zijn.
- Uitgebloeide hoofden
- Laat de meeste staan voor de vogels en als wintersieraad.
- Handschoenen
- Draag stevige handschoenen bij elk werk: stengels, bladeren en hoofden prikken.
Tip: Zet hem waar je hem vanuit het raam kunt zien: in de winter zie je zo de putters die het zaad uit de hoofden pikken.
Wanneer snoei je een grote kaardebol?
Snoeimaanden: maart en september.
Wanneer: Echt snoeien is niet nodig. Knip in maart de afgestorven stengels weg, als de vogels het zaad op hebben; in september kun je een deel van de hoofden afknippen tegen het uitzaaien.
Hoe:
- Knip de dode stengels van de tweedejaarsplanten in maart vlak boven de grond af, of trek de plant met wortel en al uit.
- Wil je minder zaailingen, knip dan in september een deel van de hoofden af voor het zaad rijp is en laat er een paar staan voor de putters.
- Hoofden voor droogboeketten knip je met een lange steel af zodra ze bruin zijn.
- Laat de groene rozetten van dit jaar staan: zij bloeien volgend jaar.
Let op: De plant sterft na de bloei af: dat is normaal voor een tweejarige.
Vermeerderen
- Zaad
- Zaai in maart–april of september–oktober ter plaatse. Het zaad kiemt vlot; dun uit tot 40–50 cm.
- Zaailingen verplanten
- Steek in het voorjaar of de herfst jonge rozetten met een flinke kluit uit en plant ze meteen op hun nieuwe plek.
Hoe komt een grote kaardebol de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- Volledig winterhard tot ongeveer −25 °C: de bladrozetten overwinteren zonder bescherming.
- Laat de droge zaadhoofden de hele winter staan: putters eten er het zaad uit.
- Met rijp erop zijn de hoofden en stengels een mooi wintersieraad.
Ziektes en plagen
- Te veel zaailingen: Hij zaait zich flink uit. Wied ze jong, of knip een deel van de hoofden af voor het zaad rijp is.
- Stekels: Stengels, bladeren en hoofden prikken. Draag handschoenen en plant hem niet langs een smal pad of waar kinderen spelen.
- Meeldauw: Wit poeder op de bladeren in de nazomer. Weinig schadelijk voor een plant die toch afsterft; ruimte laten helpt.
- Plant verdwijnt: Na de bloei sterft hij af. Laat elk jaar een paar zaailingen staan, zo blijft hij in je tuin.
- Omwaaien: Op een heel winderige plek of in rijke grond kunnen de hoge stengels omwaaien. Kies een beschutte plek en bemest niet.
Het jaar rond
- Januari: De droge hoofden sieren de tuin. Putters eten het zaad.
- Februari: Laat de hoofden staan voor de vogels.
- Maart: Dode stengels weghalen. Ter plaatse zaaien.
- April: Zaaien. Zaailingen uitdunnen of verplanten.
- Mei: Tweedejaarsplanten schieten in de stengel.
- Juni: Overtollige zaailingen wieden.
- Juli: Bloei: bijen en hommels. Regenwater in de bladbekers.
- Augustus: Bloei. Hoofden snijden om te drogen.
- September: Een deel van de hoofden afknippen tegen het uitzaaien. Zaaien.
- Oktober: Zaaien. Jonge rozetten verplanten.
- December: Rust. De rozetten blijven groen.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
- Vlinders
- Nectar voor dagvlinders.
- Vogels
- Bessen, zaden of insecten als voedsel, of een plek om te nestelen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Een verwante soort met haakvormige schutbladen, de weverskaarde, werd vroeger gebruikt om wollen stof op te ruwen; daaraan dankt de plant de naam fullonum, van het Latijnse fullo, ‘voller’.
- In de bekervormige bladvoeten blijft regenwater staan, waarin soms insecten verdrinken.
- De bloempjes gaan eerst open in een ring rond het midden van het hoofd; die ring splitst zich daarna in twee banden die naar boven en naar onder schuiven.