Foto: Walter Siegmund (talk), CC BY-SA 3.0 · bron
Water- of oeverplant · Phrymaceae
Gele maskerbloem
Erythranthe guttata
In andere talen: Mimule tacheté (Français) · Monkeyflower (English)
De gele maskerbloem is een vaste plant uit het westen van Noord-Amerika, waar hij groeit langs beken, bronnen en natte oevers. In West-Europa is hij al lang verwilderd langs beken en rivieren. Hij vormt losse pollen van 30–40 cm met zachte, ronde blaadjes en holle stengels die makkelijk wortelen waar ze de natte grond raken. Van juni tot in september verschijnen grote, felgele lipbloemen met rode stippen in de keel, als een klein maskertje. Tuiniers houden van hem omdat hij de vijverrand maandenlang kleur geeft en in elke natte grond snel aanslaat. In de handel vind je hem vaak nog onder de oude naam Mimulus guttatus.
Let op: Een uitheemse plant die zich makkelijk uitzaait en verspreidt via stengelstukjes; in West-Europa is hij al verwilderd langs beken. Hou hem in een tuinvijver zonder verbinding met een beek of sloot, knip uitgebloeide bloemen weg en gooi plantenresten nooit in natuurlijk water.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Vochtig tot nat
mag niet uitdrogen
Grond
Leem, klei of veen
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -20 °C
Grootte
0,4 m
hoog, 0,4 m breed
Bloei
juni–september
| Snoeimaanden | maart en juli |
|---|---|
| Hoogte | 0,4 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juni–september |
Herkennen
Hoe herken je een gele maskerbloem?
- Groeivorm
- Losse pol van 30–40 cm hoog en breed, met holle, deels liggende stengels die op de knopen wortelen.
- Blad
- Rond tot eirond, onregelmatig getand en tegenoverstaand; fris lichtgroen en wat vlezig.
- Bloem
- Tweelippige trompetbloemen van 2–4 cm in losse trossen aan de stengeltoppen, van juni tot september.
- Kleur
- Felgeel, met rode tot bruinrode stippen in de keel en op de onderlip.
- Wortels
- Ondiep en vezelig, met uitlopers die over natte grond en door ondiep water kruipen.
Bloei: juni–september · Planten: april–juni · Snoeien: maart en juli
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Bloeit vier maanden lang, van juni tot in september, met opvallend felgele bloemen.
- Groeit waar veel planten het opgeven: in natte, drassige grond en zelfs in ondiep water.
- Hommels en andere bijen bezoeken de bloemen; de rode stippen wijzen hen de weg naar de nectar.
- Verbergt de harde rand van een vijver of beekje onder een zachte, groene rand.
- Slaat snel aan en vult in één seizoen een leeg plekje aan de oever.
Waar staat een gele maskerbloem graag?
- Zon of halfschaduw; in de zon bloeit hij het rijkst, zolang de grond nat blijft.
- Natte grond aan de vijverrand of langs een beekje: leem, klei of veen, zuur tot kalkrijk.
- Moeraszone: van de natte oever tot hooguit 5 cm onder het wateroppervlak.
- Mag nooit uitdrogen: in een gewone, droge border verdort hij in de zomer.
- Reken op 30–40 cm per plant; in een groepje van drie tot vijf staat hij het mooist.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Leem, klei of veen
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Nat
- Grootte
- 0,4 m hoog, 0,4 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -20 °C)
Mooi samen met
- Dotterbloem: Bloeit al in april in hetzelfde natte milieu, zodat de oever vroeger kleur krijgt.
- Moerasvergeet-mij-nietje: Hemelsblauw naast het felle geel, in dezelfde ondiepe zone.
- Gele lis: Hoge, zwaardvormige bladeren als achtergrond aan de vijverrand.
- Kattenstaart: Paarse aren in juli–augustus en een feest voor bijen en vlinders.
- Watermunt: Geurend blad en lila bloemetjes in dezelfde natte zone; hou hem wel in een mand.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een gele maskerbloem?
Planten in april–juni.
- Plant van april tot juni, als het water wat opgewarmd is.
- Gebruik een vijvermand met voedselarme vijveraarde of zware tuingrond, zonder potgrond of mest; op de oever plant je gewoon in de natte grond.
- Zet de plant even diep als in de pot, druk de grond goed aan en leg een laagje grind op de mand zodat de aarde niet wegspoelt.
- Zet de mand zo dat de bovenkant van de grond hooguit 5 cm onder water staat.
- Hou 30–40 cm tussen de planten.
- Op de oever: giet meteen goed aan en hou de grond de eerste weken nat.
Verzorgen
- Waterpeil
- Hou de voet altijd nat. Zakt het water in de zomer, vul dan bij met regenwater.
- Bemesten
- Niet nodig: extra voeding in de vijver geeft algen. Op de oever volstaat wat compost in het voorjaar.
- Uitgebloeide bloemen
- Knip uitgebloeide trossen weg: dat geeft nieuwe bloemen en minder zaailingen.
- Terugknippen
- Na de eerste bloeigolf in juli kun je de plant tot de helft terugknippen; hij loopt snel weer uit en bloeit opnieuw.
- Vernieuwen
- De plant is vaak kortlevend. Hou een paar jonge zaailingen of gewortelde stengels aan als opvolgers.
Tip: Knip de plant in juli na de eerste bloei tot de helft terug: binnen enkele weken staat hij opnieuw vol bloemen.
Wanneer snoei je een gele maskerbloem?
Snoeimaanden: maart en juli.
Wanneer: Knip in juli na de eerste bloeigolf terug en ruim in maart de afgestorven stengels op.
Hoe:
- Knip in juli de uitgebloeide stengels tot de helft in, net boven een paar blaadjes.
- Knip uitgebloeide bloemtrossen weg voor ze zaad zetten, zeker als je vijver dicht bij een beek of sloot ligt.
- Haal in maart oude, dode stengels aan de voet weg, voor de nieuwe scheuten uitlopen.
- Trek uitlopers en zaailingen weg die te ver uitgroeien.
Let op: Laat hem niet uitzaaien in een beek of sloot die verder stroomt: zo verspreidt hij zich in de natuur.
Vermeerderen
- Stekken
- Van mei tot augustus: knip stengels van 8–10 cm en zet ze in natte grond of gewoon in een glas water. Ze wortelen meestal binnen twee weken.
- Scheuren
- In april–mei een pol opdelen of een gewortelde uitloper afsteken en elders planten.
- Zaailingen
- Hij zaait zich vanzelf uit op natte grond. Verplant jonge zaailingen in het voorjaar naar de plek waar je ze wil.
Hoe komt een gele maskerbloem de winter door?
Winterhard tot −20 °C.
- Winterhard tot ongeveer −20 °C: in een gewone Belgische winter overleeft hij zonder bescherming.
- Laat de afgestorven stengels tot maart staan: ze beschermen het hart van de plant.
- Na een natte, koude winter verdwijnt een oude plant soms toch; zaailingen en gewortelde stekjes nemen dan zijn plaats in.
- In een kleine kuip kan alles doorvriezen: zet de kuip in de winter tegen een beschutte muur.
Ziektes en plagen
- Slakken: Vreten gaten in jonge bladeren in het voorjaar. Zoek ze ’s avonds weg; kikkers en padden helpen een handje.
- Meeldauw: Wit poeder op de bladeren, vooral als de grond te droog wordt. Hou de voet nat en knip aangetaste stengels weg.
- Bladluis: Op jonge scheuten en bloemknoppen. Spuit ze af met water; lieveheersbeestjes doen de rest.
- Te veel zaailingen: Hij zaait zich makkelijk uit. Knip uitgebloeide bloemen tijdig weg en wied zaailingen die je niet wil.
- Kale, slordige plant: Na de zomer worden de stengels lang en open. Terugknippen in juli en jonge stekken als opvolgers houden hem fris.
Het jaar rond
- Maart: Dode stengels aan de voet wegknippen.
- April: Planten of scheuren. Letten op slakken.
- Mei: Planten. Stekken nemen.
- Juni: Begin van de bloei. Planten kan nog tot eind juni.
- Juli: Na de eerste bloeigolf tot de helft terugknippen.
- Augustus: Tweede bloei. Waterpeil aanvullen bij droogte.
- September: Laatste bloemen. Uitgebloeide trossen wegknippen tegen uitzaaien.
- November: Afgestorven stengels laten staan als winterbescherming.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De stempel heeft twee lipjes die dichtklappen als een insect ze aanraakt: zo blijft het meegebrachte stuifmeel goed vastzitten.
- Botanici verhuisden deze soort in 2012 van het geslacht Mimulus naar Erythranthe; in de handel heet hij vaak nog Mimulus.
- De naam Mimulus komt van het Latijnse mimus, toneelspeler: de bloem lijkt op een masker of een grijnzend gezichtje.