
Foto: Ixitixel, CC BY-SA 3.0 · bron
Kamerplant · Moraceae
Kruipvijg
Ficus pumila
In andere talen: Figuier rampant (Français) · Creeping fig (English)
De kruipvijg is een kleine, groenblijvende klimmende vijg uit Oost-Azië, onder meer China, Japan en Taiwan. Hij vormt lange, dunne stengels met kleine, hartvormige blaadjes van 2–4 cm, die zich met hechtwortels vastzetten aan muren, stammen en mosstokken. Binnen blijft hij in die fijne jeugdvorm: dicht, frisgroen en sierlijk, ideaal als hangplant, als groene mat in een grote pot of tegen een mosstok. Er zijn ook bontbladige vormen met een crèmewitte rand en vormen met nog kleinere blaadjes. In warme streken bedekt hij buiten hele muren, maar bij ons is het een kamerplant.
Let op: Het witte melksap irriteert de huid en kan bij gevoelige mensen een allergische reactie geven: draag handschoenen bij het snoeien. De plant is giftig voor katten en honden als ze erop kauwen, dus zet hem buiten hun bereik. Binnen kunnen de hechtwortels sporen nalaten op muren en behang.
Licht
Halfschaduw of schaduw
verdraagt weinig zon
Vocht
Normaal tot nat
mag niet uitdrogen
Grond
Potgrond
Winterhard
Kamerplant
min. 5 °C
Grootte
1,5 m
hoog, 1 m breed
| Snoeimaanden | maart–april |
|---|---|
| Hoogte | 1,5 m |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
Herkennen
Hoe herken je een kruipvijg?
- Groeivorm
- Kruipend, hangend of klimmend met hechtwortels; binnen stengels van 1–1,5 m lang.
- Blad
- Klein, hart- tot eivormig, 2–4 cm, dun en wat ruw, donkergroen; bij bontbladige vormen met een witte of crèmekleurige rand.
- Volwassen vorm
- Op oude planten die buiten een muur bedekken, ontstaan stijve takken met grotere, leerachtige bladeren en vijgachtige vruchten. Binnen gebeurt dat zelden.
- Melksap
- Bij een wonde komt wit melksap vrij dat de huid kan irriteren.
- Wortels
- Fijn en vrij ondiep; ze drogen snel uit.
Planten: maart–april · Snoeien: maart–april
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Fijn, frisgroen blad dat een hangpot, plantenbak of mosstok helemaal bedekt.
- Groeit vlot en is makkelijk in vorm te knippen, bijvoorbeeld rond een draadframe.
- Verdraagt halfschaduw en schaduw, dus geschikt voor een plek verder van het raam.
- Mooi als groene onderbeplanting in grote potten onder hogere kamerplanten.
- Heel makkelijk te stekken: stengels wortelen vanzelf waar ze vochtige grond raken.
Waar staat een kruipvijg graag?
- Halfschaduw tot schaduw: bij een raam op het oosten of noorden, of verder in de kamer. Geen felle middagzon, die verbrandt de dunne blaadjes.
- Bontbladige vormen zet je iets lichter, anders worden ze groen.
- Gewone kamertemperatuur; in de winter mag een koelere kamer, maar niet onder 5 °C.
- Luchtige, humusrijke potgrond die vocht vasthoudt en toch goed afwatert.
- Een hoge luchtvochtigheid: een badkamer, een keuken of een groep planten bij elkaar is ideaal. In warme, droge lucht verdorren de blaadjes.
- Licht
- Licht, zonder felle zon of weinig licht
- Potgrond
- Gewone potgrond of luchtige, humusrijke potgrond
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Water geven
- Gewoon of veel
- Grootte
- 1,5 m hoog, 1 m breed
- Temperatuur
- Minimum 5 °C
Mooi samen met
- Aglaonema: Houdt van dezelfde halfschaduw; de kruipvijg bedekt de grond rond de stengels.
- Kamervarens: Delen de liefde voor vochtige lucht; samen een frisgroene, weelderige hoek.
- Fittonia: Het zenuwplantje met getekende bladeren houdt ook van warmte en vocht, mooi samen in een glazen bak.
- Lepelplant: Een hogere plant met witte bloemen, waaronder de kruipvijg als groene mat over de potrand hangt.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een kruipvijg?
Planten in maart–april.
- Verpot in maart of april, als de plant begint te groeien: jonge planten elk jaar, oudere om de 2–3 jaar.
- Kies een pot of hangpot met een afvoergat, een paar centimeter breder dan de oude.
- Gebruik kamerplantengrond met wat extra bladcompost, zodat hij vocht vasthoudt.
- Zet de plant even diep als voordien en druk de grond licht aan.
- Wil je hem laten klimmen, zet dan meteen een mosstok of draadframe in de pot en leid de stengels erlangs.
- Geef meteen water en hou de grond de eerste weken gelijkmatig vochtig.
Verzorgen
- Water
- Hou de grond altijd licht vochtig: nooit kletsnat en nooit helemaal droog. Eén keer uitdrogen kan al veel blaadjes kosten.
- Luchtvochtigheid
- Besproei het blad regelmatig met lauw, kalkarm water, of zet de pot op een schotel met nat grind.
- Bemesten
- Van april tot september om de 2–3 weken een halve dosis kamerplantenmest. In de winter niet.
- Steun
- Een mosstok die je vochtig houdt, helpt de hechtwortels zich vast te zetten.
- Verpotten
- Jonge planten elk jaar in het voorjaar, oudere om de 2–3 jaar.
Tip: Gebruik regenwater of kalkarm water en zet de pot op een schotel met nat grind: zo blijft het fijne blad mooi groen, ook als de verwarming aan staat.
Wanneer snoei je een kruipvijg?
Snoeimaanden: maart–april.
Wanneer: In maart–april knip je de plant in vorm. In de zomer mag je te lange uitlopers telkens licht bijknippen.
Hoe:
- Knip te lange of kale stengels terug tot net boven een blad; daar lopen nieuwe zijscheuten uit en wordt de plant dichter.
- Knip bij bontbladige vormen volledig groene scheuten weg, anders nemen die het over.
- Knip verdroogde stengels helemaal weg; vaak loopt de plant van onderuit opnieuw uit.
- Gebruik de afgeknipte stukken meteen als stek.
Let op: Draag handschoenen: het witte melksap kan de huid irriteren.
Vermeerderen
- Stekken
- Van april tot augustus stekken van 8–10 cm nemen, de onderste blaadjes weghalen en in vochtige stekgrond of in een glas water zetten. Warm en onder plastic wortelen ze binnen enkele weken.
- Afleggen
- Leg een stengel op een potje met vochtige grond en pin hem vast. Waar hij de grond raakt, vormt hij wortels; daarna knip je hem los.
Hoe komt een kruipvijg de winter door?
- Niet winterhard in België: hij hoort binnen, en de temperatuur mag niet onder 5 °C zakken.
- Een koelere kamer van 10–15 °C is in de winter prima; geef dan wat minder water, maar laat de grond nooit uitdrogen.
- In een verwarmde kamer is de lucht droog: besproei hem regelmatig en zet hem niet boven een radiator.
- Niet bemesten van oktober tot maart.
Ziektes en plagen
- Verdroogde blaadjes: Bruine, krokante blaadjes door uitdrogen of te droge lucht. Geef gelijkmatig water en besproei vaker; knip dode stengels weg.
- Spint: Fijne, gele spikkels en spinsel, vooral in de winter bij droge lucht. Spoel de plant regelmatig af en besproei hem.
- Wolluis en schildluis: Witte pluisjes of bruine schildjes op de stengels. Wegvegen met een vochtig doekje of een wattenstaafje.
- Bladval: Na een verhuis, tocht of een plotse temperatuurwissel valt blad. Laat de plant op één vaste plek staan.
- Wortelrot: Gele, slappe stengels in kletsnatte grond. Geef minder water en zorg voor een pot met afvoergat.
Het jaar rond
- Januari: Licht vochtig houden. Besproeien tegen droge lucht.
- Februari: Controleren op spint.
- Maart: Verpotten en in vorm knippen.
- April: Snoeien. Beginnen met bemesten.
- Mei: Stekken nemen. Stengels langs de mosstok leiden.
- Juni: Om de 2–3 weken bemesten. Nooit laten uitdrogen.
- Juli: Water geven en besproeien bij warm weer. Stekken nemen.
- Augustus: Laatste stekken. Bemesten.
- September: Laatste bemesting.
- Oktober: Iets minder water geven. Weg van tocht zetten.
- November: Besproeien als de verwarming aan staat.
- December: Licht vochtig houden, niet boven een radiator.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. Het witte melksap van deze ficussen is giftig en irriterend: op de huid geeft het roodheid en jeuk, in de ogen pijn, en wie erop kauwt, krijgt last van mond, maag en darmen; katten en honden kwijlen en braken. Het sap bevat latex: wie allergisch is voor latex, reageert er soms ook op, en ook stof op de bladeren van een ficus binnen kan allergie geven. Draag handschoenen bij het snoeien en stekken, en was daarna je handen. Zet de plant buiten het bereik van katten, honden en kleine kinderen, en ruim afgeknipte takjes en afgevallen bladeren op. De kleine vruchtjes zijn geen vijgen om te eten. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Zoals alle vijgen wordt hij in het wild bestoven door een eigen, piepklein vijgenwespje dat in de vruchten leeft.
- Van de zaden van een variëteit van de kruipvijg maakt men in Taiwan een bekende gelei, aiyu-gelei.
- Pas als een oude plant buiten een muur heeft bedekt, vormt hij stijve takken met grote bladeren die zo anders zijn dat je aan een andere plant zou denken.