Foto: Elie plus, CC BY 3.0 · bron
Bol- of knolgewas · Liliaceae
Fritillaria acmopetala
In andere talen: Pointed-petal fritillary (English)
Fritillaria acmopetala is een kievitsbloem uit het oostelijke Middellandse Zeegebied, onder meer uit Turkije en Cyprus. Aan een slanke steel van ongeveer 40 cm hangen in april en mei een paar groene klokken met een bruinpaarse binnenkant, waarvan de punten van de buitenste bloemblaadjes naar buiten krullen. Het smalle, blauwgroene blad staat verspreid langs de steel. De bloemen vallen niet meteen op, maar bij nader inzien zijn het sierlijke, bijna beeldhouwwerkachtige klokken. Met zijn losse, elegante uiterlijk combineer je hem makkelijk met lage vaste planten in een zonnige, goed doorlatende border.
Let op: Alle delen zijn giftig, vooral de bol. Houd kinderen en huisdieren zoals honden en katten uit de buurt, en verwar de bollen niet met eetbare bollen. Draag voor de zekerheid handschoenen bij het planten.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
neutraal tot kalkrijk
Winterhard
Volledig winterhard
tot -20 °C
Grootte
0,4 m
hoog, 0,1 m breed
Bloei
april–mei
| Hoogte | 0,4 m |
|---|---|
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | april–mei |
Herkennen
Hoe herken je een Fritillaria acmopetala?
- Groeivorm
- Bolplant met een rechte, slanke steel van ongeveer 40 cm hoog en 10–15 cm breed.
- Blad
- Smal, lijnvormig en blauwgroen, verspreid langs de steel; het sterft af na de bloei.
- Bloem
- Een tot enkele hangende klokken van ongeveer 3–4 cm, groen met een bruinpaarse binnenkant en omgekrulde punten, in april en mei.
- Bol
- Kleine, witte, vlezige bol zonder beschermend vlies; hij droogt snel uit.
- Rust
- In de zomer trekt hij in: het blad verdwijnt en de bol rust droog onder de grond.
Bloei: april–mei · Planten: september–oktober
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Bijzondere, groene klokbloemen met een bruinpaarse binnenkant: een opvallende lenteverrassing.
- Bloeit in april en mei, als de border nog rustig is.
- Hommels en bijen halen nectar uit de hangende bloemen.
- Past in een zonnige border en in een pot, ook op arme, goed doorlatende grond.
- Komt jaar na jaar terug en breidt zich langzaam uit.
Waar staat een Fritillaria acmopetala graag?
- Volle zon tot halfschaduw: hoe zonniger, hoe sterker de bloei.
- Goed doorlatende zand-, leem- of kleigrond, neutraal tot kalkrijk; meng door zware klei grof zand of fijn grind.
- Droog tot normaal vochtig: in het voorjaar licht vochtig, in de zomer liefst droog.
- Plant op 10–15 cm van elkaar, in groepjes van minstens vijf tot tien bollen.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Neutraal of kalkrijk
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 0,4 m hoog, 0,1 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -20 °C)
Mooi samen met
- Druifjes: Blauwe plukjes die tegelijk bloeien en het groen van de klokjes laten opvallen.
- Botanische tulp: Lage, wilde tulpen in rood of geel geven kleur naast de stille klokjes.
- Wolfsmelk: Geelgroene schutbladeren in dezelfde periode, op dezelfde warme, doorlatende plek.
- Purperklokje: Donker, purperen blad dat aansluit op de bruine tinten in de bloem.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een Fritillaria acmopetala?
Planten in september–oktober.
- Plant in september–oktober, zo snel mogelijk na aankoop: de bollen hebben geen beschermend vlies en drogen uit.
- Graaf een gat van 10–12 cm diep, ongeveer drie keer de hoogte van de bol.
- Strooi op zware grond onderin een laagje grof zand of grind, zodat er geen water blijft staan.
- Zet de bol met de platte onderkant naar beneden en houd 10–15 cm afstand tot de volgende.
- Dek af met grond, druk lichtjes aan en geef water bij droogte, maar niet te veel.
- Draag voor de zekerheid handschoenen: alle delen zijn giftig.
Verzorgen
- Water
- In het voorjaar alleen bij droogte. Na de bloei en in de zomer niet meer, want de bol moet droog rusten.
- Bemesten
- Na de bloei een lichte gift van een kaliumrijke meststof of wat compost; verder is niets nodig.
- Mulchen
- Een dun laagje fijne compost of grind in de herfst. Leg nooit een dikke laag over de bol.
- Blad
- Laat het blad staan tot het geel is, meestal in juni: zo vult de bol zijn reserves aan.
- Uitgebloeide bloemen
- Knip de zaaddozen weg als je geen zaad wilt, of laat ze staan voor zaadvorming.
Tip: Plant hem in groepjes tussen lage vaste planten in een zonnige, goed doorlatende border, en zorg dat de grond in de zomer droog blijft.
Wanneer snoei je een Fritillaria acmopetala?
Wanneer: Deze bol wordt niet gesnoeid. Je knipt alleen uitgebloeide bloemen weg en later het dode blad.
Hoe:
- Knip uitgebloeide bloemen af als je geen zaad wilt.
- Laat het blad staan tot het geel is, meestal in juni.
- Verwijder dode stelen en bladresten pas als ze makkelijk loskomen.
Let op: Knip nooit groen blad weg: de bol heeft het nodig om volgend jaar te bloeien.
Vermeerderen
- Bollen scheiden
- In juli–augustus, als het blad verdwenen is: graaf een pol op, haal de bolletjes voorzichtig uit elkaar en plant ze meteen terug op 10 cm diep.
- Zaaien
- Zaai vers zaad in de herfst in een pot met zandige grond en laat die buiten staan. Het duurt vaak 4–6 jaar voor de zaailingen bloeien.
Hoe komt een Fritillaria acmopetala de winter door?
Winterhard tot −20 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −20 °C: geen bescherming nodig.
- Nat staan in de winter is gevaarlijker dan kou: zorg voor goede drainage.
- In een pot: zet hem in een beschutte hoek en bescherm de pot tegen doorvriezen, zonder hem te laten doorweken.
Ziektes en plagen
- Leliehaantje: Felrode kevertjes en hun slijmerige larven op blad en stengel van april tot juni. Pluk ze met de hand weg.
- Bolrot: De bol wordt zacht en het blad vergeelt vroeg of komt niet op. Meestal staat hij te nat; verbeter de drainage.
- Slakken: Ze eten jonge scheuten en knoppen in het voorjaar. Verzamel ze ’s avonds of leg een barrière van grof zand.
- Bollen komen niet op: De bollen waren uitgedroogd bij aankoop of zijn in de zomer in natte grond gerot. Koop stevige bollen en plant ze meteen.
Het jaar rond
- Februari: De scheuten komen boven de grond.
- Maart: Letten op slakken. Water geven bij droogte.
- April: Begin van de bloei.
- Mei: Bloei. Zaaddozen eventueel wegknippen.
- Juni: Het blad vergeelt: niet te vroeg wegknippen.
- Juli: Zomerrust. Pollen delen als dat nodig is.
- Augustus: Bollen delen en meteen terugplanten.
- September: Nieuwe bollen planten.
- Oktober: Bollen planten. Drainage controleren.
- November: Eventueel een dun laagje compost.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. Alle delen van kievitsbloemen, keizerskronen en andere fritillaria’s zijn giftig, vooral de bollen: ze bevatten alkaloïden die braken, buikpijn en diarree kunnen geven, bij kinderen en ook bij honden en katten. De bollen hebben geen beschermend vlies, en zulke naakte, witte of gelige bollen kunnen verward worden met uien of look, al ruikt de bol van de keizerskroon sterk naar vos. Bewaar ze dus nooit bij de keukenuien, plant ze zo snel mogelijk na aankoop (ze drogen snel uit) en laat geen losse bollen rondslingeren waar honden of katten eraan kunnen knagen. Draag handschoenen bij het planten en als je stengels snijdt, en was daarna je handen. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De soortnaam acmopetala komt uit het Grieks en verwijst naar de puntige kroonbladeren.
- De naam Fritillaria komt van het Latijnse fritillus, ‘dobbelbeker’, naar het ruitpatroon op de bloem van de wilde kievitsbloem.
- Fritillaria-bollen hebben geen beschermend vlies; ze drogen daardoor sneller uit dan tulpen of narcissen.