Foto: Paul Hermans, CC BY-SA 3.0 · bron
Vaste plant · Geraniaceae
Donkere ooievaarsbek
Geranium phaeum
In andere talen: Géranium brun (Français) · Dusky cranesbill (English)
De donkere ooievaarsbek komt uit de bergbossen en bergweiden van Midden- en Zuid-Europa en is hier en daar verwilderd, onder meer op oude landgoederen. Hij vormt een pol van zacht, diep handvormig ingesneden blad, vaak met paarsbruine vlekken, waarboven in mei en juni slanke stengels tot 60 cm staan met kleine, knikkende bloempjes. De kroonbladen hebben een golvende rand en een diep bruinpaarse, bijna zwarte kleur met een wit hartje. Tuiniers waarderen hem omdat hij bloeit in de halfschaduw en schaduw onder bomen, waar weinig andere vaste planten het goed doen. Er zijn ook vormen met lila bloemen (var. lividum), witte bloemen (‘Album’) of sterk gevlekt blad (‘Samobor’).
Licht
Halfschaduw of schaduw
verdraagt weinig zon
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -35 °C
Grootte
0,6 m
hoog, 0,45 m breed
Bloei
mei–juni
| Snoeimaanden | maart en juni–juli |
|---|---|
| Hoogte | 0,6 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | mei–juni |
Herkennen
Hoe herken je een donkere ooievaarsbek?
- Groeivorm
- Rechtopgaande pol met een bladmassa van 30–40 cm en bloemstengels tot 60 cm; ongeveer 45 cm breed.
- Blad
- Diep handvormig ingesneden, zacht behaard en lichtgroen; vaak met paarsbruine vlekken tussen de lobben.
- Bloem
- Kleine, knikkende bloemen van ongeveer 2 cm, met vlak uitgespreide tot licht teruggeslagen, golvende kroonbladen en uitstekende meeldraden; in mei en juni.
- Kleur
- Diep bruinpaars tot bijna zwart met een wit hartje; var. lividum is lila, ‘Album’ wit.
- Vrucht
- Snavelvormige vrucht die openspringt en het zaad wegslingert; hij zaait zich uit.
- Wortels
- Een korte, stevige wortelstok; de pol wordt langzaam breder.
Bloei: mei–juni · Planten: maart–april en september–oktober · Snoeien: maart en juni–juli
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Bloeit in halfschaduw en schaduw, ook in de vrij droge grond onder bomen en heesters.
- Een bijzondere, bijna zwartpaarse bloemkleur die je weinig in de tuin ziet.
- Bijen en hommels bezoeken de bloemen graag in mei en juni.
- Bij veel vormen is het blad gevlekt en ook buiten de bloei sierlijk.
- Na het terugknippen komt er snel vers blad, soms met een paar late bloemen.
- Taai, volledig winterhard en weinig werk.
Waar staat een donkere ooievaarsbek graag?
- Halfschaduw tot schaduw: onder bomen, in een bosborder of aan de noordkant van een muur. Een hete, zonnige plek is niet nodig en niet ideaal.
- Elke gewone tuingrond: zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk.
- Droog tot normaal vochtig: hij verdraagt de droge schaduw onder bomen beter dan de meeste vaste planten.
- In arme of zeer droge grond helpt wat bladcompost hem op gang.
- Plant op 40–45 cm afstand, in groepjes van drie of meer.
- Licht
- Halfschaduw en schaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 0,6 m hoog, 0,45 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -35 °C)
Mooi samen met
- Varens: Fijn, groen blad in dezelfde schaduw, als rustige achtergrond voor de donkere bloemen.
- Lievevrouwebedstro: Witte sterretjes in mei als bodembedekker onder de donkere bloemen.
- Dagkoekoeksbloem: Roze bloemen in mei en juni in de halfschaduw: een mooi contrast met het bijna zwart.
- Vrouwenmantel: Gele schuimbloemen die de donkere kleur laten oplichten.
- Hosta: Grote, rustige bladeren naast de fijne, donkere bloempjes.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een donkere ooievaarsbek?
Planten in maart–april en september–oktober.
- Plant in maart–april of in september–oktober; in de herfst krijgt hij de tijd om te wortelen voor de droge zomer.
- Graaf een plantgat twee keer zo breed als de kluit en meng er bladcompost door, zeker onder bomen.
- Zet de plant even diep als in de pot en druk de grond goed aan.
- Houd 40–45 cm tussen de planten.
- Geef meteen een flinke gieter water; onder bomen het eerste jaar regelmatig bijgieten.
- Leg een laag bladcompost als mulch rond de voet.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte. Onder bomen ook later in lange droge periodes.
- Bemesten
- In het voorjaar een laag compost of bladcompost volstaat.
- Mulchen
- Een laag bladcompost in het voorjaar houdt de grond koel en vochtig, zeker in de droge schaduw onder bomen.
- Na de bloei
- Knip de bloemstengels en het oude blad terug tot vlak boven de grond: dat geeft vers blad en beperkt het uitzaaien.
- Delen
- Om de 4–5 jaar, of als je meer planten wilt.
Tip: Plant hem naast lichte kleuren of waar het licht van opzij op de bloemen valt, anders vallen de bijna zwarte bloempjes weg in de schaduw. Knip na de bloei terug voor vers blad en minder zaailingen.
Wanneer snoei je een donkere ooievaarsbek?
Snoeimaanden: maart en juni–juli.
Wanneer: Na de bloei, eind juni of in juli. In maart ruim je het oude, beschadigde blad op.
Hoe:
- Knip na de bloei alle bloemstengels en het oude blad terug tot 5–10 cm boven de grond.
- Geef daarna water: binnen enkele weken groeit een frisse pol nieuw blad, soms met een paar late bloemen.
- Wil je zaailingen, laat dan een paar stengels staan tot het zaad rijp is.
- Knip in maart het blad weg dat in de winter lelijk geworden is.
Let op: Wacht niet te lang na de bloei: zodra de snavels bruin worden, slingert hij het zaad al weg.
Vermeerderen
- Delen
- In maart–april of in september–oktober de pol opgraven, in stukken met elk wortels en een paar scheuten verdelen en meteen opnieuw planten.
- Zaailingen
- Hij zaait zich vanzelf uit. Verplant jonge zaailingen in het voorjaar naar de plek waar je ze wilt. Zaailingen van rassen lijken vaak niet op de moederplant.
- Zaaien
- Vang het rijpe zaad in de zomer op en zaai het meteen in een pot buiten; het kiemt in de herfst of het volgende voorjaar.
Hoe komt een donkere ooievaarsbek de winter door?
Winterhard tot −35 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −35 °C: bescherming is niet nodig.
- In zachte winters blijft een rozet van blad staan; het oude blad mag tot maart blijven liggen.
- In een pot: zet hem in de schaduw tegen een muur en houd de potgrond licht vochtig, niet nat.
Ziektes en plagen
- Slordig blad: Na de bloei wordt het blad vlekkerig en geel. Terugknippen tot vlak boven de grond geeft binnen enkele weken vers blad.
- Te veel zaailingen: Hij zaait zich vlot uit in de border. Knip uitgebloeide stengels op tijd weg en wied zaailingen jong.
- Meeldauw: Wit poeder op het blad bij droogte. Water geven en aangetast blad wegknippen; terugknippen helpt ook.
- Slakken: Vreten aan jong blad in het voorjaar, vooral op vochtige, schaduwrijke plekken. ’s Avonds rapen of een bierval plaatsen.
Het jaar rond
- Maart: Oud blad wegknippen. Bladcompost geven. Planten en delen.
- April: Planten en delen. Nieuw blad loopt uit; letten op slakken.
- Mei: Bloei. Bijen en hommels op bezoek.
- Juni: Volle bloei. Na de bloei, eind juni, terugknippen.
- Juli: Terugknippen als dat nog niet gebeurd is. Water geven voor vers blad.
- Augustus: Vers blad. Water geven bij droogte, zeker onder bomen.
- September: Planten en delen.
- Oktober: Planten. Bladcompost als mulch.
- December: Rust. In zachte winters blijft een rozet van blad staan.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De soortnaam phaeum komt van het Griekse phaios, ‘donker’ of ‘grauw’. In het Engels heet hij ook mourning widow, ‘rouwende weduwe’, naar de bijna zwarte bloemen.
- In Nederland geldt hij als stinsenplant: hij werd vroeger op landgoederen aangeplant en houdt daar al lang stand.
- Het ras ‘Samobor’, met grote donkere vlekken op het blad, is genoemd naar het Kroatische stadje Samobor, waar het gevonden werd.