
Foto: Photo by David J. Stang, CC BY-SA 4.0 · bron
Eenjarige plant · Amaranthaceae
Bolamarant
Gomphrena globosa
In andere talen: Amarantine (Français) · Globe amaranth (English)
De bolamarant is een eenjarige uit Midden-Amerika die bij ons als zomerbloeier wordt gekweekt. Hij vormt een rechtopgaande, vertakte plant van zo’n 40 cm met smalle, zacht behaarde bladeren. Van juli tot in oktober staat hij vol ronde bloemhoofdjes die op klaverbolletjes lijken, in paars, magenta, roze, wit of rood. Wat je als bloem ziet, zijn eigenlijk stevige, papierachtige schutbladeren: daardoor blijven de bolletjes wekenlang mooi aan de plant en houden ze gedroogd hun kleur. Tuiniers kweken hem als snijbloem en droogbloem en voor de bijen en vlinders; er zijn lage rassen voor potten en randen en hogere voor de snijtuin.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand of leem
elke zuurtegraad
Winterhard
tot 5 °C
beschermen in strenge winters
Grootte
0,4 m
hoog, 0,3 m breed
Bloei
juli–oktober
| Hoogte | 0,4 m |
|---|---|
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen en vlinders |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juli–oktober |
Herkennen
Hoe herken je een bolamarant?
- Groeivorm
- Rechtopgaande, vertakte eenjarige van 30–40 cm hoog en zo’n 30 cm breed.
- Blad
- Smal ovaal tot langwerpig, 5–10 cm, tegenoverstaand, groen tot grijsgroen en zacht behaard.
- Bloem
- Ronde hoofdjes van 2–3 cm op lange stelen, opgebouwd uit papierachtige schutbladeren met piepkleine bloemetjes ertussen, van juli tot oktober.
- Kleur
- Paars, magenta, roze, lila, wit en rood; de kleur verbleekt nauwelijks bij het drogen.
- Zaad
- Klein, wollig zaad in de uitgebloeide hoofdjes; het kiemt beter na een nacht weken.
Bloei: juli–oktober · Zaaien: maart–april · Planten: mei–juni
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Bloeit onvermoeibaar van juli tot de eerste vorst, zonder veel werk.
- Een van de beste droogbloemen: de bolletjes houden gedroogd lang hun vorm en kleur.
- Een stevige snijbloem die lang goed blijft in de vaas.
- Lokt bijen en vlinders naar de border, de snijtuin of het terras.
- Verdraagt hitte en droogte beter dan de meeste zomerbloeiers: ideaal voor een zonnige, droge plek of een pot.
- De lage rassen passen in randen, bakken en potten.
Waar staat een bolamarant graag?
- Volle zon en warmte: hoe zonniger en warmer de plek, hoe rijker de bloei.
- Goed doorlatende zand- of leemgrond, zuur tot kalkrijk; zware, natte klei is niets voor hem.
- Droog tot normaal vochtig: eenmaal geworteld verdraagt hij droogte goed.
- Plant 25–30 cm uit elkaar; in een pot van 40 cm passen drie tot vijf planten.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 0,4 m hoog, 0,3 m breed
- Winterhard
- Vorstgevoelig: pas buiten na de laatste nachtvorst (half mei)
Mooi samen met
- Zinnia: Even warmteminnend, met grote bloemen naast de kleine bolletjes.
- Patagonisch ijzerhard: Luchtige, paarse schermen boven de bolletjes, ook geliefd bij vlinders.
- Strobloem: Nog een droogbloem in warme kleuren voor de snijtuin.
- Lavendel: Dezelfde zonnige, droge plek, en ook een bijenplant.
- Siergrassen: Fijne halmen geven luchtigheid tussen de compacte bolletjes.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een bolamarant?
Planten in mei–juni.
- Week het zaad een nacht in lauw water en zaai het in maart–april binnen in potjes of trays, bij 20–25 °C.
- Dek het zaad dun af en houd de grond licht vochtig; na een tot twee weken kiemt het.
- Verspeen de zaailingen in aparte potjes zodra ze twee echte blaadjes hebben, en zet ze licht en warm.
- Laat de jonge planten in mei een week buiten wennen en plant ze na half mei uit, als er geen nachtvorst meer komt.
- Zet ze even diep als in het potje, op 25–30 cm afstand, en geef meteen goed water.
- Houd de grond de eerste weken licht vochtig tot de planten geworteld zijn.
Verzorgen
- Water
- Na het planten regelmatig water geven tot ze geworteld zijn. Daarna enkel bij lange droogte; planten in potten vaker.
- Bemesten
- Een schep compost bij het planten volstaat. In potten om de twee weken wat vloeibare mest. Te veel stikstof geeft veel blad en slappe stengels.
- Toppen
- Knip de top van jonge planten van 10–15 cm uit: ze vertakken beter en geven meer bloemen.
- Plukken
- Snijd regelmatig bloemen voor de vaas of om te drogen: zo blijft de plant nieuwe bolletjes maken.
- Uitgebloeide bloemen
- Knip bruine hoofdjes weg tot aan het volgende bladpaar of zijscheutje.
Tip: Wacht met uitplanten tot de nachten warm zijn: een bolamarant die in een koude mei buiten staat, blijft weken stilstaan. In een pot op een warm terras bloeit hij het rijkst.
Wanneer snoei je een bolamarant?
Wanneer: Een eenjarige hoef je niet te snoeien. Je toppt de jonge plant kort na het uitplanten en plukt de hele zomer door bloemen.
Hoe:
- Knip de top van jonge planten van 10–15 cm net boven een bladpaar uit.
- Snijd bloemen met een lange steel af, net boven een bladpaar: daar groeien nieuwe zijscheuten met bloemen.
- Knip uitgebloeide, bruine bolletjes weg.
- Trek de planten na de eerste vorst uit en zet ze op de composthoop.
Vermeerderen
- Zaad
- In maart–april binnen zaaien bij 20–25 °C, na een nacht weken. Je kunt zelf zaad oogsten: laat in september een paar bolletjes helemaal uitrijpen, wrijf ze uit en bewaar het zaad droog en koel. De kleuren kunnen afwijken van de moederplant.
Hoe komt een bolamarant de winter door?
Winterhard tot 5 °C: beschermen in strenge winters.
- Niet winterhard: hij verdraagt geen temperaturen onder ongeveer 5 °C en sterft bij de eerste vorst.
- Ruim de planten in oktober–november op en zaai in het voorjaar opnieuw.
- Bewaar gedroogde bolletjes donker en droog: zo blijft de kleur het langst mooi.
Ziektes en plagen
- Kiemschimmel: Zaailingen vallen om en rotten aan de voet. Zaai in schone zaaigrond, giet niet te veel en zorg voor frisse lucht.
- Grauwe schimmel: Grijs pluis op bolletjes en blad bij nat, koel weer. Laat ruimte tussen de planten en knip aangetaste delen weg.
- Bladluis: Op jonge scheuten. Afspuiten met water; lieveheersbeestjes ruimen ze meestal op.
- Wortelrot: Gele, slappe planten op natte, zware grond. Kies een goed doorlatende plek of een pot met een gat in de bodem.
- Trage groei: Na een koude maand mei blijft hij weken stilstaan. Plant pas uit als de nachten warm zijn.
Het jaar rond
- Maart: Zaad een nacht weken en binnen zaaien bij 20–25 °C.
- April: Binnen zaaien. Zaailingen verspenen.
- Mei: Afharden. Uitplanten na half mei.
- Juni: Uitplanten. Jonge planten toppen. Water geven tot ze geworteld zijn.
- Juli: Begin van de bloei. Bloemen snijden voor de vaas.
- Augustus: Volle bloei. Bolletjes plukken om te drogen.
- September: Bloei. Bolletjes drogen. Zaad laten rijpen.
- Oktober: Laatste bloei. Na de eerste vorst de planten opruimen.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
- Vlinders
- Nectar voor dagvlinders.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De naam amarant komt van het Griekse amarantos, ‘onverwelkelijk’: de bolletjes blijven lang mooi, aan de plant en gedroogd.
- Wat op een bloem lijkt, is een bolletje van papierachtige schutbladeren; de echte bloemetjes zijn piepklein en zitten ertussen.
- In Nepal rijgt men er tijdens het lichtfeest Tihar bloemenkransen van.