
Foto: Mike Dickison, CC BY 4.0 · bron
Heester · Griseliniaceae
Griselinia
Griselinia littoralis
In andere talen: New Zealand broadleaf (English)
Griselinia komt uit Nieuw-Zeeland, waar hij in het wild uitgroeit tot een boom en door de Maori kapuka genoemd wordt. In onze tuinen is het een dichte, groenblijvende struik met dikke, glanzende bladeren in een opvallend fris appelgroen. Hij verdraagt zeewind en zout uitstekend en is daardoor een van de beste haagplanten voor tuinen aan de kust. In het binnenland is hij gevoelig voor strenge vorst, dus plant je hem daar op een beschutte plek. Er bestaat ook een bonte vorm, ‘Variegata’, met roomwit gerand blad.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
tot -10 °C
beschermen in strenge winters
Grootte
3 m
hoog, 2 m breed
| Snoeimaanden | april en juni |
|---|---|
| Hoogte | 3 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
Herkennen
Hoe herken je een griselinia?
- Groeivorm
- Dichte, rechtopgaande struik van 2–3 m hoog en zo’n 2 m breed; in het wild een boom.
- Blad
- Dik, leerachtig, ovaal tot bijna rond, 4–10 cm, glanzend appelgroen, afwisselend geplaatst.
- Twijgen
- Groenig tot geelgroen, wat de struik een frisse, lichte uitstraling geeft.
- Bloem
- Kleine, geelgroene bloempjes die nauwelijks opvallen; mannelijke en vrouwelijke bloemen groeien op aparte planten.
- Vrucht
- Enkel vrouwelijke planten dragen soms kleine, paarszwarte besjes.
Planten: april–mei en september · Snoeien: april en juni
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Het hele jaar fris appelgroen: een lichte, vrolijke haag in plaats van een donkere.
- Verdraagt zeewind en zout zoals weinig andere haagplanten.
- Groeit dicht en vlot genoeg voor een haag van 1,5–2 m.
- Geen doorns en makkelijk te knippen.
- Ook mooi als losse struik of in een grote pot op een beschut terras.
Waar staat een griselinia graag?
- Zon of halfschaduw; aan de kust ook op een open, winderige plek.
- In het binnenland: beschut tegen koude oosten- en noordenwind, bij voorkeur tegen een muur of in een stadstuin.
- Elke goed doorlatende grond: zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk.
- Droog tot normaal vochtig; grond die lang nat blijft, verdraagt hij slecht.
- Voor een haag 2–3 planten per meter, als solitair 2 m ruimte.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 3 m hoog, 2 m breed
- Winterhard
- Matig winterhard (tot -10 °C): bescherm hem in strenge winters
Mooi samen met
- Siergrassen: Wuivende halmen voor de frisgroene wand, ook aan zee.
- Hortensia: Grote bloemschermen tegen een lichtgroene achtergrond.
- Lavendel: Zilvergrijs en blauw voor een zonnige, droge rand.
- Nieuw-Zeelands vlas: Een stoere blikvanger, net als griselinia afkomstig uit Nieuw-Zeeland.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een griselinia?
Planten in april–mei en september.
- Plant in april–mei of uiterlijk in september, zodat hij voor de winter goed geworteld is.
- Graaf een plantgat twee keer zo breed als de kluit; in zware klei plant je op een licht verhoogde rug voor een betere afwatering.
- Meng compost door de uitgegraven grond.
- Zet de plant even diep als in de pot en druk de grond goed aan.
- Geef meteen ruim water en het eerste jaar bij droogte elke week.
- Leg mulch rond de voet.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte elke week. Daarna is hij vrij droogtebestendig.
- Bemesten
- In april wat compost; meer is niet nodig.
- Mulchen
- Mulch houdt de voet vochtig in de zomer en beschermt de wortels in de winter.
- In een pot
- Gebruik een grote pot met een gat in de bodem en goed doorlatende potgrond. Zet hem in de winter tegen een beschutte muur.
- Vorstschade
- Knip bevroren, bruine scheuten in april terug tot gezond hout.
Tip: Plant hem in het binnenland tegen een muur of in de beschutting van andere struiken, en geef hem in het voorjaar de tijd: een struik die er na de winter bruin uitziet, loopt vaak gewoon opnieuw uit.
Wanneer snoei je een griselinia?
Snoeimaanden: april en juni.
Wanneer: De gewone snoei in juni. Vorstschade knip je in april weg, als er geen strenge vorst meer verwacht wordt.
Hoe:
- Gebruik bij voorkeur de snoeischaar: half doorgeknipte bladeren worden bruin.
- Hou een haag onderaan iets breder dan bovenaan, zodat ze tot onderaan dicht blijft.
- Knip vorstschade terug tot gezond hout; een struik die terugvriest, loopt vaak weer uit vanuit het oudere hout.
- Snoei niet meer na de zomer: nieuwe scheuten moeten voor de winter kunnen afharden.
Let op: Snoei niet in de herfst: zachte nieuwe scheuten bevriezen in de winter.
Vermeerderen
- Halfrijpe stekken
- In augustus–september: stekken van 10–15 cm, onderste bladeren weg, in vochtige stekgrond onder plastic of in een koude bak. Laat ze vorstvrij overwinteren.
Hoe komt een griselinia de winter door?
Winterhard tot −10 °C: beschermen in strenge winters.
- Winterhard tot ongeveer −10 °C: aan de kust meestal geen probleem, in het binnenland een risico in strenge winters.
- Bescherm jonge planten bij strenge vorst met een dubbele laag vliesdoek.
- Een struik die terugvriest, loopt vaak weer uit vanuit het oudere hout: wacht tot april voor je bruine takken wegknipt.
- In een pot: zet hem tegen een muur, wikkel de pot in jute en zet hem bij strenge vorst tijdelijk in een koele garage of berging.
Ziektes en plagen
- Vorstschade: Bruin, verdroogd blad en afgestorven twijgen na een strenge winter of koude oostenwind. Knip in april terug tot gezond hout.
- Wortelrot: Gele bladeren en een kwijnende plant in grond die lang nat blijft. Zorg voor een goede afwatering of plant op een verhoogde rug.
- Kale onderkant: Een haag die bovenaan breder is dan onderaan, wordt kaal aan de voet. Knip ze in een licht taps toelopende vorm.
Het jaar rond
- Maart: Bevroren scheuten nog laten staan.
- April: Vorstschade wegknippen. Planten. Compost geven.
- Mei: Planten. Mulch aanbrengen.
- Juni: Haag of struik snoeien.
- Juli: Water geven aan jonge planten bij droogte.
- Augustus: Halfrijpe stekken nemen.
- September: Laatste plantmaand. Stekken nemen.
- November: Vliesdoek klaarleggen voor jonge planten.
- December: Jonge planten beschermen bij strenge vorst.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De soortnaam littoralis betekent ‘van de kust’.
- Het geslacht is genoemd naar Francesco Griselini, een Venetiaanse natuuronderzoeker uit de 18de eeuw.
- Hij is tweehuizig: mannelijke en vrouwelijke bloemen groeien op aparte planten, en enkel vrouwelijke planten dragen besjes.