Laurierkers (Prunus laurocerasus)

Foto: Lord Koxinga, CC BY-SA 3.0 · bron

Struik · Rozenfamilie (Rosaceae)

Laurierkers

Prunus laurocerasus

De laurierkers is een groenblijvende struik uit Zuidoost-Europa en West-Azië, met groot, glanzend blad zonder stekels en in april–mei rechtopstaande trossen witte bloempjes. Hij is een van de meest geplante haagplanten, omdat hij snel groeit en ook in de schaduw dicht blijft. Toch raden we hem af: vogels verspreiden de zwarte kersjes in bossen, waar hij verwildert en inheemse planten verdringt. Blad en zaden zijn giftig, en voor de natuur is hij weinig waard. Kies liever een inheemse haag.

Let op: Blad en zaden bevatten blauwzuur en zijn giftig voor mens en dier: houd kinderen, kippen, paarden en ander vee weg van de struik en van het snoeiafval. Versnipper snoeiafval buiten, niet in een afgesloten ruimte.

  • Licht

    Zon tot schaduw

    niet kieskeurig

  • Vocht

    Normaal

    geen natte voeten

  • Grond

    Elke tuingrond

    elke zuurtegraad

  • Winterhard

    In heel België

    geen bescherming nodig

  • Grootte

    3–8 m, meestal struik of haag

    hoog

  • Bloei

    april–mei

Feiten op een rij
Snoeimaandenmei–juni en augustus–september
Hoogte3–8 m, meestal struik of haag
Inheems in BelgiëNee, ingeburgerd
Goed voor bijen, vlinders en vogelsWeinig
Giftig voor mens en huisdierJa, let op met kinderen en huisdieren
Bloeiapril–mei

Herkennen

Hoe herken je een laurierkers?

Groeivorm
Groenblijvende struik van 3–8 m, meestal als struik of haag; breed en dicht.
Blad
Verspreid, groenblijvend, leerachtig en glanzend lichtgroen, 10–20 cm, rand gaaf of ondiep gezaagd. Onderaan bij de voet enkele kliertjes.
Schors
Grijsbruin en glad.
Bloem
Rechtopstaande trossen witte bloempjes in april–mei.
Vrucht
Glanzend zwarte kersjes; zaden en bladeren zijn giftig.
Verschil met de hulst
De hulst heeft kleiner blad met een stekelige rand.

Bloei: april–mei · Snoeien: mei–juni en augustus–september

Herkennen per kenmerk: Groenblijvend blad · Witte bloesem · Zwarte bessen

Lijkt op, maar is het niet

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Waarom hij zo populair is: hij groeit snel, is het hele jaar groen en verdraagt schaduw.
  • Waarom we hem toch afraden: vogels zaaien hem uit in bossen, waar hij inheemse planten verdringt.
  • Heb je al een laurierkershaag? Knip ze meteen na de bloei, dan vormt ze geen bessen en verspreidt ze zich niet.
  • Een inheemse haag van hulst, taxus, wilde liguster of beuk is ook dicht, en veel rijker voor vogels en insecten.

Waar staat een laurierkers graag?

  • Groeit in zon, halfschaduw en diepe schaduw, op bijna elke grond: precies daardoor verwildert hij zo makkelijk.
  • Plant hem in geen geval aan de rand van een bos, een houtkant of een natuurgebied.
  • Vrij uitgroeiend wordt hij 4–5 m breed; als haag houd je hem smal met jaarlijkse snoei.
Licht
Zon tot schaduw
Grond
Elke tuingrond
Vocht
Normaal
Grootte
6 m hoog, 5 m breed
Winterhard
In heel België, geen bescherming nodig

Mooi samen met

  • Hulst: Het beste inheemse alternatief: groenblijvend, schaduwverdragend en met bessen voor de vogels.
  • Taxus: Groenblijvend en strak te knippen, ook in diepe schaduw; let op, ook taxus is giftig.
  • Wilde liguster: Inheems en half wintergroen; bloeit in juni voor vlinders en bijen en draagt zwarte bessen voor de vogels.
  • Beuk: Een geschoren beukenhaag houdt haar bruine blad de hele winter vast.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een laurierkers?

  1. Plant liever geen nieuwe laurierkers: kies een inheemse groenblijver zoals hulst of taxus, of een beukenhaag die haar bruine blad vasthoudt.
  2. Plant je hem toch, doe het dan in een tuin ver van bos en natuur, en houd hem als geschoren haag.
  3. Een bestaande haag vervangen? Graaf de struiken uit met zoveel mogelijk wortels: een stronk die blijft zitten, loopt opnieuw uit.
  4. Plant de nieuwe, inheemse haag in de herfst of de winter, als wortelgoed of met kluit.

Verzorgen

Bessen voorkomen
Knip de haag meteen na de bloei, met de uitgebloeide trossen: dan komen er geen bessen en kunnen vogels hem niet verspreiden.
Zaailingen
Kijk elk jaar onder bomen, in borders en in de houtkant naar jonge laurierkers en trek ze met wortel en al uit.
Verwijderen
Zaag een grote struik af en graaf de stronk uit. Lukt dat niet, knip dan de nieuwe scheuten telkens weg tot de stronk uitgeput is.
Water en mest
Niet nodig: hij groeit al snel genoeg.

Tip: Wil je een laurierkershaag vervangen zonder plots in het zicht te zitten? Plant de nieuwe, inheemse haag ernaast en haal de laurierkers pas weg als die dicht genoeg is.

Wanneer snoei je een laurierkers?

Snoeimaanden: mei–juni en augustus–september.

Wanneer: Na de bloei (mei–juni) en eventueel nog eind augustus.

Hoe:

  • Gebruik een snoeischaar in plaats van een heggenschaar: doorgeknipte bladeren worden lelijk bruin.
  • Knip na de bloei de uitgebloeide trossen mee weg, zodat er geen bessen komen.
  • Een te grote struik mag je fors terugzetten, tot in het oude hout; hij loopt opnieuw uit.

Let op: Gooi snoeiafval niet in het bos en niet bij kippen of vee.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Liever niet
Vermeerder hem niet: vogels verspreiden hem al meer dan genoeg. Wil je een groenblijvende haag uitbreiden, stek dan hulst of taxus in de late zomer.
Zaailingen
Jonge laurierkers die vanzelf opkomen, zijn geen gratis plantgoed: trek ze uit, zeker in de buurt van bos.

Hoe komt een laurierkers de winter door?

Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.

  • Volledig winterhard; bij strenge vorst kan het blad bruin verbranden, maar de struik loopt weer uit.
  • In de winter zie je verwilderde laurierkers goed tussen de kale bomen: een goed moment om ze in je eigen bosje of houtkant uit te trekken of uit te graven.

Ziektes en plagen

  • Verwildering: Zaailingen onder bomen en in het bos, uitgezaaid door merels en andere vogels. Trek ze jong uit; grotere struiken graaf je uit met de wortels.
  • Hagelschotziekte: Ronde bruine vlekjes in het blad die uitvallen tot gaatjes. Meestal onschuldig; knip sterk aangetaste takken weg.
  • Taxuskever: Halvemaanvormige vraatplekken aan de bladrand, van een kever die ’s nachts eet; de larven vreten aan de wortels. Aaltjes (nematoden) helpen tegen de larven.
  • Meeldauw: Witte laag op jong blad, dat vervormt. Knip aangetaste scheuttoppen weg.

Het jaar rond

  • Januari: Verwilderde laurierkers in je bosje of houtkant uitgraven: tussen de kale bomen zie je ze goed.
  • Maart: Zaailingen in borders en onder bomen uittrekken.
  • April: Bloei: bijen bezoeken de witte trossen.
  • Mei: Na de bloei snoeien, met de uitgebloeide trossen: zo komen er geen bessen.
  • Juni: Snoei afronden; let op taxuskever en hagelschot.
  • Augustus: Tweede snoeibeurt eind augustus, als dat nodig is.
  • September: Laatste snoei; zaailingen uittrekken.
  • November: Een laurierkershaag vervangen: uitgraven en een inheemse haag planten.

Gebruiken

Wat kan je ermee?

Tuin en landschap
Snelle, groenblijvende haag.

Let op: Blad en zaden bevatten blauwzuur: giftig voor mens en dier. Invasief in bossen, en de natuurwaarde is klein.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • Populaire haagplant die zich via vogels in bossen uitzaait en daar inheemse planten verdringt.
  • Ondanks de naam is hij geen familie van de echte laurier: hij hoort bij de rozenfamilie, net als kers en pruim. Gebruik in de keuken alleen blad van de echte laurier.
  • De kliertjes aan de voet van het blad scheiden nectar af; daar komen mieren op af.
  • Ondanks de naam is het geen laurier maar een Prunus, verwant aan kers en pruim; laurocerasus betekent ‘laurierkers’. Hij komt uit Zuidoost-Europa en West-Azië.
  • Insectenverzamelaars stopten vroeger gekneusde laurierkersbladeren in hun vangpotten: het blauwzuur dat vrijkwam, doodde de insecten.

Alle soorten · Determinatietabel · Snoeikalender

Laden…