
Foto: Laitche, CC BY-SA 3.0 · bron
Vaste plant · Iridaceae
Japanse iris
Iris ensata
In andere talen: Iris du Japon (Français) · Japanese iris (English)
De Japanse iris komt uit Japan, Korea, China en het oosten van Rusland, waar hij groeit in natte weiden en moerassen. Het is een vaste plant met smalle, rechtopstaande, zwaardvormige bladeren met een duidelijke middennerf, en bloemstengels tot ongeveer 90 cm. In juni en juli opent hij grote, platte bloemen van 10–20 cm, afhankelijk van het ras, in paars, violet, blauw, roze of wit, vaak geaderd en met een gele vlek. In Japan worden er al eeuwenlang rassen van gekweekt, en irisvelden in bloei zijn er een bekende bezienswaardigheid. Tuiniers kiezen hem voor een natte, zonnige plek aan de vijver, waar weinig planten zo spectaculair bloeien.
Let op: Alle delen, vooral de wortelstok, zijn giftig bij inslikken en het sap kan de huid irriteren. Houd kinderen, honden en katten weg van de wortelstokken, bijvoorbeeld bij het scheuren, en plant hem niet waar grazende dieren erbij kunnen.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Normaal tot nat
mag niet uitdrogen
Grond
Leem, klei of veen
zuur tot neutraal
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
0,9 m
hoog, 0,45 m breed
Bloei
juni–juli
| Snoeimaanden | juli en november |
|---|---|
| Hoogte | 0,9 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | juni–juli |
Herkennen
Hoe herken je een Japanse iris?
- Groeivorm
- Rechtopgaande pol van ongeveer 90 cm hoog en 45 cm breed.
- Blad
- Smal en zwaardvormig, met een opvallende middennerf; het sterft in de herfst af.
- Bloem
- Groot en plat, 10–20 cm, met brede, bijna horizontaal uitstaande bloembladen, in juni en juli.
- Kleur
- Paars, violet, blauw, roze of wit, vaak geaderd en met een gele vlek aan de voet van de grote bloembladen.
- Wortels
- Een vertakte, kruipende wortelstok met vezelige wortels.
Bloei: juni–juli · Planten: maart–april en september · Snoeien: juli en november
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Enorme, platte bloemen in juni en juli, als de meeste andere irissen al uitgebloeid zijn.
- Een blikvanger voor vijverranden en natte borders in de zon.
- Een prachtige snijbloem: snijd de stengel als de eerste knop kleur toont.
- Het rechtopstaande, zwaardvormige blad geeft structuur van het voorjaar tot de herfst.
- Talloze rassen in vele kleuren en vormen, met enkele of dubbele bloemen.
Waar staat een Japanse iris graag?
- Volle zon voor een rijke bloei.
- Zure tot neutrale grond: leem, klei of veen. Kalk verdraagt hij niet.
- In de zomer vochtig tot nat, maar in de winter mag hij niet onder water staan.
- Reken op 40–45 cm tussen de planten.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Leem, klei of veen
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Vocht
- Normaal of nat
- Grootte
- 0,9 m hoog, 0,45 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -30 °C)
Mooi samen met
- Japanse sleutelbloem: Bloeit in mei–juni op dezelfde vochtige, zure grond, net vóór de iris.
- Koningsvaren: Fijn, groen blad op dezelfde natte, zure plek.
- Siberische iris: Bloeit in mei–juni: zo verleng je het irisseizoen.
- Mammoetblad: Reuzenblad als achtergrond aan een grote vijver.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een Japanse iris?
Planten in maart–april en september.
- Plant in maart–april of in september, als de grond niet bevroren is.
- Graaf een plantgat en meng er zure compost of rododendrongrond door.
- Zet de wortelstok ongeveer 5 cm diep, dieper dan je een baardiris zou planten.
- Houd 40–45 cm afstand tussen de planten.
- Geef meteen flink water, liefst regenwater, en houd de grond de eerste weken nat.
- Mulch met bladcompost of naaldstrooisel om het vocht vast te houden.
Verzorgen
- Water
- Houd de grond van het voorjaar tot na de bloei vochtig tot nat. Gebruik liefst regenwater: kalkrijk leidingwater maakt de grond minder zuur.
- Bemesten
- Bemest in het voorjaar met een zure mest, zoals voor rododendrons.
- Mulchen
- Een laag bladcompost of naaldstrooisel houdt de grond koel, vochtig en zuur.
- Uitgebloeide bloemen
- Knip ze na de bloei weg, zodat de plant geen energie in zaad steekt.
- Scheuren
- Om de 3–4 jaar, als het hart van de pol kaal wordt en de bloei afneemt.
Tip: Geef hem regenwater in plaats van leidingwater en bemest in het voorjaar met een zure mest, zoals voor rododendrons. Zo blijft het blad groen en bloeit hij rijk.
Wanneer snoei je een Japanse iris?
Snoeimaanden: juli en november.
Wanneer: Hij wordt nauwelijks gesnoeid. Na de bloei, in juli, knip je de uitgebloeide stengels weg, en in november het afgestorven blad.
Hoe:
- Knip uitgebloeide bloemstengels laag bij de grond af.
- Knip het blad in november, als het bruin is, terug tot 10–15 cm boven de grond.
- Ruim het oude blad op, zodat ziektes en slakken er niet in overwinteren.
Let op: Draag handschoenen: het sap van de wortelstok kan de huid irriteren.
Vermeerderen
- Scheuren
- Om de 3–4 jaar, na de bloei in augustus–september of in maart: de pol opgraven en verdelen in stukken met 2–3 bladwaaiers en wortels. Knip het blad in tot ongeveer 15 cm en plant meteen opnieuw; laat de wortels nooit uitdrogen.
- Zaaien
- Zaad in de herfst in een bak zaaien en buiten laten staan. Zaailingen bloeien na 2–3 jaar en lijken niet altijd op de moederplant.
Hoe komt een Japanse iris de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C: koude is geen probleem.
- In de winter mag hij niet onder water staan: dan rot de wortelstok.
- Staat hij in een pot in de vijver, haal de pot dan in de herfst uit het water en zet hem in de tuin.
- Een laagje bladcompost beschermt jonge planten in hun eerste winter.
Ziektes en plagen
- Geel blad: Op kalkrijke grond of met kalkrijk gietwater wordt het blad geel. Geef regenwater en een zure mest.
- Weinig bloei: Te droog, te weinig zon of een te oude pol. Meer water, een zonniger plek of scheuren helpen.
- Rot in de winter: De wortelstok rot als hij in de winter onder water staat. Plant iets hoger of haal de pot uit de vijver.
- Slakken: Vreten aan het jonge blad en de bloemknoppen. ’s Avonds rapen.
Het jaar rond
- Maart: Planten of scheuren. Zure mest geven.
- April: Planten. Grond vochtig houden. Mulch aanbrengen.
- Mei: Ruim water geven: het blad groeit snel.
- Juni: Begin van de bloei. Bloemen snijden voor de vaas.
- Juli: Bloei. Uitgebloeide stengels wegknippen. Grond nat houden.
- Augustus: Water geven bij droogte. Scheuren als de pol te oud is.
- September: Planten of scheuren.
- Oktober: Potten uit de vijver halen.
- November: Afgestorven blad terugknippen tot 10–15 cm.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. Alle delen van deze irissen zijn giftig, vooral de wortelstok: wie ervan eet, krijgt braken, buikpijn en diarree, en ook honden, katten en grazend vee worden er ziek van. Het meeste gevaar is er als je de pollen scheurt: ruim de losse stukken wortelstok meteen op, laat ze niet slingeren waar kinderen spelen of honden graven, en gooi ze niet in een weide of ren. De Siberische en de Japanse iris staan graag aan de vijverrand, waar hun blad zonder bloemen op dat van andere oeverplanten lijkt: eet niets van een oeverplant die je niet zeker kent. Het sap kan de huid irriteren: draag handschoenen bij het scheuren en terugknippen. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- In Japan worden al sinds de Edo-periode rassen gekweekt. Er zijn drie klassieke groepen, genoemd naar hun streek van herkomst: Edo, Higo en Ise.
- In juni trekken irisvelden in Japan veel bezoekers, zoals de iristuin bij het Meiji-heiligdom in Tokio.
- De soortnaam ensata betekent ‘zwaardvormig’, naar de vorm van het blad.